Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
tracking cookies. Bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis van 18 oktober 2023 (hierna: het vonnis van 2023) heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank [plaats 2] , voor zover van belang, als volgt beslist:
- in dit kort geding voldoende aannemelijk is geworden dat inderdaad
- ook als juist is dat [geïntimeerde] nieuw te plaatsen
- niet verboden en evenmin onredelijk is dat [appellant] niet zelf aan [geïntimeerde] vraagt om toestemming, maar dat aan haar partners overlaat, nu die partners de websites exploiteren die [geïntimeerde] bezoekt. Vast staat echter wel dat [appellant] en haar websitepartners als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken in de zin van artikel 26 AVG Pro zijn aan te merken en dat het [geïntimeerde] vrij staat om (alleen) [appellant] aan te spreken om zijn rechten uit hoofde van de AVG na te leven.
- [geïntimeerde] geen genoegen hoeft te nemen met de procedurele maatregelen die [appellant] met haar partners heeft getroffen en dat [geïntimeerde] aannemelijk heeft gemaakt dat het systeem van [appellant] niet naar behoren werkt nu ondanks de door [appellant] getroffen maatregelen toch meermaals zijn persoonsgegevens zijn verwerkt zonder zijn toestemming.
4.Procedure in eerste aanleg
tracking cookiesgeplaatst worden of blijven na betekening van het arrest, tot een maximum van € 50.000,- is bereikt. Daarnaast is [appellant] veroordeeld in de proceskosten met nakosten en rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
5.Vordering in hoger beroep
6.Beoordeling
Met deze vorderingen beoogt [appellant] een eind te maken aan het door het gerechtshof Amsterdam bij het arrest van 5 december 2023 in kort geding aan haar opgelegde gebod.
) Vastgesteld moet immers worden dat er geen ‘100%-waterdichtheid’ is en er nog steeds zonder toestemming tracking cookies worden geplaatst, zodat er recht en belang is bij (handhaving van) het gebod bedoeld onrechtmatig handelen te (doen) staken en gestaakt te (doen) houden.
De dwangsomvordering van [ [geïntimeerde] ] ten aanzien van het aan [appellant] opgelegde/op te leggen gebod/verbod zal worden afgewezen. Er is geen grond (…) voor oplegging van – aanvullende – dwangsommen aan [appellant] . Het belang van [ [geïntimeerde] ] rechtvaardigt dat niet. Als een dwangsom wordt opgelegd, dient deze zinvol te kunnen zijn als een in de gegeven omstandigheden passende prikkel tot nakoming. Dat is hier op dit moment niet het geval. Van belang is dat [appellant] gemotiveerd heeft aangevoerd dat zij inspanningen heeft geleverd en maatregelen heeft getroffen voor zover die mogelijk waren om onrechtmatige plaatsing van cookies te voorkomen, welke inspanningen en maatregelen [ [geïntimeerde] ] onvoldoende gemotiveerd heeft weersproken. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de feitelijke afhankelijkheid van derden voor [appellant] een vergaande plicht meebrengt die inspanningen te verrichten en maatregelen te treffen. Echter, deze zullen naar hun aard in elk geval ten dele reactief zijn, naar aanleiding van constateringen/meldingen van onrechtmatig geplaatste cookies. Oplegging van een dwangsom laat zich met die omstandigheid niet goed verenigen. Verder gelet op de omstandigheid dat niet is gesteld of gebleken dat op dit moment nog, of opnieuw, geschil of discussie bestaat met de Franse toezichthouder, is oplegging van een dwangsom nu niet passend te achten. Dit zou om dezelfde reden ook niet proportioneel zijn. Verder is meegewogen het risico van (geschillen over) het verschuldigd worden van dwangsommen in een situatie dat dit niet op voorhand als een door [appellant] beheersbaar risico kan worden aangemerkt.