In deze zaak stond de verdachte terecht voor een overtreding van artikel 9, zevende lid, van de Wegenverkeerswet 1994, gepleegd op 9 februari 2022 te Amsterdam. De politierechter in de rechtbank Amsterdam had eerder een vonnis gewezen, waartegen hoger beroep werd ingesteld.
Het gerechtshof Amsterdam heeft het vonnis van de politierechter vernietigd en doet opnieuw recht. De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier weken, waarvan de uitvoering is opgeschort onder een proeftijd van twee jaar. Daarnaast is een taakstraf van zestig uur en dertig dagen hechtenis opgelegd, waarbij de hechtenis kan worden vervangen indien de taakstraf niet naar behoren wordt verricht.
De vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf is afgewezen. Het hof heeft hiermee een evenwichtige straf opgelegd, waarbij rekening is gehouden met de omstandigheden van het geval en de wettelijke voorschriften die van toepassing zijn.