Uitspraak
1.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2] ,
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
De kantonrechter is van oordeel dat, gelet op de inhoud van de processtukken, sprake is van een situatie waarin onmiddellijke bescherming van de betrokkene noodzakelijk is. Op het verzoek tot onderbewindstelling kan echter nog niet terstond worden beslist.”
De kantonrechter acht voldoende aannemelijk dat rechthebbende niet langer in staat is om haar financiële belangen behoorlijk waar te nemen (..). Rechthebbende heeft hulp nodig bij het huishouden, zelfzorg en de financiën. Dit beeld is tijdens de zitting bevestigd. Zo heeft rechthebbende feiten ontkend die wel degelijk hebben plaatsgevonden. Ter zitting heeft rechthebbende betwist dat zij op bepaalde momenten voor in totaal € 10.000,- per dag heeft gepind. Uit de ingediende bankafschriften blijkt echter dat er op 25 oktober 2019 en 22 oktober 2021 5 keer is gepind voor € 2.000,- per keer. Ook heeft rechthebbende betwist kort na het instellen van het provisioneel bewind bedragen te hebben overgeschreven van de spaarrekening naar de betaalrekening. De provisioneel bewindvoerder heeft ter zitting aangegeven dat dit wel heeft plaatsgevonden en dat het gaat om een totaalbedrag van € 34.000,-.
dat zij slechts een bedrag van haar moeder ontvangt gelijk aan een bijstandsuitkering, onvoldoende overeenkomt met de bankafschriften. Tegen deze achtergrond wordt aan de stellingen van rechthebbende dat zij zelf in staat is om haar financiën te beheren voorbijgegaan.”
Mw. is in staat relevante informatie te begrijpen. Het beseffen en waarderen van de betekenis van de informatie voor haar eigen situatie is mogelijk. Ze heeft hierbij het vermogen om logisch te redeneren en het betrekken van de informatie in het overwegen van haar mogelijkheden voor wat betreft immateriële en materiele zaken en wat de consequenties zijn van haar handelen. Mw. is wilsbekwaam ten aanzien van beslissingen over haar immateriële en materiele zaken.
Cliënten zouden graag vernemen of en zo ja waarom, u ervan overtuigd was dat[hof: erflaatster]
geestelijk in staat was de reikwijdte van haar handelen in deze te overzien als testateur, alsook of zij volgens u en zo ja, waarom, als zodanig geheel vrij en onafhankelijk heeft kunnen optreden, anders en meer huiselijk gezegd of het hier – en waarom – daadwerkelijk een idee, voornemen en wens van testateur zelf betrof en niet van [naam] , in de zin dat[hof: erflaatster]
onder dwingende invloed van [naam] het testament op heeft laten maken.”
Mevrouw[hof: erflaatster]
is op 26 januari 2023 met haar dochter,[hof: [naam] ]
, bij mij op kantoor geweest om de mogelijkheden tot het eventueel opmaken van een testament te bespreken. Na een gebruikelijk inleidend “praatje” neem ik de familiesamenstelling en de familieomstandigheden door, waarbij ook het bewind dat over haar vermogen is uitgesproken aan de orde komt. Daarna verlaat dochter op mijn verzoek de kamer. Na een inventarisatie van de situatie met[hof: erflaatster]
en de door haar uitgesproken wensen omtrent een nader op te maken testament, vraag ik een kandidaat-notaris familierecht van ons kantoor bij de bespreking.
een concept-testament gemaakt en dit wordt op 16 februari 2023 per gewone post naar haar huisadres verzonden met een begeleidend schrijven, welk schrijven tevens een toelichting op de akte bevat.
doorgenomen en vervolgens getekend.
afgelegde/geuite verklaringen, daadwerkelijk haar wil bevatten en had ik geen twijfel. In die overtuiging heb ik – na[hof: erflaatster]
- het testament getekend.”
4.De klacht
5.Beoordeling
er(
…) met name in het executief functioneren bij rechthebbende problemen gezien werden, waardoor het zelfstandig uitvoeren van onder andere de financiële administratie niet goed mogelijk is” en “
beeld passend bij dementiesyndroom, er is onvoldoende ziektebesef en ziekte-inzicht. Rechthebbende heeft hulp nodig bij het huishouden, zelfzorg en financiën.”
deze specifiekerechtshandeling te overzien. Het hof betrekt daarbij ook dat uit het dossier niet is gebleken dat er aan de kant van erflaatster medische redenen waren om het testament met spoed te passeren en er dus voldoende tijd was om het Stappenplan in zijn geheel te volgen. Dat de notaris dit niet heeft gedaan kan hem worden verweten.
Uitgangspunten proceskostenveroordeling in hoger beroep’ (te raadplegen op de website van dit hof). Nu het hoger beroep van de notaris leidt tot oplegging van dezelfde maatregel, ziet het hof – overeenkomstig de uitgangspunten – af van een kostenveroordeling in hoger beroep; de door de kamer uitgesproken proceskostenveroordeling blijft in stand.