Uit de stukken en het verhandelde ter zitting in hoger beroep is het volgende gebleken.
De ouders zijn uit elkaar sinds medio 2023. Sindsdien wonen [minderjarige] en de moeder bij oma moederszijde. Sinds 4 september 2023 hebben de ouders gezamenlijk het gezag over [minderjarige] , nadat de vader een daartoe strekkend verzoek had gedaan. De moeder heeft tegen de beschikking van de rechtbank hoger beroep ingesteld. Dit hof heeft de beslissing bij beschikking van 15 oktober 2024 bekrachtigd.
In het kader van het raadsonderzoek, dat heeft geleid tot het raadsrapport van 25 maart 2025 is gesproken met verschillende betrokkenen. Uit het raadsrapport komt het volgende naar voren.
De leerkrachten van [minderjarige] maken zich zorgen om haar. Ze zien dat [minderjarige] moeite heeft met de scheiding tussen haar ouders. Zij is loyaal aan hen beiden maar worstelt met het vinden van balans. Zij was voorheen vrolijk maar de laatste tijd is zij emotioneel belast waardoor zij wisselende stemmingen laat zien. Als zij niet lekker in haar vel zit wil zij niet naar school. Wanneer de moeder haar op woensdagochtend brengt zegt zij tegen haar moeder dat ze niet naar de vader wil, maar wanneer de vader haar ’s middags komt ophalen is [minderjarige] blij om hem te zien.
De speltherapeut van [minderjarige] ziet dat [minderjarige] vast zit tussen de ouders. Het is voor [minderjarige] verwarrend dat zij twee liefdevolle ouders heeft die elkaar afwijzen. Hierdoor bestaat de kans dat [minderjarige] denkt dat zij door haar beide ouders wordt afgewezen. Gezien wordt dat [minderjarige] minder durft te vertrouwen op anderen en wisselend wel en niet verzorgd wil worden. [minderjarige] heeft een aantal mechanismes aangeleerd om zichzelf tegen deze pijnlijke gevoelens te beschermen. Ook heeft [minderjarige] een keer gezegd dat zij liever bij haar moeder wilde wonen. Bij navraag bleek dit voort te komen uit haar wens om de spanning rondom de omgang te verminderen, aldus de speltherapeute in het raadsrapport. Begin 2025 was het advies van de speltherapeut aan de ouders dat zij moeten stoppen met hun onderlinge strijd. Beide ouders is meegegeven hoe zij op [minderjarige] kunnen reageren wanneer het over de andere ouder gaat. [minderjarige] heeft nog steeds hulp nodig om anderen te leren vertrouwen en kan speltherapie nog steeds goed gebruiken, aldus de speltherapeut in het raadsrapport. Inmiddels is de speltherapie van [minderjarige] afgesloten, zo blijkt uit de stukken in hoger beroep. Ter zitting in hoger beroep is naar voren gekomen dat de huisarts voornemens is om [minderjarige] door te verwijzen naar een kinderpsycholoog zodat zij een vertrouwenspersoon heeft om mee te praten.
Uit het raadsrapport blijkt verder dat het Jeugdteam in het gezin is gestart nadat de rechtbank de ouders had geadviseerd om het SCHIP-traject te volgen. Dit traject is echter nooit van de grond gekomen doordat de moeder zei dat dit niet te combineren was met haar EMDR-traject. Bij navraag bij de behandelaar bleek deze niet te hebben gezegd dat de traumabehandeling van de moeder een contra-indicatie is voor het SCHIP-traject. Bij beide ouders heeft het Jeugdteam observaties gedaan, daarbij zijn geen zorgen gezien. Het Jeugdteam maakt zich echter wel grote zorgen omdat zij geen verbetering zien in de verstandhouding tussen de ouders en hun communicatie. Beide ouders geven geen emotionele toestemming aan [minderjarige] om te genieten van het contact met de andere ouder. De ouders blijven strijden over [minderjarige] terwijl dat ten koste van haar gaat. Verder ziet het Jeugdteam dat dringend duidelijkheid over de omgang nodig is voor [minderjarige] .
Actief & Advies zegt in het raadsrapport dat op dit moment een bemiddelingstraject niet passend is omdat de moeder niet openstaat voor gezamenlijke gesprekken met de vader. De moeder heeft aan Actief & Advies verteld dat zij zorgen heeft. Zij wil de aard van deze zorgen echter niet met de hulpverlener delen omdat deze eventuele zorgen in het kader van transparantie ook met de vader en de verwijzer besproken zullen worden. Dit leidt tot een impasse, aldus Actief & Advies.
De raad heeft ook met de therapeut van de moeder gesproken. De moeder is sinds december 2023 onder behandeling van een verpleegkundig specialist GGZ. De therapeut heeft verteld dat bij de moeder sprake is van een posttraumatische stressstoornis. Daarnaast heeft zij afhankelijke persoonlijkheidstrekken. Er is gestart met EMDR-therapie maar dit wordt bemoeilijkt door de stress die de moeder tot op heden ervaart rondom de zorgregeling en het contact dat zij met de vader moet onderhouden. De langdurige onzekerheden rondom de juridische procedures trekken een wissel op de belastbaarheid van de moeder. Het huidige spannings- en angstniveau van de moeder staan in de weg aan traumatherapie. Voor een succesvolle behandeling is nodig dat de angsten van de moeder gehoord worden en dat daar rekening mee wordt gehouden. Zodra er een duidelijke situatie ontstaat met betrekking tot de zorgregeling van [minderjarige] zal de moeder beter in staat zijn de therapiedoelen te verwezenlijken, aldus de therapeut in het raadsrapport.
De raad concludeert in het rapport dat [minderjarige] belang heeft bij contact met beide ouders in de vorm van een gelijke zorgverdeling.
Uit de verdere stukken die in hoger beroep zijn overgelegd blijkt dat de hulpverlening van het Jeugdteam eind november 2025 is afgesloten nadat de moeder een gebrek aan vertrouwen heeft uitgesproken. Hierna is een Eigen Kracht Conferentie opgezet, waaruit een plan is gekomen, dat is geëvalueerd door de ouders. Verder is in november 2025 de hulpverlening van Bureau Mars afgesloten. Daarbij is opnieuw opgemerkt dat [minderjarige] verschillende versies van zichzelf laat zien aan ieder van de ouders.