ECLI:NL:GHAMS:2026:430

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
24 februari 2026
Publicatiedatum
24 februari 2026
Zaaknummer
23-000806-25
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis met deels voorwaardelijke taakstraf voor opzetaanranding

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de strafzaak betreffende opzetaanranding. De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één week met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf van 40 uur, subsidiair 20 dagen hechtenis.

In hoger beroep bevestigde het hof het bewezenverklaarde feit, maar vernietigde het de opgelegde straf en legde een nieuwe straf op. De verdachte had zonder toestemming en ondanks herhaalde waarschuwingen het slachtoffer op de (boven)benen en billen aangeraakt, wat een inbreuk op de lichamelijke integriteit en persoonlijke levenssfeer betekende. Het gedrag werd als vernederend en grensoverschrijdend beoordeeld, met impact op het veiligheidsgevoel in het uitgaansleven.

Het hof hield rekening met het ontbreken van een strafblad en de psychische problemen van de verdachte, die onder behandeling is en medicatie gebruikt. Ook werd meegewogen dat het incident van korte duur was en geen verdergaand fysiek geweld bevatte. Gelet op deze omstandigheden legde het hof een deels voorwaardelijke taakstraf op, bedoeld om herhaling te voorkomen.

De straf bestaat uit 40 uur taakstraf waarvan een deel voorwaardelijk is met een proeftijd van twee jaar, en een vervangende hechtenis van 20 dagen indien de taakstraf niet wordt verricht. Het vonnis van de politierechter werd voor het overige bevestigd.

Uitkomst: Het gerechtshof legt een deels voorwaardelijke taakstraf van 40 uur op met een proeftijd van twee jaar voor opzetaanranding.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000806-25
datum uitspraak: 24 februari 2026
VERSTEK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 3 april 2025 in de strafzaak onder parketnummer 15-336671-24 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1981,
adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
10 februari 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de opgelegde straf – in zoverre zal het vonnis worden vernietigd – en met dien verstande dat het hof de bewijsmiddelen na het eventueel instellen van beroep in cassatie zal uitwerken in een aanvulling op dit arrest.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één week met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft onverwachts en zonder toestemming de (boven)benen en billen van het slachtoffer aangeraakt. Dit terwijl zij hem meermalen had gezegd dat hij haar met rust moest laten. Door dit handelen heeft de verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer. Dergelijk gedrag wordt door slachtoffers vaak als vernederend en grensoverschrijdend ervaren en draagt bij aan gevoelens van onveiligheid in het uitgaansleven. De verdachte heeft onvoldoende respect getoond voor de grenzen van een ander.
Het hof heeft verder acht geslagen op het gegeven dat de verdachte geen strafblad heeft en op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals die in eerste aanleg naar voren zijn gebracht. Uit dat laatste blijkt dat hij dat hij kampt met psychische problemen waarvoor bij onder behandeling staat en medicatie krijgt. Het hof houdt hiermee in enige mate ten gunste van de verdachte rekening bij het bepalen van de straf. Bij het bepalen van de straf heeft het hof verder in het voordeel van de verdachte en meer dan de rechtbank er rekening mee gehouden dat het hier gaat om een incident van relatief korte duur en dat geen sprake is geweest van verdergaand fysiek geweld.
Het hof acht, alles afwegende, een deels voorwaardelijke taakstraf van na te melden duur passend en geboden. Het hof legt een deel voorwaardelijk op met de bedoeling de verdachte er (extra) van te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 241 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
20 (twintig) dagen hechtenis.
Bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf, groot
20 (twintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
10 (tien) dagenhechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.C. Bijlsma, mr. T. de Bont en mr. N.E. Kwak in tegenwoordigheid van mr. L. van Dijk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 24 februari 2026.
=========================================================================
[…]