Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant 1] ,
[appellant 2],
[appellant 3] ,
[appellant 4],
[appellant 5],
[appellant 6],
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vordering in hoger beroep
6.Beoordeling
understandingtussen de groepsentiteiten die inhoudt dat [appellanten] niet door [bedrijf] kunnen worden aangesproken tot betaling voor de geleverde diensten en ook niet tot betaling van de verplichtingen van [bedrijf] aan derden, zoals de verhuurder. [bedrijf] heeft niets van [appellanten] te vorderen en daarom is de verklaring juist, aldus telkens [appellanten] hebben de cashpoolovereenkomst overgelegd en afschriften van betalingen die via de cashpool zijn verricht.
understanding, althans een stuk waaruit deze volgt, is niet overgelegd. Gevraagd naar de inhoud daarvan heeft [naam 1] bij de mondelinge behandeling verklaard dat de huur vanaf het aangaan van de huurovereenkomst in 1999 door de rechtsvoorganger van [bedrijf] , bij gebrek aan omzet van deze rechtsvoorganger, feitelijk werd voldaan door andere vennootschappen van de [appellant 5] -groep, in dit geval [appellant 3] en [appellant 4] , en dat dit ook bij de verhuurder bekend was. [appellanten] hebben bovendien desgevraagd verklaard dat (de werknemers (ten behoeve) van) [appellant 3] en [appellant 4] in de periode 2020-2023 gebruik maakten van een aanzienlijk deel van het kantoorpand. Daaruit volgt dat [bedrijf] aan hen een dienst verleende, die aan hen kon doorbelasten en daar jegens hen ook aanspraak op kon maken. Het systeem hield blijkbaar in dat via de cashpool ook de verplichtingen van [bedrijf] tot betaling van haar werknemers, elektra en de kosten van afvalverwerking, van welke diensten (in ieder geval) [appellant 3] en [appellant 4] eveneens gebruik maakten, door hen werden voldaan. In dat systeem past dat ook [bedrijf] jegens (sommige van) de partijen bij de cashpool op basis van de
understandingaanspraak kon/kan maken op de betaling van deze diensten.
understandingin elk geval de huur van het kantoorpand, waarvan [appellant 2] c.s. gebruik maakten zodat [bedrijf] haar een dienst verleende, aan hen kon doorbelasten en daar jegens hen ook aanspraak op kan maken. Dat [appellant 2] c.s. aanvoeren dat via de cashpool ook de verplichtingen van [bedrijf] tot betaling van haar werknemers, het elektra en de kosten van afvalverwerking, van welke diensten [appellant 2] c.s. eveneens gebruik maakten, door hen werden voldaan, duidt erop dat [bedrijf] jegens [appellant 2] c.s. op basis van de
understandingook aanspraak kan maken op de betaling van aanspraken van andere derden op [bedrijf] .
understandingook niet aangevoerd dat [appellant 1] daar niet aan zou zijn gebonden. Daarmee is aannemelijk dat ook tussen haar en [bedrijf] een rechtsverhouding bestaat en [bedrijf] op grond daarvan nog een of meer vorderingen heeft op [appellant 1] .
7.Beslissing
12 mei 2026om een akte te nemen met de hiervoor in 6.14 omschreven gerechtelijke verklaring;
9 juni 2026een antwoordakte te nemen;