Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
grief 1komt [appellant] op tegen een aantal door de kantonrechter vastgestelde feiten. Voor zover de grief terecht is voorgesteld zal het hof bij de hierna weer te geven feiten daarmee rekening houden. Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die tussen partijen niet in geschil zijn, komen de feiten neer op het volgende.
“(…) Ga nooit in gesprek alleen met je BAAS of Leidinggevende. (…) Ze gaan je WEGPESTEN en UITLOKKEN als ze weten dat je gelijk hebt en dan ben je baan kwijt… (…)”.
4.De procedure in eerste aanleg
5.Beoordeling
“of ik ga naar Eden om te werken, of ik kom met mijn achterban om actie te voeren”. Anders dan [appellant] heeft betoogd, is niet gebleken van een verband tussen het ontbindingsverzoek en het FNV lidmaatschap van [appellant] zodat het opzegverbod van artikel 7:670 lid 5 BW Pro niet van toepassing is in het onderhavige geval. De verzochte verklaring voor recht is mitsdien niet toewijsbaar.
grieven 3 en 4komt [appellant] op tegen het oordeel van de kantonrechter dat sprake is van een redelijke grond voor ontbinding als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 sub g BW Pro (verstoorde arbeidsrelatie), dat EW Facility zich meer dan voldoende heeft ingespannen om de verhoudingen te normaliseren en dat herplaatsing in de gegeven omstandigheden niet in de rede ligt. Daartoe voert [appellant] het volgende aan. Anders dan de kantonrechter heeft overwogen, heeft EW Facility juist veel kritiek gehad op de positie van [appellant] als FNV kaderlid en onvoldoende rekening ermee gehouden dat juist kaderleden de vrijheid toekomt om op activistische wijze vakbondswerk te doen. [appellant] heeft, toen zij bevraagd werd over de documentaire, de waarheid gesproken. Niet juist is dat [appellant] tijdens de coronaperiode bleef vasthouden aan haar werkplek in het Eden hotel. [appellant] heeft juist gehoor gegeven aan verzoeken van EW Facility om op locaties, ook buiten Amsterdam te gaan werken. [appellant] heeft zich in zoverre flexibel en coöperatief opgesteld. [appellant] meent voorts dat haar ten onrechte wordt verweten dat zij zonder toestemming van het Eden hotel en/of EW Facility heeft meegewerkt aan de documentaire. In dit verband voert [appellant] aan dat de kantonrechter eraan is voorbijgegaan dat EW Facility al in 2022 via het Eden hotel op de hoogte was dat [bedrijf] [appellant] wilde filmen voor een documentaire, dat het Eden hotel haar aanvankelijke instemming later had ingetrokken en dat [appellant] dit eerst na de opnames had gehoord. Evenmin heeft de kantonrechter meegewogen dat [appellant] in de toestemmingsverklaring heeft vermeld dat het logo van het Eden hotel niet in beeld mocht worden gebracht en dat [naam 4] heeft aangegeven dat het filmen in het Eden hotel geheel op initiatief van [bedrijf] heeft plaatsgevonden. Verder heeft de kantonrechter onvoldoende oog gehad voor het belang van [appellant] om enerzijds inzicht te krijgen in de reden waarom haar de toegang werd ontzegd en anderzijds om haar re-integratie positie niet te schaden door zonder instemming van Verzuimsupport niet te verschijnen op 24 oktober 2023. [appellant] bestrijdt verder het oordeel van de kantonrechter dat EW Facility zich voldoende heeft ingespannen om de verhoudingen te normaliseren en dat dit door de opstelling van [appellant] is mislukt. [appellant] acht het onbegrijpelijk dat de kantonrechter het haar aanrekent dat zij een kort geding procedure is gestart tegen EW Facility aangezien het haar vrijstaat een plotseling opgelegde overplaatsing aan de rechter voor te leggen. [appellant] acht het ook onbegrijpelijk dat de kantonrechter is voorbijgegaan aan de omstandigheden ten tijde van het plaatsen van het hiervoor onder 3.21 vermelde facebookbericht. [appellant] was heel boos en gefrustreerd omdat EW Facility haar zonder onderbouwing valselijk bleef beschuldigen door te zeggen dat zij onrust veroorzaakte in het Niu Fender hotel. EW Facility heeft de herplaatsingsmogelijkheden binnen haar organisatie niet onderzocht. Daarmee staat geenszins vast dat herplaatsing niet mogelijk is. De kantonrechter heeft in het kort geding vonnis van 15 maart 2024 uitdrukkelijk geoordeeld dat EW Facility zich zou moeten inspannen om aan [appellant] een andere werklocatie aan te bieden. In plaats van zich in te spannen om een andere passende werklocatie te vinden, kreeg [appellant] van EW Facility te horen dat EW Facility wenste over te gaan tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst en is er helemaal niet meer over concrete herplaatsingsmogelijkheden gesproken. EW Facility heeft zich evenmin ingespannen om de arbeidsrelatie te verbeteren. [appellant] betwist dat geen enkele rayonmanager of ambulant objectleider in de regio Amsterdam nog met haar wil samenwerken. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de advocaat van [appellant] zich afgevraagd waarom [appellant] nooit een verbeter-/coachingstraject heeft gehad.
“Ik snap nog steeds niet waarom. In mijn mening heb ik echt niets verkeerd gedaan. Het enige wat ik heb gedaan en nog steeds blijf doen, is opkomen voor mezelf en opkomen voor collega’s, en opkomen voor iedereen.” Op grond van deze feiten en omstandigheden verwerpt het hof de stelling van [appellant] dat EW Facility heeft verzuimd zich als goed werkgever te gedragen omdat zij zich onvoldoende zou hebben ingespannen om de arbeidsverhoudingen te normaliseren. Het is vooral de houding van [appellant] die tot een verstoorde arbeidsrelatie heeft geleid. Door redelijke instructies te negeren, vast te blijven houden aan het Eden hotel als werklocatie terwijl [appellant] daar niet langer welkom was, en bij het Niu Fender hotel eveneens onrust te veroorzaken zoals (de advocaat van) EW Facility bij de hiervoor onder 3.20 weergegeven brief van 24 november 2023 aan (de toenmalige gemachtigde van) [appellant] heeft geschreven, is een arbeidsconflict ontstaan waarin partijen lijnrecht tegenover elkaar zijn komen te staan. Nadat [appellant] geen bereidheid toonde het inmiddels geëscaleerde conflict door middel van mediation op te lossen, kon van EW Facility in redelijkheid niet meer gevergd worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Tegen deze achtergrond lag een herplaatsing van [appellant] , mede gelet erop dat diverse collega’s en leidinggevenden niet langer met [appellant] wilden samenwerken en zij alle vertrouwen in [appellant] waren verloren, niet in de rede. De omstandigheid dat een aantal collega’s geen problemen ondervond in de samenwerking met [appellant] , doet hieraan niet af. De tijdens de mondelinge behandeling opgeworpen vraag waarom [appellant] nooit een verbeter-/coachingstraject heeft gehad is, voor zover deze al als grief dient te worden beschouwd, tardief voorgesteld, want in strijd met de in hoger beroep geldende tweeconclusieregel. De grieven 3 en 4 falen.
grief 5betoogt [appellant] dat de kantonrechter ten onrechte geen aanleiding heeft gezien een billijke vergoeding aan [appellant] toe te kennen omdat van ernstig verwijtbaar of nalaten van EW Facility geen sprake zou zijn. Ter toelichting op deze grief voert [appellant] het volgende aan. [appellant] meent dat EW Facility ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door haar op de eerste dag dat zij haar werkzaamheden in het kader van de re-integratie diende te hervatten, naar huis te sturen. EW Facility heeft op basis van onjuiste aannames rondom haar deelname aan de documentaire c.q. betrokkenheid bij de opnamen in het Eden hotel [appellant] de toegang tot het Eden hotel geweigerd en haar overgeplaatst naar een locatie waar zij haar werkzaamheden als Housekeeper trainer niet kon hervatten aangezien er geen (nieuwe) medewerkers waren om te trainen. Toen de uitzichtloze situatie na tweeënhalf maand niet veranderde, zag [appellant] zich genoodzaakt in kort geding tewerkstelling te vorderen in haar functie van Housekeeper trainer. Blijkens het vonnis in kort geding van 15 maart 2024 diende EW Facility zich in te spannen een nieuwe werklocatie voor [appellant] te vinden. Hoewel [appellant] in het eerste gesprek met [naam 3] te horen kreeg dat EW Facility haar voor de organisatie wilde behouden en dat partijen over de invulling van de functie van [appellant] moesten gaan praten, kreeg [appellant] in het volgende gesprek te horen dat EW Facility wenste over te gaan tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Over concrete herplaatsingsmogelijkheden of andere werklocaties is niet gesproken. Daarmee heeft EW Facility zich niet als een goed werkgever gedragen. Hierdoor is de situatie geëscaleerd en heeft EW Facility niets gedaan om de arbeidsverhouding met [appellant] te normaliseren. EW Facility heeft vervolgens meerdere werknemers onder druk gezet om hun handtekening te plaatsen onder een verklaring tegen [appellant] . Ook heeft EW Facility ervoor gezorgd dat zij inzage kreeg in de groepsapp van de FNV en vervolgens diverse appberichten in de ontbindingsprocedure tegen [appellant] gebruikt. De inmenging van EW Facility in deze groepsapp is in strijd met de bescherming die vakbondsleden/kaderleden hebben op grond van de wet. [appellant] meent dat EW Facility de verhoudingen bewust heeft verstoord met als doel een onwerkbare situatie te creëren en beëindiging van de arbeidsovereenkomst na te streven. [appellant] meent daarom dat een billijke vergoeding op zijn plaats is. Gelet op alle in aanmerking te nemen omstandigheden acht zij een bedrag van € 35.000,- redelijk. Omdat [appellant] ook pensioenschade lijdt die voorlopig is begroot op € 15.000,-, meent [appellant] dat zij in aanmerking komt voor een billijke vergoeding van € 50.000,-.