Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.De procedure in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het hoger beroep
5.De motivering van de beslissing
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 31 maart 2026 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen de beschikking van de kantonrechter Noord-Holland, locatie Alkmaar, waarin een mentorschap was ingesteld ten behoeve van betrokkene. Betrokkene heeft een verstandelijke beperking en een schizoaffectieve stoornis, waardoor hij duurzaam niet in staat is zijn niet-vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen.
De vader van betrokkene was het niet eens met de benoeming van de professionele mentor en verzocht om het mentorschap op te heffen of een andere mentor te benoemen, bij voorkeur een familielid of iemand vertrouwd met de Marokkaanse cultuur. De bewindvoerder en de mentor steunden de oorspronkelijke beschikking. Tijdens de zitting werd het hoger beroep door de vader beperkt tot de persoon van de mentor.
Het hof oordeelde dat het mentorschap noodzakelijk is en dat betrokkene niet in staat is een voorkeur kenbaar te maken. Gezien de situatie en het zorgprofiel VG7 achtte het hof een onafhankelijke professionele mentor noodzakelijk. De door de vader voorgestelde persoon is geen professionele mentor en het hof zag geen bereidheid binnen de familie om het mentorschap op zich te nemen. De beschikking van de kantonrechter werd daarom bekrachtigd en het hoger beroep van de vader afgewezen.
Uitkomst: Het Gerechtshof Amsterdam bekrachtigt het mentorschap en wijst het hoger beroep van de vader af.