ECLI:NL:GHAMS:2026:590

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
12 februari 2026
Publicatiedatum
6 maart 2026
Zaaknummer
200.341.171/01 en 02 OK
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing enquêteverzoek tegen het bestuur van Óscala wegens onvoldoende gegronde redenen

De Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam behandelde op 12 februari 2026 het verzoek van [aandeelhouder I Holding] tot het bevelen van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Óscala vanaf 1 januari 2022. Verweerster Óscala, samen met [aandeelhouder II Holding] en Kitesearch, verzochten het verzoek af te wijzen en de verzoekster in de kosten te veroordelen.

De Ondernemingskamer overwoog dat het ondernemingsbeleid en de klachten daarover niet zodanig waren dat zij aanleiding gaven tot toewijzing van het enquêteverzoek. Het bestuur geniet autonomie bij het commerciële beleid en het strategische beleid wordt slechts terughoudend getoetst. De informatievoorziening aan aandeelhouders was inmiddels op orde via kwartaalberichten met financiële overzichten.

Hoewel er serieuze vragen waren over management fees vóór 2024 en privébestedingen uit het verleden, waren deze onvoldoende zwaarwegend. Ook speelde mee dat de grootste klant de overeenkomst grotendeels had beëindigd en er geen financiële ruimte was voor volledige betaling van management fees. De Ondernemingskamer achtte de kosten en het belang van de vennootschap zwaarder dan het verzoek tot enquête, waardoor het verzoek werd afgewezen. Er werden geen onmiddellijke voorzieningen getroffen en geen proceskostenveroordeling uitgesproken.

Uitkomst: Het enquêteverzoek tegen Óscala wordt afgewezen wegens onvoldoende gegronde redenen en belangenafweging.

Uitspraak

proces-verbaal
__________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.341.171/01 en 02 OK
Proces-verbaal van het verhandelde ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam van 12 februari 2026.
Tegenwoordig zijn mr. W.A.H. Melissen, voorzitter, mr. A.W.H. Vink en mr. J.M. de Jongh, raadsheren, drs. P.G. Boumeester en mr. drs. G. Boon RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.C.W. Wijffels en mr. S.C. van Paridon, griffiers.
Aan de orde is de behandeling van het verzoekschrift van

[aandeelhouder I Holding] ,

gevestigd/wonende te [plaats] ,
VERZOEKSTER,
advocaten: mrs.
O.L.M. Heutsen
M.E. van den Berg, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n

ÓSCALA B.V.,

gevestigd te Haarlem,
VERWEERSTER,
advocaat: mr.
T. Schutte, kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n

[aandeelhouder II Holding] ,

gevestigd te [plaats] ,
KITESEARCH B.V.,
gevestigd te Heemstede,
BELANGHEBBENDEN,
advocaat:
mr. Schutte, voormeld,

SPRINGBOARD CONSULTANCY S.L.,

gevestigd te Barcelona, Spanje,
BELANGHEBBENDE,
niet verschenen.
Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:
  • [aandeelhouder I Holding] als [aandeelhouder I Holding] ;
  • Óscala B.V. als Óscala;
  • [aandeelhouder II Holding] als [aandeelhouder II Holding] ;
  • Kitesearch B.V, als Kitesearch.
Ter terechtzitting zijn aanwezig:
- [aandeelhouder I] , in zijn hoedanigheid van bestuurder van [aandeelhouder I Holding] , bijgestaan door mr. Heuts voormeld;
- [aandeelhouder II] , in zijn hoedanigheid van bestuurder van Óscala en [aandeelhouder II Holding] , bijgestaan door mr. Schutte voormeld;
- [aandeelhouder III] , in zijn hoedanigheid van bestuurder van Óscala en Kitesearch, bijgestaan door mr. Schutte, voormeld.
[aandeelhouder I Holding] heeft de Ondernemingskamer verzocht – kort samengevat – een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van Óscala vanaf 1 januari 2022, bepaalde onmiddellijke voorzieningen te treffen en Óscala te veroordelen in de kosten. Bij verweerschrift hebben Óscala, [aandeelhouder II Holding] en Kitesearch verzocht om [aandeelhouder I Holding] niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoeken, althans haar verzoeken af te wijzen en haar te veroordelen in de kosten van het geding.
De advocaten lichten de standpunten van de onderscheiden partijen toe, mrs. Heuts en Van den Berg aan de hand van – aan de Ondernemingskamer en de wederpartijen overgelegde – aantekeningen. Partijen en hun advocaten beantwoorden vragen van de Ondernemingskamer en verstrekken inlichtingen.
De voorzitter van de Ondernemingskamer schorst de behandeling ter terechtzitting meermaals.
Na de laatste hervatting van de behandeling verklaren partijen geen overeenstemming te hebben bereikt.
Partijen maken gebruik van de geboden gelegenheid om te repliceren onderscheidenlijk te dupliceren.
De voorzitter deelt mede dat uitspraak zal worden gedaan op de verzoeken.
De Ondernemingskamer doet als volgt mondeling uitspraak:
Wat betreft de aan het verzoek ten grondslag gelegde gronden geldt het volgende:
-
Het ondernemingsbeleid
De klachten over het ondernemingsbeleid zijn niet van dien aard dat deze als gegronde reden voor twijfel kunnen bijdragen aan toewijzing van het enquêteverzoek. Daarbij neemt de Ondernemingskamer in aanmerking dat het bestuur autonomie geniet bij het commerciële beleid en dat het strategische beleid en de uitvoering daarvan slechts terughoudend door de Ondernemingskamer worden getoetst.
-
Informatievoorziening
De informatievoorziening richting de aandeelhouders van Óscala is inmiddels op orde door middel van de kwartaalberichten aan de aandeelhouders, inhoudende: een business update, een winst- en verliesrekening van Óscala en van haar Spaanse dochtervennootschap en bankafschriften van de Nederlandse en Spaanse bankrekeningen. De Ondernemingskamer gaat ervan uit dat deze informatievoorziening aan de aandeelhouders op deze wijze zal worden voortgezet.
-
Hamilton Hill
Hamilton Hill is een vennootschap die geen activiteiten verricht. De verwijten van [aandeelhouder I Holding] die betrekking hebben op Hamilton Hill kunnen niet bijdragen aan gegronde redenen om aan een juist beleid of juiste gang van zaken van Óscala te twijfelen.
-
Management fees
De discussie over de management fees over de periode vanaf 1 januari 2024 is beslecht door de bindend adviseur. De klachten daarover kunnen niet ten grondslag liggen aan de toewijzing van een enquêteverzoek.
De Ondernemingskamer constateert dat partijen wat betreft de periode vóór 1 januari 2024 van mening verschillen over de inhoud van de afspraken over deze management fees. Deze onduidelijkheid roept vragen op, maar de Ondernemingskamer constateert tevens dat de materiële omvang van deze onduidelijkheid beperkt lijkt.
-
Privébestedingen
Dit betreft een discussie uit het verdere verleden. Deze privébestedingen roepen inderdaad vragen op.
-
De aandeelhoudersvergadering van 15 februari 2024
[aandeelhouder I Holding] klaagt over de besluitvorming tijdens de aandeelhoudersvergadering van Óscala van 15 februari 2024. De mogelijke gebreken zijn evenwel hetzij geheeld door de aandeelhoudersvergadering van 30 mei 2024, hetzij bij bindend advies beslecht.
Wat betreft de belangenafweging geldt het volgende:
- De Ondernemingskamer concludeert dat het geschil over de management fees van vóór 2024 en de privébestedingen serieuze vragen oproepen over het beleid en de gang van zaken van Óscala.
- Tegen toewijzing van het enquêteverzoek pleiten evenwel de kosten die gemoeid zijn met een onderzoek en het belang van de vennootschap om bij de huidige stand van zaken, waarbij de grootste klant de overeenkomst voor het overgrote deel heeft beëindigd en er geen financiële ruimte is voor de volledige betaling van de management fees, van een kostbare procedure verschoond te blijven.
Alles afwegend komt de Ondernemingskamer tot het oordeel dat het enquêteverzoek moet worden afgewezen.
Daarmee komt de Ondernemingskamer niet toe aan de verzochte onmiddellijke voorzieningen.
De Ondernemingskamer ziet geen aanleiding om een proceskostenveroordeling uit te spreken.
De voorzitter sluit de behandeling ter terechtzitting.
Waarvan proces-verbaal,