Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
Feiten
‘Ben wel blij dat je bij [naam 1] een eigen wc en douche hebt. Dat is inderdaad ook het medisch advies.’
4.Procedure bij de voorzieningenrechter
5.Vordering in hoger beroep
a. primair veroordeling van Amsta om de eerst vrijkomende kamer in het Sarphatihuis op de
b. subsidiair veroordeling van Amsta om in gezamenlijk overleg een passende nieuwe
6.Beoordeling
[naam 4] . Zij verklaren dat [appellant] veeleisend is, dat haar zorgverleners druk ervaren en [appellant] een hoge begeleidingsbehoefte heeft; intensieve begeleiding zal volgens hen noodzakelijk blijven. De brief is geschreven in het kader van de door Amsta in 2021 gedane aanvraag voor een zwaardere indicatie, waar [appellant] zich tegen heeft verzet. Hoewel juist is dat er geen diagnostisch onderzoek heeft plaatsgevonden, legt dit - net als de omstandigheid dat het CIZ het bezwaar van [appellant] destijds gegrond heeft verklaard - weinig gewicht in de schaal. Vaststaat immers dat [appellant] niet heeft willen meewerken aan nader psychologisch onderzoek, zoals de psychologen ook in hun brief bevestigd hebben. Dat hun verklaring uitsluitend zou zijn gebaseerd op beweringen van het management, zoals [appellant] heeft aangevoerd, acht het hof niet aannemelijk. In de brief staat dat er meerdere gesprekken tussen de psycholoog en [appellant] hebben plaatsgevonden. De psycholoog lijkt in de brief in ieder geval ook haar eigen waarnemingen te beschrijven.
- anders dan in het Sarphatihuis - een kamer met eigen sanitair beschikbaar was. [appellant] stond daar aanvankelijk positief tegenover en heeft Amsta geschreven dat een eigen wc en badkamer ook medisch werden geadviseerd, maar zij is daar later van teruggekomen. Omdat Amsta geen toegang heeft tot haar medisch dossier kan zij dit niet verifiëren. Wat daar verder ook van zij, vast staat dat het in ieder geval wenselijk is dat [appellant] , die een stoma heeft, haar eigen sanitair heeft, zodat het niet meer dan logisch is dat Amsta daarmee rekening heeft gehouden in haar zoektocht. Na de rondleiding op 9 december 2025 was de aanvankelijke positieve houding van [appellant] voor het [naam 1] verdwenen. Zij stelde zich daar niet thuis te voelen en heeft Amsta meegedeeld dat zij in het Sarphatihuis bleef. Daarmee ontstond een patstelling, waarna Amsta uiteindelijk - na nog eenmaal de zienswijze van [appellant] te hebben gevraagd - eenzijdig heeft besloten tot de overplaatsing. Dit betekent niet dat Amsta niet geprobeerd heeft samen tot een oplossing te komen. En evenmin dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld.