In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Amsterdam bevestigd voor het ten laste gelegde verboden wapenbezit en witwassen, met uitzondering van de strafoplegging die het hof vernietigde en opnieuw bepaalde. De verdachte werd veroordeeld voor het bezit van geladen vuurwapens in een woning en het witwassen van een groot contant geldbedrag.
Het hof vulde de bewijsoverwegingen van de rechtbank aan en oordeelde dat verklaringen van de verdachte en getuigen geen aanleiding gaven tot een andere bewijsbeslissing. De strafoplegging werd aangepast vanwege de ernst van de feiten, de maatschappelijke impact van vuurwapengeweld en witwassen, en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
Hoewel er sprake was van een overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep, werd deze grotendeels toegerekend aan de verdediging. Het hof legde een gevangenisstraf van 386 dagen op, gelijk aan de duur van het voorarrest, en een taakstraf van 120 uur, subsidiair 60 dagen hechtenis. Tevens werd het in beslag genomen geld verbeurd verklaard, waarbij een verzoek van de verdachte om dit bedrag te gebruiken voor een schadevergoeding werd afgewezen.
Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 19 januari 2026.