In deze zaak heeft de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam op 30 maart 2026 een beschikking gegeven in een enquêteprocedure tegen de besloten vennootschap B.V. Huizenmij. Eerder was een onderzoek gelast naar het beleid en de gang van zaken van Huizenmij vanaf 1 januari 2021, waarbij een beheerder en een onderzoeker waren benoemd. Het onderzoek werd aanvankelijk begroot op €42.250 en later verhoogd tot €59.750 exclusief btw.
Op 18 maart 2026 heeft de onderzoeker een verzoek ingediend tot verdere verhoging van het onderzoeksbudget met €15.000 exclusief btw, vanwege extra tijd die nodig was voor de afronding van de verslaglegging en het behandelen van problematiek die leidde tot een aanwijzingsverzoek aan de raadsheer-commissaris. De secretaris van de Ondernemingskamer heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten.
Verschillende advocaten en betrokkenen hebben per e-mail hun instemming gegeven met de verhoging van het budget. De Ondernemingskamer oordeelde dat er geen bezwaren waren tegen het verzoek en dat het verzoek niet onredelijk was. Daarom werd het budget verhoogd tot €74.750 exclusief btw en werd de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
De beschikking is in het openbaar uitgesproken door raadsheer J.M. de Jongh, in aanwezigheid van de voorzitter, overige raadsheren, raden en griffier. Hiermee is het onderzoeksbudget definitief vastgesteld en kan het onderzoek worden voortgezet binnen het nieuwe budget.