ECLI:NL:GHAMS:2026:48
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Herstel in gezag van moeder over minderjarige en beëindiging voogdij
In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam op 13 januari 2026 uitspraak gedaan in hoger beroep over het verzoek van de moeder om hersteld te worden in haar gezag over haar zoon [minderjarige 1] en de beëindiging van de voogdij. De rechtbank Noord-Holland had eerder het verzoek van de moeder afgewezen, waarop zij in hoger beroep ging. De moeder stelt dat het noodzakelijk is dat zij in het gezag wordt hersteld, omdat dit duidelijkheid voor haar zoon zou scheppen. De GI, die belast is met de voogdij, is van mening dat het prematuur is om de moeder in het gezag te herstellen, gezien de onduidelijkheid over de thuissituatie en de gedragsproblemen van [minderjarige 1]. Het hof heeft de bestreden beschikking bekrachtigd, omdat het in het belang van [minderjarige 1] acht dat de GI voorlopig met de voogdij belast blijft. De moeder heeft een belaste geschiedenis en er zijn zorgen over de stabiliteit van de thuissituatie. Het hof concludeert dat er nog veel onzekerheden zijn en dat het herstel van het gezag op dit moment niet in het belang van de minderjarige is.