Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
Als betrokken huurder van de huurdersorganisatie benader ik u vanwege uw betrokkenheid in het opstellen van de akte. U heeft een akte opgemaakt voor[Stichting HuGo]
. Hierover zijn er bij mij vragen gerezen.
In het kader van de voor een notaris geldende wetgeving inzake onder meer privacy en geheimhoudingsregels kan ik helaas uw mail niet inhoudelijk beantwoorden (nu u
4.De klacht
5.Beoordeling
1. Wanneer in het bestuur een vacature is ontstaan, zal daarin door de overblijvende bestuursleden ten spoedigste worden voorzien door de benoeming van een nieuw bestuurslid. Een niet-voltallig bestuur behoudt zijn bevoegdheden.
bij voorkeur”) de mogelijkheid biedt voor het bestuur om de voordracht van de huurders te negeren, terwijl de Wohv voorschrijft dat het bestuur wordt gekozen door de huurders. Nu klager een betrokken huurder is (zie rov. 5.6), stelt het hof vast dat de wettelijke verkiezings- of aanwijzingsregel die vastligt in de Wohv niet goed is vastgelegd in de statuten van Stichting HuGo. Het systeem van de Wohv is daarmee niet goed uitgewerkt, terwijl het blijkens artikel 3 van Pro de statuten wel de bedoeling was van de oprichters om een huurdersorganisatie in de zin van de Wohv op te richten. Op dit punt heeft de notaris naar het oordeel van het hof onzorgvuldig gehandeld. Gezien het vorenstaande acht het hof klachtonderdeel II gegrond voor zover het betreft het niet goed in de statuten vastleggen dat het bestuur wordt gekozen of aangewezen door de huurders. Voor het overige acht het hof klachtonderdeel II ongegrond.
Ik verzoek uw Rechtspraak om het niet persoonlijk tegen mij te maken en het vuile afval binnen het Notariaat zelf op te ruimen, ook wanneer ik de corruptie heb vastgesteld, behoort uw rechtspraak mij te respecteren i.p.v. nietig te verklaren om via beschaafd racisme "onze hollandse notaris" en de collectieve wetschendingen het hand boven het hoofd te bieden. De aangeklaagde, feitelijk evident zwakbegaafde en bedriegende notaris moet WEG! Ik ben woest op de hoogverraad van deze notaris en de Kamer in eerste aanleg is corrupt”). Van een behoorlijk handelend rechtzoekende mag worden verwacht dat hij zijn standpunten niet op een dermate agressieve, onnodig grievende en beledigende wijze kenbaar maakt, ook in geval van een diepgaand verschil van inzicht. De wijze waarop klager zich in zijn communicatie herhaaldelijk over de notaris (alsook diens gemachtigde en de rechtspraak) heeft uitgelaten, is in dat licht onwenselijk en onaanvaardbaar. Omdat de notaris in deze tuchtprocedure zich deze beledigingen heeft moeten laten welgevallen acht het hof het hem nog opleggen van enige maatregel ongepast.