Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:932

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
7 april 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
200.359.806/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:5 lid 2 BWArt. 1:5 lid 9 BWArt. 1:20e lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep geslachtsnaamkeuze minderjarige na overlijden vader

De zaak betreft de vaststelling van de geslachtsnaam van twee minderjarige kinderen na het overlijden van hun vader in 2024. De rechtbank had eerder bepaald dat de kinderen de achternaam van de vader zouden dragen. De moeder kwam in hoger beroep en verzocht om de kinderen een dubbele achternaam te geven, bestaande uit haar eigen naam en die van de vader, dan wel alleen haar naam te behouden.

De moeder vreesde vanwege een lopende strafzaak rondom de moord op de vader dat het dragen van diens achternaam de veiligheid van de kinderen zou kunnen schaden. Het hof stelde vast dat het ouderschap van de vader onherroepelijk was vastgesteld en dat de moeder een verklaring omtrent de naamskeuze had afgelegd conform artikel 1:5 lid 9 BW Pro.

Het hof oordeelde dat de wet geen tussenstreepje tussen de achternamen toestaat, maar dat de dubbele naam zonder streepje kan worden gevoerd. Het verzoek van de moeder werd dan ook opgevat als een dubbele achternaam zonder streepje. Het hof vernietigde het eerdere vonnis voor zover het de geslachtsnaam betrof en stelde vast dat de kinderen de dubbele achternaam van moeder en vader zullen dragen. De bijzondere curator werd ontslagen, behalve bij cassatieberoep.

Uitkomst: Het hof stelt vast dat de kinderen de dubbele geslachtsnaam van moeder en vader dragen en vernietigt het eerdere besluit voor zover het de geslachtsnaam betreft.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht
Team III (familie- en jeugdrecht)
zaaknummer: 200.359.806/01
zaaknummer rechtbank: C/15/358460 / FA RK 24-5542
beschikking van de meervoudige kamer van 7 april 2026 in de zaak van
[de moeder] ,
wonende te [plaats A] ,
verzoekster in hoger beroep,
hierna: de moeder,
advocaat: mr. B. Schoonewil te Velsen-Zuid,
Het hof heeft daarnaast als belanghebbenden aangemerkt:
- de minderjarige [minderjarige 1] , van wie de eerste voornaam door de rechtbank is gewijzigd in [naam 1] , hierna: [naam 1] ;
- de minderjarige [minderjarige 2] , hierna: [minderjarige 2] ;
- mr. M.J. van der Loo, bijzondere curator van de minderjarigen.

1.De zaak in het kort

De zaak gaat over de vaststelling van de geslachtsnaam van [naam 1] en [minderjarige 2] (hierna gezamenlijk: de kinderen). De rechtbank heeft op verzoek van de moeder vastgesteld dat de geslachtsnaam van de kinderen ‘ [naam 2] ’ zal zijn. In hoger beroep wenst de moeder dat de kinderen zowel haar geslachtsnaam als die van de vader zullen krijgen, dan wel dat zij de geslachtsnaam van de moeder behouden.

2.De procedure in hoger beroep

2.1
De moeder is op 1 oktober 2025 in hoger beroep gekomen van een gedeelte van de beschikking van 1 augustus 2025 (hierna: de bestreden beschikking) van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem (hierna: de rechtbank).
2.2
De zitting heeft op 27 februari 2026 plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat.
De bijzondere curator is opgeroepen, maar niet ter zitting verschenen.

3.De feiten

3.1
De moeder is de moeder van [naam 1] , geboren [in] 2019 te [plaats B] , en [minderjarige 2] , geboren [in] 2024 te [plaats B] .
3.2
[de vader] (hierna: de vader) is [in] 2024 is overleden.
3.3
Bij de in zoverre niet bestreden beschikking van de rechtbank van 1 augustus 2025 heeft de rechtbank het ouderschap vastgesteld van [de vader] betreffende de kinderen. Ook is de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [plaats B] gelast om een latere vermelding toe te voegen aan de geboorteakte in die zin dat de voornamen van [minderjarige 1] zullen worden gewijzigd in [naam 1] .

4.De omvang van het hoger beroep

4.1
De rechtbank heeft in de bestreden beschikking, voor zover hier van belang, vastgesteld dat - onder de voorwaarde dat de beslissing tot vaststelling van het ouderschap onherroepelijk is geworden – de geslachtsnaam van de kinderen zal zijn: ‘ [naam 2] ’.
4.2
De moeder verzoekt, met vernietiging van de bestreden beschikking in zoverre, te bepalen dat de kinderen de geslachtsnaam ‘ [naam 3] - [naam 2] ’ zullen verkrijgen, dan wel de geslachtsnaam ‘ [naam 3] ’ zullen behouden, althans een beslissing te nemen die het hof juist acht.

5.De motivering van de beslissing

Het wettelijk kader
5.1
Uit artikel 1:5 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat indien een kind door gerechtelijke vaststelling van het ouderschap in familierechtelijke betrekking tot de vader komt te staan, het de geslachtsnaam van de moeder houdt, tenzij de moeder en de man, wiens ouderschap is vastgesteld, ter gelegenheid van de vaststelling gezamenlijk verklaren dat het kind de geslachtsnaam van de vader zal hebben of van beide ouders in een vrij te bepalen volgorde. De rechterlijke uitspraak inzake de vaststelling van het ouderschap vermeldt de verklaring van de ouders hieromtrent.
5.2.
Uit artikel 1:5 lid 9 BW Pro volgt dat indien één van de ouders voorafgaand aan het tijdstip waarop de naamskeuze uiterlijk moet zijn gedaan is overleden en de naamskeuze niet is gedaan, de andere ouder een verklaring omtrent de naamskeuze aflegt.
Standpunt moeder
5.3
De moeder heeft in eerste aanleg verzocht om de geslachtsnaam van de kinderen te wijzigen van ‘ [naam 3] ’ naar ‘ [naam 2] ’, omdat zij daarmee de verbinding tussen de kinderen en hun vader wenste aan te tonen. Inmiddels loopt er een strafzaak rondom de moord op de vader en vreest de moeder dat het dragen van de achternaam van de vader invloed op de veiligheid van de kinderen zou kunnen hebben. Door de kinderen de gevraagde dubbele achternaam te geven, kunnen zij desgewenst formeel door het leven als [naam 3] , maar houden zij de verbondenheid met hun vader, aldus de moeder.
De beoordeling door het hof
5.4
In de beschikking van 1 augustus 2025 is het ouderschap van [de vader] van de betreffende kinderen vastgesteld. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep ingesteld, zodat die beslissing inmiddels onherroepelijk is geworden.
De moeder wenst dat de kinderen zowel haar geslachtsnaam als die van de vader zullen dragen in de door haar genoemde volgorde, waarbij zij in haar verzoek tussen de twee namen een streepje plaatst. Dat laatste is niet voorzien in de wet, de geslachtsnamen van de ouders worden zonder tussenstreepje achter elkaar geplaatst. Het hof vat het verzoek van de moeder dan ook op als te zijn bedoeld als ‘ [naam 3] [naam 2] ’.
Gelet op het bepaalde in artikel 1:5 lid 9 BW Pro legt de moeder, nu de vader is overleden, een verklaring omtrent de naamskeuze af. Het hof stelt vast dat de verklaring van de moeder luidt dat de kinderen de geslachtsnaam ‘ [naam 3] [naam 2] ’ zullen dragen.
5.5
Met deze uitspraak beschouwt het hof de werkzaamheden van de bijzondere curator als
beëindigd, behalve in het geval dat tegen de beslissing tot vaststelling van de geslachtsnaam beroep in cassatie wordt ingesteld.
5.6
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

6.De beslissing

Het hof:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem van 1 augustus 2025, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en in zoverre opnieuw beschikkende:
stelt vast dat de geslachtsnaam van
- [naam 1] (voorheen [minderjarige 1] ) [minderjarige 1] , geboren [in] 2019 te [plaats B] , en van
- [minderjarige 2] , geboren [in] 2024 te [plaats B] zal zijn:
[naam 3] [naam 2] ;
draagt de griffier op, op grond van artikel l :20e lid 1 BW, om niet eerder dan drie
maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking en indien daartegen geen cassatie is ingesteld, een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [plaats B] ;
ontslaat de bijzondere curator van haar taak, behalve in het geval dat tegen de beslissing tot
vaststelling van de geslachtsnaam beroep in cassatie wordt ingesteld.
Deze beschikking is gegeven door mr. D.H. Steenmetser-Bakker, mr. J.F. Miedema en
mr. M. Perfors, in tegenwoordigheid van mr. V.A.M. Willemsen als griffier en is op
7 april 2026 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter.