ECLI:NL:GHAMS:2026:48
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herstel gezag moeder over minderjarige met complexe zorgbehoefte
Deze zaak betreft het hoger beroep van een moeder die verzocht om herstel in het gezag over haar zoon, een zevenjarige jongen met complexe gedragsproblemen en een langdurige klinische opname. De rechtbank had haar verzoek eerder afgewezen en de voogdij toegewezen aan een gecertificeerde instelling (GI). De moeder wenste het gezag te combineren met een ondertoezichtstelling, terwijl de GI en de rechtbank dit niet wenselijk achtten.
Het hof heeft de feiten en de standpunten van partijen zorgvuldig gewogen. De minderjarige verblijft sinds zijn geboorte bij pleeg- en gezinshuisouders en is sinds 2023 klinisch opgenomen vanwege ernstige gedragsproblemen. Er is een hechtingsrelatie tussen de moeder en de zoon opgebouwd, maar het contact is nog in opbouwfase en de thuissituatie van de moeder is onvoldoende geschikt voor terugplaatsing. De GI benadrukte het gebrek aan duidelijkheid over diagnose, behandeling en thuissituatie, en achtte het prematuur om het gezag aan de moeder te herstellen.
De Raad voor de Kinderbescherming onderschreef het belang van een geleidelijke opbouw van contact en waarschuwde voor risicovolle situaties bij voortijdig herstel van het gezag. Het hof concludeerde dat het in het belang van de minderjarige is dat de GI voorlopig de voogdij blijft voeren om het zorgtraject voort te zetten. Het verzoek van de moeder is daarom afgewezen en de bestreden beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de moeder tot herstel in het gezag af en bekrachtigt de voogdij bij de gecertificeerde instelling.