ECLI:NL:GHAMS:2026:41
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Gerechtelijke vaststelling vaderschap na niet-levering tegenbewijs door man
In deze civiele procedure betreffende personen- en familierecht stond de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap centraal. De moeder van de minderjarige vorderde dat het vaderschap van de man werd vastgesteld. Het hof handhaafde eerdere tussenbeschikkingen waarin de man de mogelijkheid kreeg om tegenbewijs te leveren tegen de voorshands bewezen stelling dat hij de verwekker is.
De man kreeg meerdere termijnen om dit tegenbewijs te leveren, met als uiterste datum 4 januari 2026. Ondanks deze mogelijkheden maakte hij geen gebruik van zijn recht om tegenbewijs te leveren. De publicatie van de beschikking in de Staatscourant vond plaats op 3 december 2025.
Gezien het uitblijven van tegenbewijs stelde het hof het vaderschap van de man gerechtelijk vast, vernietigde het eerdere vonnis van de rechtbank Amsterdam voor zover relevant, en ontsloeg de bijzondere curator van haar taak, behoudens het geval van cassatieberoep. Het hof droeg tevens op om na het verstrijken van de beroepstermijn een afschrift van de beschikking aan de burgerlijke stand te zenden.
Uitkomst: Het hof stelt het vaderschap van de man gerechtelijk vast omdat hij geen tegenbewijs leverde.