Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
4.Eerste aanleg
- In eerste aanleg ging het geschil over het appartement in [plaats 4] over de vraag of tussen partijen een koopovereenkomst is gesloten waarbij [appellant] dat appartement heeft gekocht van [geïntimeerden] . De rechtbank heeft geoordeeld dat, ondanks het ontbreken van een schriftelijk vastgelegde koopovereenkomst, wel sprake was van volledige wilsovereenstemming over de essentialia daarvan en dus van een gave koopovereenkomst (vonnis 5.6.5). Het beroep van [appellant] op dwaling (hij zou hebben gedwaald over het bedrag dat [geïntimeerden] . zelf voor dat appartement hadden betaald) heeft de rechtbank verworpen (vonnis 5.6.6). De rechtbank heeft daarom in conventie [appellant] vordering tot terugbetaling van de koopsom van € 165.000 afgewezen en in reconventie [appellant] veroordeeld tot nakoming van deze koopovereenkomst en meer in het bijzonder tot het afnemen van het appartement
- Over de woning in [plaats 3] , die [appellant] aan [geïntimeerde 2] heeft verkocht en geleverd, heeft de rechtbank [appellant] stellingen aldus begrepen en samengevat (vonnis 5.6.8), dat hij uitging van de veronderstelling dat deze woning, in het kader van de Trinity-afspraken, gemeenschappelijk eigendom zou worden, op naam van hen alle drie zou komen te staan en dat hij alleen vanwege deze dwaling, waarvan [geïntimeerde 2] op de hoogte was, heeft ingestemd met de veel te lage koopprijs waarop [geïntimeerde 2] had aangedrongen. Op grond van deze dwaling vordert [appellant] (naar het hof zal begrijpen: op de voet van artikel 6:230 lid 2 BW Pro) om niet de koopovereenkomst te vernietigen maar de koopprijs aan te passen en [geïntimeerde 2] te veroordelen tot (bij)betaling van € 104.000,-.
De rechtbank heeft over [appellant] stellingen betreffende de woning in [plaats 3] geoordeeld het niet aannemelijk te achten dat de koopprijs van € 400.000,- (ver) onder de marktwaarde zou liggen (vonnis 5.6.9) en evenmin dat [appellant] door een communicatieve stoornis te gemakkelijk zou zijn meegegaan in de voorstellen van [geïntimeerden] . (vonnis 5.6.10) en heeft om die redenen geoordeeld (vonnis 5.6.11) dat deze koopovereenkomst niet vernietigbaar is wegens wilsgebreken en dus in stand blijft.