ECLI:NL:GHAMS:2026:535

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
3 maart 2026
Publicatiedatum
3 maart 2026
Zaaknummer
200.358.108/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:250 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming bijzondere curator voor onderzoek belangen minderjarige bij voorgenomen verhuizing

In deze civiele familierechtelijke procedure staat de vraag centraal of een voorgenomen verhuizing van de moeder met de minderjarige naar een andere plaats in het belang van het kind is. Het hof heeft de ouders in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de voorgenomen benoeming van een bijzondere curator en de onderzoeksvragen.

Beide ouders hebben geen bezwaar gemaakt tegen de benoeming van mevrouw drs. [naam] als bijzondere curator. Het hof heeft haar benoemd met de opdracht een onderzoek te verrichten en het kind in en buiten rechte te vertegenwoordigen. De curator dient onder meer de mening van het kind over de verhuizing te onderzoeken, de gevolgen van de verhuizing op het contact met beide ouders te beoordelen en andere relevante factoren mee te wegen.

De bijzondere curator krijgt de vrijheid het onderzoek naar eigen inzicht in te richten, met inachtneming van de leidraad voor bijzondere curatoren ex artikel 1:250 BW Pro. De advocaten van de ouders worden verplicht de curator van contactgegevens te voorzien. De behandeling van de zaak wordt aangehouden in afwachting van het verslag van de curator, dat uiterlijk 26 april 2026 moet worden ingediend.

Uitkomst: Het hof benoemt een bijzondere curator die onderzoek doet naar het belang van de minderjarige bij de voorgenomen verhuizing en houdt de zaak aan tot ontvangst van het verslag.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht
Team III (familie- en jeugdrecht)
zaaknummer: 200.358.108/01
zaaknummer rechtbank: C/13/766351 / FA RK 25-2042
beschikking van de meervoudige kamer van 3 maart 2026 in de zaak van
[de moeder] ,
wonende te [plaats A] , gemeente [gemeente] ,
verzoekster in principaal hoger beroep,
verweerster in incidenteel hoger beroep,
hierna: de moeder,
advocaat: mr. M. Krijger te Middelburg,
en
[de vader] ,
wonende te [plaats B] ,
verweerder in principaal hoger beroep,
verzoeker in incidenteel hoger beroep,
hierna: de vader,
advocaat: mr. R.A.C.M. Jansen te Rotterdam.
Het hof heeft daarnaast als belanghebbende aangemerkt:
- de minderjarige [minderjarige] , hierna: [minderjarige] , geboren [in] 2014 te [plaats C] .
In de procedure heeft een adviserende taak:
de Raad voor de Kinderbescherming,
gevestigd te Den Haag,
locatie: Amsterdam,
hierna: de raad.

1.Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep

1.1
Bij tussenbeschikking van dit hof van 10 februari 2026 zijn de ouders in de gelegenheid gesteld zich schriftelijk uit te laten over het voornemen van het hof om mevrouw drs. [naam] tot bijzondere curator te benoemen en over de door het hof voorgestelde onderzoeksvragen.
1.2
Bij bericht van 16 februari 2026 heeft de moeder zich uitgelaten over de benoeming en de onderzoeksvragen.
1.3
Bij bericht van 24 februari 2026 heeft de vader zich uitgelaten over de benoeming en de onderzoeksvragen.
2. De verdere beoordeling
2.1
Beide ouders hebben het hof schriftelijk te kennen gegeven geen bezwaar te hebben tegen de benoeming van mevrouw drs. [naam] als bijzondere curator en zich te kunnen vinden in de door het hof voorgestelde onderzoeksvragen.
2.2
Het hof zal overgaan tot benoeming van mevrouw drs. [naam] als bijzondere curator. Niet is gebleken van inhoudelijke bezwaren tegen haar benoeming. De bijzondere curator dient [minderjarige] in het kader van onderhavige procedure in en buiten rechte te vertegenwoordigen en in het kader van die taak onderzoek te verrichten naar de vraag of een verhuizing van de moeder met [minderjarige] naar [plaats D] al dan niet in het belang van [minderjarige] is.
2.3
Het hof verzoekt de bijzondere curator in het kader van de hierboven onder 2.2 omschreven taak de volgende vragen te beantwoorden:
a. wat is de mening van [minderjarige] ten aanzien van een verhuizing naar [plaats D] ?
b. kan [minderjarige] , gelet op zijn leeftijd, de gevolgen van al dan niet verhuizen naar [plaats D] voldoende overzien?
c. wat betekent een verhuizing naar [plaats D] op de lange termijn voor [minderjarige] in het contact met de vader?
d. wat betekent het als [minderjarige] niet naar [plaats D] verhuist op de lange termijn voor [minderjarige] in het contact met de moeder?
e. wat is de visie van de bijzondere curator op de impact die een verhuizing naar [plaats D] op [minderjarige] zal hebben tegenover de impact als [minderjarige] niet naar [plaats D] verhuist?
f. zijn er nog andere relevante factoren waar naar de mening van de bijzondere curator rekening mee dient te worden gehouden?
2.4
Zoals in voornoemde tussenbeschikking is overwogen, heeft mevrouw drs. [naam] zich bereid verklaard om als bijzondere curator voor [minderjarige] op te treden. Het hof zal thans tot benoeming van mevrouw drs. [naam] tot bijzondere curator overgaan.
2.5
Het hof benadrukt dat het de bijzondere curator vrij staat het onderzoek in te richten zoals haar dat in het belang van [minderjarige] juist voorkomt. Het hof wijst de ouders erop dat zij de verplichting hebben aan de door de bijzondere curator in het kader van haar onderzoek te geven instructies gevolg te geven.
2.6
Het hof zal bepalen dat de advocaten van de ouders de bijzondere curator van adres-, email- en telefoongegevens zullen voorzien, zodat zo spoedig mogelijk afspraken kunnen worden gemaakt.
2.7
Teneinde de bijzondere curator in de gelegenheid te stellen op korte termijn van de zaak kennis te nemen zal de griffie van het hof een afschrift van de processtukken aan de bijzondere curator ter beschikking stellen.
2.8
Verder verzoekt het hof de bijzondere curator de leidraad Werkwijze en verslag bijzondere curatoren ex artikel 1:250 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) in acht te nemen.
2.9
In afwachting van het verslag van de bijzondere curator wordt iedere verdere beslissing aangehouden.
2.1
Dit leidt tot de volgende beslissing.

3.Beslissing

Het hof:
benoemt, alvorens verder te beslissen, met ingang van heden tot bijzondere curator als bedoeld in artikel 1:250 BW Pro over de minderjarige [minderjarige] , geboren [in]
2014 te [plaats C] :
mevrouw drs. [naam] ,
[adres]
verzoekt de bijzondere curator
uiterlijk 26 april 2026schriftelijk verslag uit te brengen aan het hof, onder vermelding van het zaaknummer 200.358.108/01, met afschrift daarvan aan partijen en de Raad voor de Kinderbescherming;
bepaalt dat (de advocaten van) partijen per ommegaande adressen, email- en telefoongegevens van de ouders aan de bijzondere curator ter kennis dienen te brengen, zodat zo spoedig als mogelijk afspraken kunnen worden gemaakt;
benoemt tot raadsheer-commissaris mr. J.M.C. Louwinger-Rijk, met wie de bijzondere curator zich, indien daartoe aanleiding is, omtrent het verloop en de voortgang van haar werkzaamheden kan verstaan;
houdt de behandeling van de zaak pro forma aan tot
zondag 3 mei 2026;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M.C. Louwinger-Rijk, mr. T.M. Subelack en
mr. P.J.W.M. Sliepenbeek, in tegenwoordigheid van de griffier en is op 3 maart 2026 in het openbaar uitgesproken door de oudste raadsheer.