ECLI:NL:GHAMS:2026:423
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging zorgregeling en vaststelling wekelijks videobelmoment tussen vader en minderjarige
De zaak betreft een geschil over de zorgregeling voor een vierjarige minderjarige na echtscheiding van de ouders. De rechtbank had een begeleide omgang vastgesteld van minimaal twee uur per twee weken, wat de vader betwistte en wilde uitbreiden met onbegeleide omgang en een wekelijks videobelmoment.
In hoger beroep heeft het hof de bestaande regeling bekrachtigd, omdat de vader meerdere omgangsmomenten had afgezegd en de moeder onvoldoende vertrouwen heeft in onbegeleide omgang. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde de omgangsmomenten in stand te houden en de procedure niet aan te houden.
Het hof oordeelde dat uitbreiding van de zorgregeling niet in het belang van de minderjarige is en wees het verzoek van de vader om onbegeleide omgang af. Wel werd een vast wekelijks videobelmoment op woensdag om 18.00 uur ingesteld, zonder minimale duur, om de band tussen vader en kind te bevorderen.
De moeder staat open voor uitbreiding van de omgang als het contact goed verloopt en het hof zag geen aanleiding voor aanhouding of benoeming van een bijzondere curator. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de begeleide zorgregeling en stelt een vast wekelijks videobelmoment in, terwijl uitbreiding en onbegeleide omgang worden afgewezen.