Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.De procedure in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het hoger beroep
5. De motivering van de beslissing
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft een geschil tussen ouders over de zorg- en omgangsregeling voor hun 7-jarige kind, waarbij de vader in hoger beroep gaat tegen een eerdere beschikking die de hervatting van een geschorste zorgregeling toestaat. De moeder heeft begeleide omgang met het kind, terwijl de vader veiligheidswaarborgen eist vanwege de problematiek van de moeder, waaronder PTSS en een alcoholverslaving.
De rechtbank had bepaald dat de zorgregeling, die ongeveer gelijk verdeeld was, weer zou worden hervat vanaf 16 januari 2026, met een opbouwperiode onder begeleiding van een omgangsbegeleidster. De vader verzet zich tegen deze opheffing van de schorsing en verzoekt onder meer om een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming en het handhaven van begeleide omgang met aanvullende voorwaarden.
Het hof oordeelt dat de oorspronkelijke zorgregeling binnen afzienbare tijd moet herleven, gezien de positieve ontwikkelingen bij de moeder en het belang van het kind om contact met beide ouders te hebben. De omgangsbegeleidster blijft de regie houden over de opbouw van de omgang, waarbij onbegeleide momenten stapsgewijs worden toegestaan. Het verzoek van de vader tot aanvullende veiligheidsmaatregelen en een nieuw raadsonderzoek wordt afgewezen. De kosten van de procedure worden door partijen zelf gedragen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de opbouw naar de oorspronkelijke zorgregeling met begeleide en stapsgewijs onbegeleide omgang onder regie van een omgangsbegeleidster en wijst het verzoek van de vader tot aanvullende veiligheidsmaatregelen af.