ECLI:NL:GHAMS:2026:522

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
3 maart 2026
Publicatiedatum
2 maart 2026
Zaaknummer
200.359.795/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:260 BWArt. 1:247 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging

De zaak betreft de verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, geboren in 2015 en 2021, die bij hun moeder wonen. De vader, woonachtig in Polen, is het niet eens met de verlenging en stelt dat er geen sprake is van ernstige ontwikkelingsbedreiging. De moeder en de gecertificeerde instelling (GI) steunen de verlenging.

De kinderrechter had de ondertoezichtstelling reeds verlengd tot 18 juli 2026. Het hof bevestigt de Nederlandse rechterlijke bevoegdheid en het toepasselijke recht. De vader betwist het rigide en grensoverschrijdend gedrag dat hem wordt toegeschreven en benadrukt zijn goede band met de kinderen. De GI en moeder wijzen op de noodzaak van de ondertoezichtstelling vanwege de problematische communicatie, agressief gedrag van de vader en de traumatische impact op de kinderen.

Het hof stelt vast dat de kinderen sinds juli 2023 onder toezicht staan vanwege ernstige zorgen over hun ontwikkeling en opvoedsituatie, mede door huiselijk geweld en conflicten tussen de ouders. Er zijn meldingen van bedreiging, het niet naleven van omgangsregelingen en traumagerelateerd gedrag bij de kinderen. De omgang tussen vader en kinderen is meerdere malen stopgezet vanwege grensoverschrijdend gedrag van de vader.

Het hof concludeert dat er voldoende bewijs is voor een ernstige ontwikkelingsbedreiging en dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk blijft om een veilige contactregeling tussen vader en kinderen te waarborgen. De ouders zijn niet in staat dit zelf te regelen en de vader werkt niet vrijwillig mee aan hulpverlening. Daarom wordt de verlenging van de ondertoezichtstelling bekrachtigd.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de ondertoezichtstelling tot 18 juli 2026 wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging van de kinderen.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht
Team III (familie- en jeugdrecht)
zaaknummer: 200.359.795/01
zaaknummer rechtbank: C/15/366130 / JU RK 25-802
beschikking van de meervoudige kamer van 3 maart 2026 in de zaak van
[de vader] ,
wonende te Polen,
verzoeker in hoger beroep,
hierna: de vader,
advocaat: mr. Y. Bruin te Heerhugowaard,
en
de gecertificeerde instelling Stichting De Jeugd- en Gezinsbeschermers,
gevestigd te [plaats A] ,
verweerster in hoger beroep,
hierna: de GI.
Het hof heeft daarnaast als belanghebbenden aangemerkt:
- de minderjarige [minderjarige 1] (hierna: [minderjarige 1] );
- de minderjarige [minderjarige 2] (hierna: [minderjarige 2] );
- [de moeder] , wonende te [plaats C] (hierna: de moeder),
advocaat van de moeder: mr. S. Tromp te Hoorn .
In de procedure heeft een adviserende taak:
de Raad voor de Kinderbescherming,
gevestigd te Den Haag, locatie Haarlem,
hierna: de raad.

1.De zaak in het kort

1.1
De zaak gaat over de verlenging van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
1.2
De kinderrechter heeft in een beschikking van 10 juli 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 18 juli 2026. De vader is het daar niet mee eens en wil dat het verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling (alsnog) wordt afgewezen. De GI en de moeder zijn het wel eens met de verlenging van de ondertoezichtstelling.
Het hof bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter en legt hierna uit waarom.

2.De procedure in hoger beroep

2.1
De vader is op 30 september 2025 in hoger beroep gekomen van de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, van 10 juli 2025 (hierna: de bestreden beschikking).
2.2
De moeder heeft op 29 oktober 2025 een verweerschrift ingediend.
2.3
Het hof heeft daarnaast de volgende stukken ontvangen:
- een bericht van de zijde van de GI van 28 oktober 2025 met bijlagen;
- een bericht van de zijde van de vader van 13 januari 2026 met bijlage.
2.4
De voorzitter heeft op 22 januari 2026 met [minderjarige 1] gesproken in het bijzijn van een griffier. De voorzitter heeft tijdens de zitting een korte samenvatting van de inhoud van het gesprek gegeven.
2.5
De zitting heeft op 26 januari 2026 plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig:
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat en een tolk in de Poolse taal, S. Kroszkowski;
- de GI, vertegenwoordigd door de twee betrokken gezinsmanagers;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat en een tolk in de Poolse taal, J.M. Proszkowski;
- de raad, vertegenwoordigd door mevrouw L.C.M. Varkevisser.

3.De feiten

3.1
Uit de inmiddels verbroken relatie tussen de vader en de moeder zijn twee kinderen geboren: [minderjarige 1] [in] 2015 te [plaats B] en [minderjarige 2] [in] 2021 te [plaats C] . De ouders oefenen gezamenlijk het gezag over [minderjarige 1] uit. De moeder oefent alleen het gezag over [minderjarige 2] uit. De vader heeft hem (nog) niet erkend. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] (hierna gezamenlijk ook: de kinderen) wonen bij de moeder.
3.2
De vader, de moeder en de kinderen hebben de Poolse nationaliteit.
3.3
Bij beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar van 18 juli 2023 zijn de kinderen onder toezicht gesteld van de GI tot 18 juli 2024. De ondertoezichtstelling is daarna steeds verlengd tot laatstelijk 18 juli 2026.
3.4
Bij beschikking van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar van 9 september 2025 is, voor zover nu van belang, vervangende toestemming aan de man verleend om [minderjarige 2] te erkennen. Daarnaast is een raadsonderzoek gelast naar de vraag welke gezagssituatie in het belang van de kinderen wordt geacht en of omgang met de vader in het belang van de kinderen kan worden geacht en zo ja, in welke vorm en frequentie.

4.De omvang van het hoger beroep

4.1
De kinderrechter heeft in de bestreden beschikking de ondertoezichtstelling van de kinderen met een jaar verlengd, tot 18 juli 2026. Deze beslissing is gegeven op verzoek van de GI.
4.2
De vader is het niet eens met de beslissing van de kinderrechter. Hij verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en het verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling van de kinderen (alsnog) af te wijzen.
4.3
De GI en de moeder zijn het eens met de beslissing van de kinderrechter en verzoeken de bestreden beschikking te bekrachtigen.

5.De motivering van de beslissing

Rechtsmacht en toepasselijk recht
5.1
Net als de rechtbank is het hof van oordeel dat de Nederlandse rechter bevoegd is om te oordelen over het verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling. De rechtbank heeft het Nederlandse recht toegepast. Dat is tussen partijen niet in geschil, zodat ook het hof daarvan zal uitgaan.
Het wettelijk kader
5.2
Uit artikel 1:260 lid 1 in Pro verband met artikel 1:255 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat de kinderrechter de ondertoezichtstelling van een minderjarige kan verlengen met ten hoogste een jaar, indien een minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:
a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en
b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247, tweede lid, BW, in staat zijn te dragen.
Op grond van artikel 1:260 lid 2 BW Pro kan de kinderrechter de ondertoezichtstelling verlengen op verzoek van de gecertificeerde instelling die het toezicht heeft.
De standpunten
5.3
De vader stelt dat de ondertoezichtstelling ten onrechte is verlengd. Er is volgens hem geen sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging bij de kinderen. De vader betwist dat hij rigide en grensoverschrijdend gedrag vertoont en dat hij geen inzicht heeft in de gevolgen van zijn handelen. De vader heeft juist een goede band met de kinderen en de omgangsmomenten zijn volgens hem ook altijd goed verlopen. De vader is van mening dat de ondertoezichtstelling de samenwerking tussen hem en de moeder belemmert en een obstakel vormt in het contact tussen hem en de kinderen. De communicatie tussen de vader en de GI verloopt moeizaam. De vader voelt zich niet serieus genomen en niet begrepen door de GI en het lukt hem niet om op een normale manier contact te krijgen met de gezinsmanagers. Dat de vader nu in Polen woont, maakt de samenwerking met de GI nog lastiger. De vader heeft zich altijd meewerkend en coöperatief opgesteld. Hij is naar eigen zeggen in staat om samen met de moeder afspraken te maken over de omgang met de kinderen, zodat de ondertoezichtstelling geen toegevoegde waarde heeft. De vader wil heel graag weer normaal contact met de kinderen en hij wil dat de kinderen hem en zijn ouders kunnen bezoeken in Polen.
5.4
De GI stelt dat de ondertoezichtstelling van de kinderen terecht is verlengd. Ter zitting in hoger beroep heeft de GI aangevoerd dat de ondertoezichtstelling nodig is om een voor de kinderen veilige contactregeling met de vader te realiseren. De vader wil in het Pools met de kinderen videobellen, maar de GI acht dat niet in het belang van de kinderen omdat er dan geen toezicht is op wat de vader tegen de kinderen zegt. De kinderen willen zelf ook niet in het Pools met de vader bellen. De vader heeft een duidelijke mening; zijn wil is wet. Het is daardoor moeilijk om met hem in overleg te komen. Het raadsonderzoek in de procedure bij de rechtbank is afgerond. De raad heeft volgens de GI in die procedure bij de rechtbank over het gezag en de omgang een regeling geadviseerd, waarbij de vader en de kinderen eenmaal per vier weken (video)belcontact hebben. De GI is nodig om deze regeling tot stand te brengen en in goede banen te leiden. De ouders zijn niet in staat om dit zelf in onderling overleg te regelen. De komende maanden zullen uitwijzen of de contactregeling goed verloopt en de ondertoezichtstelling mogelijk kan worden beëindigd, aldus de GI.
5.5
Ook de moeder is het eens met de verlenging van de ondertoezichtstelling van de kinderen. Zij stelt dat de ondertoezichtstelling nog steeds noodzakelijk is vanwege de ernstig verstoorde en problematische communicatie tussen de ouders en het ontbreken van contact tussen de vader en de kinderen. De moeder betwist dat zij en de vader in staat zouden zijn in onderling overleg afspraken te maken over de kinderen. De moeder is in het verleden meerdere malen door de vader uitgescholden en bedreigd; de vader gedraagt zich agressief en intimiderend. Om die reden heeft de GI besloten dat het contact tussen de vader en de kinderen enkel onder begeleiding kan plaatsvinden. Doordat de vader ook een agressieve houding heeft tegenover hulpverlenende instanties, moest het contact tussen hem en de kinderen in het verleden meerdere malen worden gestaakt. De kinderen zijn ook getuige geweest van escalaties tussen de ouders en dit heeft een groot effect op hen gehad. Met behulp van de GI is EMDR-therapie ingezet om de trauma’s te kunnen verwerken. De moeder en de kinderen hebben tot nu toe al veel baat gehad bij de ondertoezichtstelling.
Het advies van de raad
5.6
De raad heeft ter zitting in hoger beroep geadviseerd de bestreden beschikking te bekrachtigen. De raad heeft naar voren gebracht het eens te zijn met de GI en de moeder. De betrokkenheid van de GI is in het belang van de kinderen noodzakelijk om de (video)belregeling tussen de vader en de kinderen tot stand te brengen en in goede banen te leiden.
De beoordeling door het hof
5.7
Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is het volgende gebleken. De kinderen zijn in juli 2023 onder toezicht gesteld van de GI vanwege ernstige zorgen over hun ontwikkeling en hun opvoedsituatie. De verhouding tussen de ouders is al jarenlang ernstig verstoord, waarbij sprake is geweest van huiselijk geweld van de vader richting de moeder. De kinderen zijn hier ook aan blootgesteld. Ook gedurende de ondertoezichtstelling zijn er nog meldingen bij Veilig Thuis gedaan. Deze meldingen hebben onder meer betrekking op bedreiging van de moeder door de vader, dat de vader onder invloed zorgdraagt voor de kinderen, dat de kinderen getuige zijn van conflicten tussen de ouders, dat de vader zich niet houdt aan de omgangsregeling en dat de vader zich heeft vertoond bij de school van de kinderen, waardoor zij bang zijn geworden. Uit het dossier blijkt dat er sprake is geweest van een tijdelijk huisverbod en een contact- en locatieverbod voor de vader en diverse politiecontacten waarbij de vader onder invloed was en dwingend overkwam.
Gedurende het verloop van de ondertoezichtstelling zijn bij beide kinderen kindsignalen naar voren gekomen. De kinderen zijn angstig en laten trauma gerelateerd gedrag zien. Gelet hierop is voor beide kinderen traumatherapie ingezet. Ook de moeder heeft hulpverlening.
Daarnaast is in november 2023 hulpverlening vanuit Sensa Zorg ingezet om de omgang tussen de vader en de kinderen te begeleiden en de communicatie tussen de ouders te verbeteren. De omgang tussen de vader en de kinderen is een aantal keer stopgezet, omdat de vader grensoverschrijdend was naar de kinderen en/of naar de begeleiding. In mei 2025 heeft Sensa Zorg de omgangsbegeleiding definitief stopgezet, omdat de vader zich niet hield aan de veiligheidsvoorwaarden.
De vader en de kinderen hebben in mei 2025 voor het laatst fysieke omgang met elkaar gehad. Daarna is de vader naar Polen verhuisd en heeft nog twee keer (video)belcontact tussen hem en de kinderen plaatsgevonden.
5.8
Op grond van het voorgaande is het hof van oordeel dat voldoende is gebleken dat sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging van de kinderen, gelegen in hun belaste voorgeschiedenis, het (grensoverschrijdend) gedrag van de vader en zijn houding ten opzichte van de moeder en de hulpverlening. De vader lijkt niet in te zien hoezeer hij de kinderen hiermee belast. De GI heeft ter zitting in hoger beroep verklaard dat de raad, in de lopende procedure bij de rechtbank tussen de ouders over het gezag over de kinderen en de omgang tussen de vader en de kinderen, een regeling heeft geadviseerd, waarbij de vader en de kinderen eenmaal per vier weken (video)belcontact hebben, mogelijk onder begeleiding. De GI heeft aangegeven een organisatie te hebben gevonden die het contact tussen de vader en de kinderen kan begeleiden. Het hof is, met de GI en de moeder, van oordeel dat de ondertoezichtstelling in het belang van de kinderen noodzakelijk is om de contactregeling tussen de vader en de kinderen tot stand te brengen en in goede banen te leiden. Niet te verwachten is dat de ouders in staat zijn dit in onderling overleg met elkaar te regelen of dat de vader zal meewerken met hulpverlening in het vrijwillig kader. Voor een goed verloop van de contactregeling is voor de komende maanden een ondertoezichtstelling daarom nog aangewezen. Het hof zal de bestreden beschikking bekrachtigen.
5.9
Dit leidt tot de volgende beslissing.

6.De beslissing

Het hof:
bekrachtigt de bestreden beschikking.
Deze beschikking is gegeven door mr. D.H. Steenmetser-Bakker, mr. H.A. van den Berg en mr. J.M.I. Vink, in tegenwoordigheid van mr. A. Paats als griffier en is op 3 maart 2026 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter.