ECLI:NL:GHAMS:2026:49
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ondertoezichtstelling minderjarige gericht op contactherstel en identiteitsontwikkeling
De zaak betreft de ondertoezichtstelling van een minderjarige, [kind 1], die sinds 2020 bij haar vader woont. De kinderrechter stelde haar onder toezicht van een gecertificeerde instelling (GI) voor de duur van een jaar vanwege zorgen over haar ontwikkeling en het ontbreken van contact met haar moeder sinds eind 2024.
De vader is tegen deze ondertoezichtstelling in hoger beroep gegaan, stellende dat er geen sprake is van een ontwikkelingsbedreiging en dat de thuissituatie stabiel is. De raad voor de kinderbescherming en de GI handhaven het standpunt dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk is om contactherstel tussen moeder en kind te bevorderen en om zicht te krijgen op de opvoedvaardigheden van de vader.
Het hof overweegt dat het ontbreken van contact tussen [kind 1] en haar moeder een ernstige bedreiging vormt voor haar identiteitsontwikkeling. De voortdurende strijd en het wantrouwen tussen de ouders vormen een directe bedreiging voor de ontwikkeling van het kind. Het hof acht het noodzakelijk dat de GI binnen het gedwongen kader van de ondertoezichtstelling contactherstel en zicht op de opvoedsituatie bevordert.
De ondertoezichtstelling wordt bekrachtigd omdat vrijwillige verbetering van de communicatie en omgang niet is gerealiseerd. Het hof benadrukt het belang van onbelast contact met beide ouders voor de ontwikkeling van het kind en wijst op de noodzaak van voortvarende inzet van de GI in het belang van [kind 1].
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling van de minderjarige gericht op contactherstel en identiteitsontwikkeling.