ECLI:NL:GHAMS:2026:972
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging machtiging tot uithuisplaatsing van drie minderjarige kinderen
De zaak betreft de machtiging tot uithuisplaatsing van drie minderjarige kinderen, waarbij de moeder in hoger beroep gaat tegen de beschikking van de kinderrechter die deze machtiging heeft verleend op verzoek van de gecertificeerde instelling (GI).
De ouders zijn sinds december 2024 uit elkaar en de kinderen verblijven sinds oktober 2025 in een gezinshuis. De moeder betoogt dat de uithuisplaatsing niet langer noodzakelijk is omdat zij en de vader zelf voor de kinderen kunnen zorgen, mede gezien de tijdelijke opvang bij het Leger des Heils. De GI stelt dat de uithuisplaatsing noodzakelijk blijft vanwege aanhoudende zorgen over de verzorging, opvoeding en emotionele beschikbaarheid van de ouders.
Het hof overweegt dat de kinderen sinds de uithuisplaatsing vooruitgang boeken in hun ontwikkeling en dat de ouders onvoldoende in staat zijn de benodigde zorg en structuur te bieden. De bestreden beschikking wordt daarom bekrachtigd, omdat de uithuisplaatsing nog steeds in het belang van de kinderen is.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing van de drie minderjarige kinderen in het belang van hun verzorging en opvoeding.