Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten en uitgangspunten
- i) Partijen zijn [in] 2018 te [plaats A] met elkaar gehuwd.
- ii) Bij die gelegenheid heeft de vrouw een bruidsschat gekregen;
- iii) Partijen huurden een kluis aan de [A-straat] te [plaats A] . De man heeft die kluis bezocht op 20 januari 2023 om 13:14 uur;
- iv) Bij beschikking van de rechtbank Rotterdam van 19 februari 2025 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en is, onder meer, geoordeeld dat de gouden sieraden (de bruidsschat) naar Turks recht tot het persoonlijk vermogen van de vrouw behoren en dat de man deze gouden sieraden, voor het geval hij deze onder zich heeft, moet afgeven aan de vrouw;
- v) De echtscheiding is op 15 april 2025 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand waardoor het huwelijk van partijen is ontbonden.
- de man veroordeeld tot betaling aan de vrouw van € 40.000,-, bij wijze van voorschot op schadevergoeding;
- bepaald dat de vrouw geen rechten aan deze veroordeling kan ontlenen als de man haar de sieraden, afgebeeld op productie 3 bij dagvaarding (in eerste aanleg), teruggeeft;
3.Beoordeling
haar de gouden sieraden ga geven” (r.o. 4.3 bestreden vonnis).