Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
[minderjarige 3] (14 jaar) en [minderjarige 4] (12 jaar) (hierna: de kinderen) en de omgang tussen hem en de kinderen.
2.De procedure in hoger beroep
30 januari 2026 heeft de voorzitter de inhoud van deze gesprekken zakelijk weergegeven. De vader heeft de gelegenheid gehad om daarop te reageren.
3.De feiten
[in] 2008 te [plaats E] . Deze zaak heeft geen betrekking op [minderjarige 5] .
23 februari 2021, heeft de rechtbank het gezamenlijk gezag van de ouders over de kinderen beëindigd en de moeder met het eenhoofdig gezag belast.
1 maart 2022, heeft de rechtbank een begeleide omgangsregeling tussen de vader en de kinderen vastgesteld, waarbij de kinderen volgens een vastgesteld schema bij de vader verbleven.
4.De omvang van het hoger beroep
5.De motivering van de beslissing
6.De beslissing
mr. A.R. van Wieren, in tegenwoordigheid van mr. B.F. Beijderwellen als griffier en is op
10 maart 2026 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter.