Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.WEST OIL GROUP HOLDING B.V.,
W.O.G. HOLDING LTD.,
OWG OIL WEST LTD.,
4.YUDELLE ASSET HOLDINGS LTD.,
5.KUFFRY ASSET HOLDINGS LTD.,
RAMNISA HOLDINGS LTD.,
STAR CLOUD HOLDINGS INC.,
8.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2],
10.[geïntimeerde 3] ,
11.[appellant 1] ,
12.[appellant 2] ,
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
Lenderen OWG Ltd als
Borrowereen
Summary of Indicative Terms and Conditions(hierna: de Summary) opgesteld. In dat document wordt WOG BV geïntroduceerd als nieuwe houdstermaatschappij voor de werkmaatschappijen waarvan OWG Ltd aandeelhouder was. Verder worden de door Group DF verstrekte leningen aan OWG Ltd beschreven en worden een nieuwe door Group DF te verstrekken lening aan OWG Ltd en een nieuwe leningsovereenkomst voor de reeds verstrekte en de nog te verstrekken nieuwe lening genoemd. WOG BV wordt daarbij genoemd als ‘Guarantor’ ten gunste van Group DF voor de verplichtingen van OWG Ltd onder die nieuwe leningsovereenkomst. Voor de gehele financiering (alle leningen tezamen) worden nieuwe zekerheden genoemd voor de betalingsverplichtingen van OWG Ltd uit hoofde van alle geldleningen, waaronder de aandelen in WOG BV.
This Summary (…) does no create any legally binding obligations on the Lender or the Borrower, save as expressly set out hereinbelow.
legally binding obligations on the DF Investor[Group DF, hof],
the JV Company[WOG BV, hof],
the Existing Shareholders[Yudelle en de niet verschenen geïntimeerden onder 5, 6 en 7, hof],
the ES Investor[WH Ltd, hof],
the OWG Guarantors[ [naam 1] , [geïntimeerde 1] , [geïntimeerde 2] en de niet verschenen geïntimeerde 10, hof],
the GDF Guarantor[de UBO van Group DF, hof]
or Continium or any of their respective affiliates or any other party.”
DISPUTE RESOLUTION AND ARBITRATION CLAUSE” gekozen voor arbitrage door het LCIA voor de beslechting van geschillen voortvloeiend uit, of in verband met, de JV Agreement (en daaraan verbonden documenten). In hoofdstuk 19 is een rechtskeuze voor Engels recht opgenomen.
The suretyship agreement[de Garantie, hof]
is in the process of signing: sent to Netherlands, and then will be sent to the signing of [appellant 1] unfortunately, today [appellant 1] flew on a business trip, but on his return it will be immediately signed and sent to you.(…)”
Any dispute arising out of or in connection with this Amendment Agreement, including any question regarding its existence, validity or termination, shall be referred to and finally resolved by arbitration under the Rules of the London Court of International Arbitration (…).
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vordering in hoger beroep
6.Beoordeling
De rechter van een Verdragsluitende Staat bij wie een geschil aanhangig wordt gemaakt over een onderwerp ten aanzien waarvan partijen een overeenkomst als bedoeld in dit artikel hebben aangegaan, verwijst partijen op verzoek van een hunner naar arbitrage, tenzij hij constateert, dat genoemde overeenkomst vervallen is, niet van kracht is of niet kan worden toegepast.”
Met Grief 1B (…) komt Group DF op tegen het oordeel van de rechtbank over de reikwijdte van het arbitragebeding opgenomen in de WOG Garantie, voor zover al overeengekomen.” Uit deze bredere context leidt het hof af dat Group DF in de eerste plaats grieft tegen de door de rechtbank veronderstelde totstandkoming van het arbitragebeding. Het hof zal zich daar eerst over buigen. Daarbij merkt het hof op dat het belang van WOG c.s. bij het bezwaar tegen de uitbreiding van de grief beperkt is, omdat hierna wordt geoordeeld dat het arbitragebeding tussen partijen overeen is gekomen en de grief in zoverre faalt.
Unless otherwise agreed by the parties, an arbitration agreement which forms or was intended to form part of another agreement (whether or not in writing) shall not be regarded as invalid, non-existent or ineffective because that other agreement is invalid, or did not come into existence and has become ineffective, and it shall for that purpose be treated as a distinct agreement”.
18.(…)
Even if the allegation is that there was no concluded agreement (for example, that terms of the main agreement remained to be agreed) that is not necessarily an attack on the arbitration agreement. If the arbitration clause has been agreed, the parties will be presumed to have intended the question of whether there was a concluded main agreement to be decided by arbitration.”
32. (…) The validity, existence or effectiveness of the arbitration agreement is not dependent upon the effectiveness, existence or validity of the underlying substantive contract unless the parties have agreed to this.(…)”
any dispute arising out of or in connection with this Deed, including any question regarding itsexistence, validity[onderstreping door het hof]
or termination.” De discussie over de vraag of de Garantie tot stand is gekomen, staat dan ook niet in de weg aan de geldigheid van het arbitragebeding en kan aan de orde komen in de hoofdzaak. Dit is ook in lijn met wat Lord Hoffmann heeft overwogen in voornoemde uitspraak in de zaak Fiona Trust (nummer 18 zoals hiervoor geciteerd).
In this Part an “arbitration agreement” means an agreement to submit to arbitration present or future disputes (whether they are contractual or not).” Ook daaruit volgt dat in beginsel niet alleen contractuele maar ook buiten-contractuele vorderingen kunnen worden bestreken door een arbitragebeding.
Any dispute arising out of or in connection with this Deed, including any question regarding its existence, validity or termination, shall be referred to and finally resolved by arbitration under the Rules of the London Court of International Arbitration (…)”. Zoals hiervoor is overwogen, moet dit beding ruim worden uitgelegd en ook uit de alomvattende bewoordingen zelf - “
any dispute arising out of or in connection with this Deed” - volgt dat dit beding een breed toepassingskader kent zonder uitsluiting. Gelet op dit alles luidt de conclusie dat Group DF en WOG BV hebben bedoeld dat hieronder ook vorderingen uit onrechtmatige daad vallen.
The purpose of the clause is to provide for the determination of disputes of all kinds, whether or not they were foreseen at the time when the contract was entered into.” Group DF heeft bovendien nagelaten om nader te concretiseren welke geschillen ondanks de ruime formulering niet onder het arbitragebeding zouden vallen, hetgeen wel op haar weg had gelegen.
in principaal appelals volgt vast ten aanzien van:
€ 9.141,-
- griffierecht € 6.561,-
- salaris advocaat € 2.580,- (tarief II, 2 punten)
€ 9.141,-
- griffierecht € 1.780,-
- salaris advocaat € 2.580,- (tarief II, 2 punten)
€ 4.360,-
- griffierecht € 2.053,-
- salaris advocaat € 2.580,- (tarief II, 2 punten)
€ 4.633,-