ECLI:NL:GHAMS:2026:852

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
30 maart 2026
Publicatiedatum
30 maart 2026
Zaaknummer
200.325.125/02 OK
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verhoging onderzoeksbudget in enquêteprocedure tegen B.V. Huizenmij

In deze zaak heeft de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam op 30 maart 2026 een beschikking gegeven in een enquêteprocedure tegen de besloten vennootschap B.V. Huizenmij. Eerder was een onderzoek gelast naar het beleid en de gang van zaken van Huizenmij vanaf 1 januari 2021, waarbij een beheerder en een onderzoeker waren benoemd. Het onderzoek werd aanvankelijk begroot op €42.250 en later verhoogd tot €59.750 exclusief btw.

Op 18 maart 2026 heeft de onderzoeker een verzoek ingediend tot verdere verhoging van het onderzoeksbudget met €15.000 exclusief btw, vanwege extra tijd die nodig was voor de afronding van de verslaglegging en het behandelen van problematiek die leidde tot een aanwijzingsverzoek aan de raadsheer-commissaris. De secretaris van de Ondernemingskamer heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten.

Verschillende advocaten en betrokkenen hebben per e-mail hun instemming gegeven met de verhoging van het budget. De Ondernemingskamer oordeelde dat er geen bezwaren waren tegen het verzoek en dat het verzoek niet onredelijk was. Daarom werd het budget verhoogd tot €74.750 exclusief btw en werd de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

De beschikking is in het openbaar uitgesproken door raadsheer J.M. de Jongh, in aanwezigheid van de voorzitter, overige raadsheren, raden en griffier. Hiermee is het onderzoeksbudget definitief vastgesteld en kan het onderzoek worden voortgezet binnen het nieuwe budget.

Uitkomst: Het onderzoeksbudget in de enquêteprocedure tegen B.V. Huizenmij wordt verhoogd tot €74.750 exclusief btw.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.325.125/02 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 30 maart 2026
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
B.V. HUIZENMIJ,
gevestigd te Amsterdam,
VERZOEKSTER,
advocaten:
mrs. M.P.H. Sandersen
J.S. Mennema, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
B.V. HUIZENMIJ,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER,
e n t e g e n

1.[A] ,

wonende te [plaats] ,
advocaat:
mr. S. Knottnerus, kantoorhoudende te Amsterdam,
2. de stichting
[B],
gevestigd te [plaats] ,
advocaat:
mr. J. Stikkelbroeck,kantoorhoudende te Amsterdam,
3.
[C],
wonende te [plaats] ,
BELANGHEBBENDEN,
e n t e g e n

4.[D] ,

wonende te [plaats] ,
5.
[E],
wonende te [plaats] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaat:
mr. G.C. Endedijk, kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n

6.[F] ,

wonende te [plaats] ,
advocaat:
mr. Ph.A.J. Raaijmakers, kantoorhoudende te Amsterdam,

7.[G] ,

wonende te [plaats] ,
8. de stichting
STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR TER CONTINUERING
HUIZENMAATSCHAPPIJ,
gevestigd te Amsterdam,
9. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid
LUTHERS DIAKONESSENHUIS FONDS,
gevestigd te Amsterdam,
BELANGHEBBENDEN.
Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:
  • verzoekster tevens verweerster als Huizenmij;
  • belanghebbenden sub 1 t/m 3 ieder afzonderlijk als respectievelijk [A] , de [B] en [C] ;
  • belanghebbenden sub 4 t/m 9 ieder afzonderlijk als respectievelijk [D] , [E] , [F] , [G] , de STAK en het LDF;
  • mr. J.H. van Woudenberg als Van Woudenberg of de OK-beheerder;
  • mr. P.M. Gunning als Gunning of de onderzoeker.
1.
Het verloop van het geding
1.1
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 6 en 12 juli 2023 en de beschikkingen van 9 en 30 januari, 27 februari, 3 maart en 8 december 2025 in deze zaak.
1.2
Bij de beschikking van 6 juli 2023 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Huizenmij over de periode vanaf 1 januari 2021 en een nader aan te wijzen persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten. Daarnaast heeft zij bij die beschikking, bij wijze van onmiddellijke voorziening met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van de procedure bepaald dat alle aandelen in Huizenmij ten titel van beheer zijn overgedragen aan een nader door de Ondernemingskamer aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon.
1.3
Bij beschikking van 12 juli 2023 heeft de Ondernemingskamer mr. J.H. van Woudenberg als beheerder van aandelen aangewezen zoals bedoeld in de beschikking van 6 juli 2024.
1.4
Bij beschikking van 9 januari 2025 heeft de Ondernemingskamer de reikwijdte van het bij de beschikking van 6 juli 2023 gelaste onderzoek uitgebreid.
1.5
Bij beschikking van 30 januari 2025 heeft de Ondernemingskamer mr. P.M. Gunning te Arnhem als onderzoeker aangewezen.
1.6
Bij beschikking van 27 februari 2025 heeft de Ondernemingskamer het verzoek van de [B] de onmiddellijke voorziening te beëindigen althans een andere OK-beheerder te benoemen afgewezen.
1.7
Bij beschikking van 3 maart 2025 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek mag kosten vastgesteld op € 42.250, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.
1.8
Bij beschikking van 8 december 2025 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek mag kosten verhoogd en vastgesteld op € 59.750, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen
1.9
Op 18 maart 2026 heeft de onderzoeker een verzoek tot verhoging van het onderzoeksbudget ingediend. De secretaris van de Ondernemingskamer heeft het verzoek doorgestuurd naar partijen en hen in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten.
1.1
Bij e-mailberichten van 23 maart 2026 hebben mr. Mennema, mr. Raaijmakers, mr Endedijk en mr. Van Woudenberg laten weten in te stemmen met het verzoek tot verhoging van het onderzoeksbudget. Bij e-mailbericht van 25 maart 2026 hebben mr. Knottnerus en mr. Stikkelbroeck eveneens ingestemd met verhoging van het onderzoeksbudget.

2.De gronden van de beslissing

2.1
Aan zijn verzoek tot verhoging van het onderzoeksbudget heeft de onderzoeker - samengevat, ten grondslag gelegd dat de afronding van de verslaglegging meer tijd kost dan ingeschat en de onderzoeker tijd heeft moeten besteden aan problematiek die heeft geleid tot een aanwijzingsverzoek aan de raadsheer-commissaris waar hij ook inhoudelijk op heeft moeten reageren. De onderzoeker verzoekt het bedrag dat het onderzoek maximaal mag kosten daarom te verhogen met € 15.000 (exclusief btw).
2.2
De Ondernemingskamer oordeelt als volgt. Nu er geen bezwaren zijn aangevoerd tegen de verzochte verhoging van het onderzoeksbudget en het verzoek de Ondernemingskamer niet onredelijk voorkomt, zal de Ondernemingskamer het verzoek van de onderzoeker als na te noemen toewijzen.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
stelt het bedrag dat het onderzoek mag kosten vast op € 74.750, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. C.C. Meijer, mr. J.M. de Jongh, raadsheren, en drs. P.G. Boumeester en prof. dr. mr. S. ten Have, raden, in tegenwoordigheid van mr. N.E.M. Keereweer, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. J.M. de Jongh op 30 maart 2026.