6.5Op verzoek van [appellanten] zijn in 2021 tijdens een voorlopig getuigenverhoor vijf getuigen verhoord: [appellant] , [geïntimeerde 1] , de heer en [naam 10] (de ouders van [naam 2] en [naam 10] ) en tandarts [naam 1] . Tijdens de getuigenverhoren zijn, voor zover van belang, de volgende verklaringen afgelegd (met verbetering van typefouten):
[naam 14]
:
(…). In mei 2017 wist ik dat [appellant] naar een ander praktijkpand ging verhuizen. Ook dit gaf mij een verkeerd onderbuik gevoel. Dit leek mij een goed moment om naar een andere orthodontist te gaan. Want mijn dochter [naam 2] had voordien heel veel pijn gehad. Ik had [appellant] bij eerdere consulten al gevraagd of al die behandelingen van [naam 2] en die apparaten wel nodig waren.
Wij waren net in [plaats 5] komen wonen en ik kende er bijna niemand. Ik heb toen wat gegoogeld en toen kwamen wij bij [geïntimeerde 1] uit. Toen wij hem bezochten, bleek dat het heel erg was gesteld bij [naam 2] . Haar kiezen waren scheef gaan staan en er waren afdrukken in de tong door alle aangebrachte apparatuur. Bij de eerste behandeling van [geïntimeerde 1] heeft hij al foto’s van [naam 2] genomen en mogelijk ook van [naam 10] genomen. Bij [naam 10] werden de brackets er meteen door [geïntimeerde 1] afgehaald en hij heeft de behandeling van haar gestaakt. (…) Ik heb uiteindelijk besloten een officiële klacht over [appellant] in te dienen. Ik deed dit omdat ik vond dat uitgezocht moest worden wat er gebeurd was en deze ellende anderen bespaard moest blijven. (…) Het kostte ons in die tijd veel moeite om de foto’s die [appellant] van onze dochters had gemaakt, te krijgen, om deze aan [geïntimeerde 1] te kunnen geven. Mijn klachten zijn geformuleerd in mijn e-mail van 5 november 2018 (…). Die klacht heb ik zelf geformuleerd. Voordien had ik geen andere klacht geformuleerd. Nadat ik deze klacht had ingediend heeft [geïntimeerde 1] , op verzoek van Mondzorg, een brief ik dacht aan Mondzorg geschreven gedateerd 30 november 2018 (…).
Ik heb mijn klachtmail van 5 november 2018 recent nog eens doorgelezen. Wat daarin staat klopt en ik herhaal de feiten ook nu ik onder ede sta. De klachtwaardige behandelfouten gedaan door de heer [appellant] , heb ik vernomen van de heer [geïntimeerde 1] . Uitsluitend op grond van zijn informatie heb ik mijn klacht geformuleerd. U houdt mij de citaten voor die [geïntimeerde 1] zou hebben uitgesproken. Ik herinner mij dat [geïntimeerde 1] deze bewoordingen gebruikt heeft. Ik heb mijn negatieve ervaringen met [appellant] niet met andere mensen gedeeld. Ik woonde net in [plaats 5] en ik kende er verder niemand. Er zijn dus ook geen negatieve schriftelijke uitlatingen van mij over [appellant] . (…)
Mijn klachtmail van 5 november 2018 heb ik zelf opgesteld. Ik nam daarin op mijn bevindingen die ik van [geïntimeerde 1] te horen had gekregen. Tevoren had [geïntimeerde 1] alle apparaten bij [naam 2] verwijderd. Ik was toen geëmotioneerd. [geïntimeerde 1] zei toen dat ik een klacht kon indienen, als ik het niet met de eerdere behandelingen eens was.
(…) Ik ben moeder en in die hoedanigheid kreeg ik die behandelingen een onderbuikgevoel maar ik kon deze behandeling door [appellant] niet professioneel beoordelen. Dat veranderde toen ik overstapte naar [geïntimeerde 1] en diens mening hoorde.
(…)
[naam 15]
:
(…) De reden waarom wij besloten niet meer naar [appellant] toe te gaan weet ik nog wel ongeveer. Dat werd mede ingegeven omdat we niet helemaal tevreden waren. Waar die onvrede vandaan kwam moet u eigenlijk aan mijn vrouw vragen. Ik weet wel dat [naam 2] veel pijn heeft gehad en dat de littekens veroorzaakt door de apparatuur nu nog in haar tong staan. Dat geldt voor beide kinderen. Toen wij vernamen dat [appellant] ging verhuizen naar een andere praktijkruimte, leek ons dat een goed moment om om te zien naar een andere orthodontist. Het heeft vervolgens nog een tijd geduurd voordat we besloten een klacht in te dienen. We besloten tot een klacht omdat we de behandelingen goed uitgezocht wilden hebben en ook vanwege de pijn die onze dochters hebben gehad(…). Ik ken de klacht (…). Ik heb die recent nog doorgelezen. Voor zover ik dat kan beoordelen, kloppen de feiten die daarin verwoord worden. (…)
De behandeling van [naam 2] moest na de overstap weer helemaal opnieuw beginnen. Die duurde vervolgens weer ongeveer twee jaar. Alles wat [appellant] bij haar had gedaan, bleek voor niets. De geciteerde uitlatingen die in de klacht genoemd staan en die [geïntimeerde 1] zou hebben geuit, heb ik nooit gehoord: ik was er immers nooit bij. De klachtgronden die in onze klacht zijn aangeworpen hebben wij uitsluitend op basis van de informatie van [geïntimeerde 1] . Ik heb niet van andere patiënten van [appellant] gehoord dat zij slechte ervaringen met hem hadden. Ik ken weinig mensen in de omgeving van [plaats 5] .
(…)
Nadat wij van de beoordeling van [geïntimeerde 1] [kennis] hadden genomen heb ik mij nooit in het openbaar negatief over [appellant] uitgelaten. Zelfs mijn huidige tandarts weet niet van onze bezwaren. Ik heb nooit patiënten van [appellant] benaderd of mij ergens anders negatief over hem uitgelaten. Wij hebben uiteindelijk besloten de kwestie te schikken omdat ik van [appellant] af wilde.
(…)
U vraagt mij naar mijn oordeel over de behandelingen van mijn dochters door [appellant] . Wel: wij waren niet tevreden. (…) [naam 2] heeft heel veel pijn gehad. Bovendien had ze uitslag van de lipbumper, aan de onderkant van de mond en zoals gezegd hadden beide dochters littekens in de tong.(…)
[geïntimeerde 1] :
(…) Ik zag [naam 2] en [naam 10] voor het eerst in mijn praktijk op 25 juli 2017. Dat was het eerste consult. (...) U toont mij productie 6 bij het verzoekschrift, dat is een rapport van mij over [naam 2] met mijn visie over de behandeling van de toenmalige orthodontist. Als ik mij goed herinner heb ik die visie op schrift gezet op verzoek van [naam 10] . Zij was daarom gevraagd door Mondzorg. (...) In voornoemde brief schreef ik dat de voorgaande behandeling ‘niet helemaal naar wens verliep’. U vraagt mij wat er aan de hand was. Toen [naam 2] voor het eerst bij mij kwam zag ik een zeer verdrietig meisje en een zeer verdrietige moeder. Wat mijn professionele bevindingen toen waren staat in mijn brief aan tandarts [naam 1] van 26 juli 2017. (...)
U houdt mij de citaten voor uit productie 11, de klacht van [naam 10] aan Mondzorg. Ik heb deze verwoordingen vermoedelijk niet zo gezegd. (…) Wat ik wel heb gezegd is dat ik het een schande vond voor de orthodontie. Ik wist toen namelijk niet wie de behandelaar was; ik wist niet wanneer [appellant] in zijn praktijk werkte. (...) U vraagt of ik het woord ‘kindermishandeling’ aan de moeder [naam 15] heb vermeld. Ik vond het een en ander op een kindermishandelende manier gedaan. Als een kind zoveel pijn heeft met deze apparatuur, vind ik het een vorm van kindermishandeling. U vraagt mij of ik het woord ‘prehistorisch’ toen heb gebruikt. Ik zeg meestal ‘ouderwets’. Het zijn technieken uit mijn jeugd die ik tegenkwam. Wat ik bij [naam 2] aantrof, maak je niet veel mee. Ik neem ook wel patiënten van andere collega’s over, en daar kan ik doorgaans doorgaan met de apparatuur die zij eerder aanbrachten.
U vraagt mij of ik verzoekers structureel zwart heb gemaakt zoals zij stellen. Ik zou niet weten in welke vorm. (…) Ik heb nooit aan patiënten of voormalige patiënten van [appellant] laten weten dat verzoekers kinderen zouden mishandelen of ouderwetse behandelmethoden zouden toepassen. Ik heb dat ook niet in andere bewoordingen gedaan en evenmin schriftelijk. Ik spreek die mensen niet tenzij ze zich bij mij melden. Ik heb alleen een brief geschreven naar verwijzend tandarts [naam 1] na mijn eerste consult. Dat doe ik altijd: ik geef dan aan wat ik aantrof en wat ik daarvan vind.
Ook richting tandartsen uit [plaats 4] en omgeving of aan andere derden heb ik mij nooit negatief over verzoekers uitgelaten. Ik spreek niet met collega’s over collega’s. U vraagt mij hoeveel patiënten ik na 1 juni 2017 heb overgenomen die voordien onder behandeling waren bij verzoekers. Dat heb ik niet paraat. Dat waren er geen tientallen. Misschien tien. Ik merk op dat ik deze patiënten niet overneem; het zijn mensen die op eigen gelegenheid naar mij toekomen. (...)
Gevraagd naar een brief van mij van 18 november 2016 aan de [naam 16] over [naam 6] kan ik bevestigen dat ik die brief heb verstuurd. Deze [naam 6] was patiënt van TCV, niet van [appellant] . (...) Die brief heeft niets met deze zaak te maken. (...) Zoals eerder gezegd: ik schrijf een verwijzend tandarts eerlijk wat ik bij een eerste consult van de betreffende patiënt aantref. (...)
Verwezen naar WhatsAppverkeer tussen [appellant] en [naam 1] van 11 april 2017 (...). Ik heb mijn assistentes niet geïnstrueerd om zich uit te laten over [appellant] . Ik weet niet waarom [naam 1] dit schrijft en evenmin weet ik welke assistente hier bedoeld is. Dit zeg mij niets. Ik ken de mensen die in dit appverkeer genoemd worden niet. [naam 9] is geen patiënt van mij. [naam 8] ken ik niet.
(...)
Ik heb [naam 10] niet geholpen bij het formuleren van haar klacht. Het kan zijn dat ik haar heb geantwoord dat zij, als zij het ergens niet mee eens was, een klacht zou kunnen indienen. Ik heb toen niet aangegeven hoe dat moest. (...)
[naam 1] :
(...) Ik ben niet op de hoogte van de technieken in de orthodontie. [appellant] werkt op een andere manier dan [geïntimeerde 1] . Ik ben altijd tevreden geweest over de resultaten van beide orthodontisten. Als ik niet tevreden was geweest met wat een van hen had gedaan, had ik dat met de betreffende orthodontist opgenomen. (...)
U vraagt mij of ik wel eens van mijn patiënten negatieve uitlatingen heb gehoord over de behandelingen of resultaten van [appellant] . Ik heb inderdaad eenmaal uit tweede hand iets dergelijks vernomen. Dat betrof een familielid van een patiënt van mij en van [appellant] . Dat familielid had vernomen dat [appellant] ouderwetse methodes had gebruikt. Ik heb niet gevraagd waar deze persoon die kennis vandaan had. Ik heb niet direct iets gemerkt van negatieve publiciteit of uitingen door [geïntimeerde 1] over [appellant] , behalve dan de zojuist genoemde informatie van het familielid van de [familie] . Ik kan mij niet herinneren ooit een mail te hebben ontvangen van [geïntimeerde 1] waarin hij zich negatief uitlaat over de behandeling van een patiënt door [appellant] .
(...)
De [familie] heeft destijds met mij gemaild en daarbij het woord ‘kindermishandeling’ gebruikt. Ik moet het antwoord schuldig blijven of [geïntimeerde 1] dit woord ook, in relatie tot [appellant] , in mijn richting heeft geuit.(...)
Er zijn geen zorginstanties (of iets dergelijks) geweest die mij ooit hebben benaderd over de behandelingen door [appellant] . Ik ben niet bekend met patiënten die overwogen een klacht in te dienen tegen [appellant] , behalve de [familie] .
(...)
Gevraagd naar mijn reactie op whatsappberichten van 11 april 2017 waarin de naam [naam 8] wordt genoemd (…) Ik weet niet van wie ze de betreffende informatie hebben verkregen en evenmin welke assistente van [geïntimeerde 1] zich op deze manier negatief zou hebben uitgelaten. [naam 8] is een patiënte van mij. (...)