Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:878

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
1 april 2026
Zaaknummer
23-000441-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 408 SvArt. 36f Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdachte niet-ontvankelijk verklaard wegens te laat ingesteld hoger beroep

De verdachte werd op 23 november 2023 door de economische politierechter veroordeeld bij verstek. Tegen dit vonnis stelde de verdachte op 23 februari 2024 hoger beroep in, wat buiten de wettelijke termijn viel.

Het hof nam kennis van de vordering van de advocaat-generaal die stelde dat het hoger beroep te laat was ingesteld en derhalve niet-ontvankelijk verklaard moest worden. De verdachte was op de hoogte van de zitting bij de politierechter, waardoor de termijn van veertien dagen na de uitspraak van toepassing was.

Daarnaast werd vastgesteld dat de mededeling van de uitspraak op 18 december 2023 in het digitale portaal was geplaatst en dat de verdachte op 5 februari 2024 had ingelogd, wat eveneens onvoldoende was om de termijn te respecteren.

Het hof oordeelde dat het hoger beroep niet binnen de wettelijke termijn was ingesteld en verklaarde de verdachte daarom niet-ontvankelijk. Het arrest werd uitgesproken op 17 maart 2026 door de meervoudige economische strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens te late indiening.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000441-24
datum uitspraak: 17 maart 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 23 november 2023 in de strafzaak onder parketnummer 96-136403-22 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,
adres: [adres] .

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 17 maart 2026.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte naar voren heeft gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte in het hoger beroep niet-ontvankelijk zal worden verklaard omdat het hoger beroep te laat is ingesteld.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is op 23 november 2023 door de economische politierechter veroordeeld. Tegen dit vonnis heeft de verdachte op 23 februari 2024 hoger beroep ingesteld. Hoewel de aantekening mondeling vonnis vermeldt dat dit vonnis op tegenspraak is gewezen gaat het hof er, gelet op de verklaring van de verdachte en de vermelding ‘verstek’ op de vordering van de officier van justitie, vanuit dat de verdachte niet aanwezig was op de zitting en bij verstek is veroordeeld.
De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij van de terechtzitting bij de politierechter op de hoogte was. De verdachte had daarom op grond van artikel 408, eerste lid, sub b van het Wetboek van Strafvordering (Sv) binnen veertien dagen na de einduitspraak van de politierechter hoger beroep moeten instellen. Dit is niet gebeurd.
Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de mededeling, waaruit volgt dat de uitspraak is gedaan, op 18 december 2023 om 16:31 uur in het portaal van
MijnOverheidis geplaatst. Vervolgens is op 5 februari 2024 om 22:55 uur ingelogd. Op grond van artikel 36f, tweede lid, Sv geldt dan dat de persoon voor wie de mededeling is bestemd, op die datum daarvan op de hoogte is gesteld en binnen veertien dagen hoger beroep had moeten worden instellen. Ook dit is niet gebeurd.
Nu het hoger beroep niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn is ingesteld zal de verdachte daarin niet-ontvankelijk worden verklaard.

BESLISSING

Het hof verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige economische strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg, mr. A.P.M. van Rijn en mr. C. Beuze, in tegenwoordigheid van mr. S. Egidi, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 maart 2026.
Mr. A.P.M. van Rijn en mr. C. Beuze zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.