ECLI:NL:GHAMS:2026:243

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
3 februari 2026
Publicatiedatum
3 februari 2026
Zaaknummer
200.357.630/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:378 BWArt. 1:431 BWArt. 1:435 BWArt. 1:389 BWArt. 1:390 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing curatele en herbenoeming bewind en mentorschap met voorkeur betrokkene

De betrokkene, geboren in 1972, kreeg na een hersenbloeding in 2024 een curatele opgelegd door de kantonrechter op verzoek van Kronenbrug, die tevens tot curator werd benoemd. De betrokkene ging in hoger beroep tegen deze beslissing en verzocht om afwijzing van de curatele of benoeming van een andere bewindvoerder en mentor, bij voorkeur Humanitas.

Het hof oordeelt dat de omstandigheden die de curatele noodzakelijk maakten, zoals het beperkte ziekte-inzicht en de noodzaak om zorg en woonplek te organiseren, inmiddels zijn veranderd. De betrokkene ontvangt nu 24-uurszorg in een verzorgingstehuis en de situatie is stabiel. Daarom is curatele niet langer proportioneel en kan volstaan worden met bewind en mentorschap.

Het hof volgt de uitdrukkelijke wens van de betrokkene en benoemt Humanitas tot bewindvoerder en mentor, omdat er geen gegronde redenen zijn tegen deze keuze. De curatele wordt opgeheven met ingang van veertien dagen na de beschikking, waarna het bewind en mentorschap ingaan. De kostenveroordeling wordt afgewezen vanwege de aard en uitkomst van de procedure.

Uitkomst: Het hof heft de curatele op en stelt opnieuw bewind en mentorschap in met Humanitas als bewindvoerder en mentor.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht
Team III (familie- en jeugdrecht)
zaaknummer: 200.357.630/01
zaaknummers rechtbank: 11632061 BM VERZ 25-712 KVG en 11632062 MB VERZ 25-263
beschikking van de meervoudige kamer van 3 februari 2026 in de zaak van
[betrokkene] ,
wonende te [plaats A] , thans verblijvende te [plaats B] ,
verzoeker in hoger beroep,
hierna: de betrokkene,
advocaat: mr. I.E. Smit-Kleinmoedig te Zoetermeer,
en
Kronenbrug B.V.
gevestigd te Castricum,
verweerder in hoger beroep,
hierna: Kronenbrug,
advocaat: mr. J.E. Smal te Castricum.
Het hof heeft als overige belanghebbenden aangemerkt:
- [de moeder] , de moeder van betrokkene (hierna: de moeder),
- [de zus] , de zus van betrokkene (hierna: de zus).
Het hof heeft als informant aangemerkt:
- [Ex partner] , de voormalige partner van betrokkene (hierna: de ex-partner).

1.De zaak in het kort

1.1
De zaak gaat over de vraag of voor de betrokkene de beschermingsmaatregel van curatele nodig is.
1.2
De kantonrechter heeft op verzoek van Kronenburg het bewind over de goederen van de betrokkene en het mentorschap ten behoeve van de betrokkene omgezet naar curatele.
De betrokkene is het daar niet mee eens en wil dat het verzoek tot curatelestelling alsnog wordt afgewezen met benoeming van een ander dan Kronenbrug als bewindvoerder en mentor, dan wel indien de curatele in stand blijft, door het hof een andere curator wordt benoemd.
1.3
Het hof is van oordeel dat er niet langer gronden aanwezig zijn voor de voortzetting van de maatregel van curatele, zodat de beslissing van de kantonrechter in zoverre zal worden vernietigd. Het hof zal de curatele opheffen en opnieuw een bewind en mentorschap instellen. Daarbij zal de uitdrukkelijke wens van de betrokkene worden gevolgd om Humanitas tot bewindvoerder en mentor te benoemen, nu niet is gebleken van gegronde redenen tegen deze benoeming.

2.De procedure in hoger beroep

2.1
De betrokkene is op 31 juli 2025 in hoger beroep gekomen van de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland, locatie Zaanstad (hierna: de kantonrechter) van 4 juni 2025 (hierna: de bestreden beschikking).
2.2
Kronenbrug heeft op 19 september 2025 een verweerschrift ingediend.
2.3
Het hof heeft daarnaast de volgende stukken ontvangen:
- een bericht van de zijde van de betrokkene van 19 september 2025;
- een bericht van de zijde van de betrokkene van 28 november 2025 en
- een bericht van de zijde van Kronenbrug van 4 december 2025.
2.4
De zitting heeft op 17 december 2025 plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig:
- de betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat,
- Kronenbrug, vertegenwoordigd door [naam ] , bijgestaan door haar advocaat;
- de ex-partner van de betrokkene.
De advocaat van Kronenbrug heeft op de zitting een pleitnotitie overgelegd.
2.5
Op 18 december 2025 zijn, op verzoek van het hof, van de zijde van de betrokkene nog ontvangen twee beschikkingen van de kantonrechter, beide van 28 maart 2025 betreffende het instellen van bewind over de goederen van de betrokkene en het mentorschap ten behoeve van de betrokkene.

3.De feiten

3.1
De betrokkene is geboren [in] 1972 te [plaats A] . Hij is de zoon van [de moeder] en de broer van [de zus] .
3.2
De betrokkene heeft een affectieve relatie gehad met [Ex partner] . Zij zijn de ouders van [naam 1] , geboren [in] 2015 te [plaats A] (hierna te noemen [naam 1] ).
3.3
Op 17 augustus 2024 heeft de betrokkene een hersenbloeding gehad, waarbij zijn lichamelijke en geestelijke toestand in negatieve zin is beïnvloed. Ten gevolge van de hersenbloeding heeft betrokkene in verschillende zorginstellingen moeten verblijven.
3.4
De goederen van de betrokkene zijn door de kantonrechter bij beschikking van 28 maart 2025 onder bewind gesteld. Bij beschikking van eveneens 28 maart 2025 is ook een mentorschap ten behoeve van de betrokkene ingesteld. Kronenburg is door de kantonrechter benoemd tot bewindvoerder en mentor.
3.5
Van 2 juni tot 30 juli 2025 heeft de betrokkene tijdelijk thuis gewoond, maar sinds 30 juli 2025 verblijft hij weer in een verzorgingstehuis, eerst in [plaats] en ten tijde van de procedure in hoger beroep in [plaats B] .

4.De omvang van het hoger beroep

4.1
De kantonrechter heeft in de bestreden beschikking, op het verzoek van Kronenbrug, het mentorschap en het bewind over de goederen van de betrokkene per 4 juni 2025 omgezet in de maatregel van curatele en Kronenbrug benoemd tot curator. Het verzoek van de betrokkene om een andere bewindvoerder en mentor te benoemen is door de kantonrechter afgewezen.
4.2
De betrokkene verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en primair, voor zover nodig, het bewind en mentorschap opnieuw in te stellen en een ander professionele bewindvoerder en mentor te benoemen, te weten Humanitas Financiële Hulpverlening, dan wel een andere door het hof te bepalen professionele bewindvoerder en mentor te benoemen, niet zijnde Kronenbrug, althans een zodanige beslissing te nemen als het hof juist acht. Subsidiair, voor zover de beschikking tot ondercuratelestelling niet wordt vernietigd, verzoekt de betrokkene Kronenbrug als curator te ontslaan en Humanitas Financiële Hulpverlening tot curator te benoemen, dan wel een door het hof te bepalen andere professionele curator te benoemen, althans een zodanige beslissing te nemen als het hof juist acht.
4.3
Kronenbrug verzoekt om de betrokkene niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel zijn verzoeken af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen, met veroordeling van betrokkene in de kosten van het geding.

5.De motivering van de beslissing

Curatele, bewind en mentorschap
Wettelijk kader
5.1
Artikel 1:378 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat een meerderjarige door de rechter onder curatele kan worden gesteld wanneer hij tijdelijk of duurzaam zijn belangen niet behoorlijk waarneemt of zijn veiligheid of die van anderen in gevaar brengt, als gevolg van:
a. zijn lichamelijke of geestelijke toestand, (…)
en een voldoende behartiging van die belangen niet met een meer passende en minder verstrekkende voorziening kan worden bewerkstelligd.
5.2
Op grond van artikel 1:431 lid 1 BW Pro kan de rechter een bewind instellen over één of meer van de goederen die een meerderjarige als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren, indien de meerderjarige tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen, als gevolg van - onder andere -:
a. zijn lichamelijke of geestelijke toestand.
5.3
Op grond van artikel 1:450 lid 1 BW Pro kan de rechter ten behoeve van een meerderjarige een mentorschap instellen indien de meerderjarige als gevolg van zijn geestelijke of lichamelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is of bemoeilijkt wordt zijn belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen.
De standpunten
5.4
De betrokkene vindt dat het verzoek van Kronenbrug om het bewind en mentorschap om te zetten naar curatele alsnog moet worden afgewezen. Er is geen sprake van een situatie als omschreven in artikel 1:378 BW Pro.
De kantonrechter heeft ten onrechte overwogen dat curatele noodzakelijk is om ervoor te zorgen dat Kronenbrug in staat wordt gesteld om voor de betrokkene de juiste zorg en woonsituatie te organiseren, dit zonder ruis en bemoeienis van zijn sociale netwerk. De betrokkene betwist dat zijn ex-partner en zijn goede vriend de heer [naam 2] , de betrokken zorgprofessionals hinderen in de uitvoering van hun werkzaamheden. Beiden overschatten ook niet de mogelijkheden van de betrokkene en zij wekken bij hem geen onrealistische verwachtingen. Ook betwist de betrokkene dat zijn netwerk en hij niet goed in staat zouden zijn om zijn lichamelijke en geestelijke toestand goed in te schatten en te begrijpen wat die toestand betekent voor de mogelijkheden wat betreft wonen en verzorging. De kantonrechter heeft daarbij onvoldoende gemotiveerd waarom curatele noodzakelijk is en waarom minder ingrijpende maatregelen zoals bewind in combinatie met mentorschap niet volstaan.
De curatele is voor de betrokkene zeer ingrijpend omdat hij als gevolg daarvan het ouderlijk gezag over zijn dochter [naam 1] niet meer kan uitoefenen, terwijl de betrokkene hiertoe, met behulp van de moeder van [naam 1] , zijn ex-partner, wel in staat is.
5.5
Kronenbrug is het eens met de bestreden beschikking. De ondercuratelestelling is noodzakelijk en proportioneel. De betrokkene is niet in staat om zijn lichamelijke en geestelijke toestand adequaat in te schatten: de betrokkene heeft een hersenbloeding gehad, is halfzijdig verlamd en hij is wat betreft zijn mobiliteit gebonden aan een rolstoel. Er is bij de betrokkene sprake van cognitieve stoornissen en een beperkt ziekte-inzicht, aldus Kronenbrug. Terugkeer van de betrokkene naar zijn eigen huis ligt op basis van de afgegeven indicatie vanuit de Wet langdurige zorg (WLZ) niet in de lijn der verwachting. Er is ook sprake van voortdurende beïnvloeding van de betrokkene door de ex-partner en door de heer [naam 2] . Vanwege het beperkte ziekte inzicht van de betrokkene is hij vatbaar voor deze beïnvloeding vanuit zijn netwerk. Deze beïnvloeding heeft een negatief effect op de lichamelijke en geestelijke conditie van de betrokkene. Curatele is noodzakelijk om het netwerk van betrokkene op afstand te houden.
Kronenbrug ziet de curatele als een tijdelijke maatregel ter bescherming van de betrokkene totdat de situatie stabiel is, te weten totdat de betrokkene een definitieve woonplek heeft en zijn eigen woning is verkocht. Daarnaast is financiële begeleiding en toezicht noodzakelijk nu er voorafgaand aan de instelling van het bewind schulden waren ontstaan.
De beoordeling door het hof
5.6
Het hof stelt vast dat de betrokkene als gevolg van de hersenbloeding bij alle dagelijkse activiteiten zorg en begeleiding nodig heeft. Het gaat hierbij om de basale lichamelijke verzorging, zoals wassen, aan- en uitkleden, verschonen, in en uit bed gaan en het zich ’s nachts kunnen omdraaien in bed. Ook gaat het om het doen van de dagelijkse boodschappen, maaltijden bereiden, het regelen en bezoeken van dagbesteding en de omgang met zijn dochter. De betrokkene kan deze activiteiten niet zelfstandig uitvoeren. De betrokkene is in hoge mate afhankelijk van professionele hulpverlening en eveneens van zijn sociale netwerk.
Sinds de hersenbloeding heeft de betrokkene in verschillende zorginstellingen verbleven. Op 2 juni 2025 is hij met medewerking van zijn netwerk, maar zonder toestemming van de mentor, op eigen initiatief naar huis gegaan. Vanwege het ontbreken van de noodzakelijke zorg in de thuissituatie verblijft de betrokkene sinds 30 juli 2025 weer in een verzorgingstehuis, waar hij 24-uurs zorg krijgt. De betrokkene heeft daar om de twee weken omgang met zijn dochter en wekelijks (beeld)belcontact met haar. Hij heeft deze regeling tot stand gebracht met hulp van en in overleg met zijn ex-partner.
5.7
De omzetting naar curatele is door de kantonrechter uitgesproken, kort gezegd, vanwege het beperkte ziekte-inzicht van de betrokkene en om ervoor te zorgen dat de uitvoerder van de zorg in staat wordt gesteld snel de juiste zorg en woonsituatie voor de betrokkene te regelen, zonder ruis en bemoeienis van zijn netwerk. In hoger beroep brengt Kronenbrug naar voren dat dit nog steeds aan de orde is en deze omstandigheden de curatele nog steeds noodzakelijk maken.
Het hof is van oordeel dat de zorgen die destijds voor de kantonrechter aanleiding waren om het bewind en mentorschap om te zetten in de ondercuratelestelling niet meer actueel zijn. De noodzaak van de ondercuratelestelling was met name gelegen in de wisselende overtuiging bij de betrokkene dat hij ondanks zijn hulpbehoeftigheid weer zelfstandig thuis zou kunnen wonen, waaraan hij op eigen initiatief ook gevolg heeft gegeven, en in de tijd die nodig was om de zorg te voor betrokkene te organiseren en te onderzoeken welke woonplek mogelijk zou zijn. Zoals uit de beschikking blijkt, werd daarvoor een tijdelijke curatele nodig geacht.
Inmiddels wordt de betrokkene de benodigde 24-uurszorg geboden door de zorginstelling waar hij nu verblijft. Dit betekent dat de zorg is georganiseerd en het onderzoek naar de mogelijke woonplek is afgerond. Dat voor de voortzetting van een en ander een verdergaande maatregel dan mentorschap en bewind nodig is, is het hof niet gebleken en heeft Kronenbrug desgevraagd ter zitting in hoger beroep niet kunnen onderbouwen. Voor het verrichten van eventuele noodzakelijk geachte vermogensrechtelijke handelingen behoeft evenmin een ingrijpender maatregel dan bewind te worden opgelegd; de wet voorziet immers in de mogelijkheid voor de bewindvoerder om daartoe toestemming van de kantonrechter te vragen.
Conclusie uit het voorgaande is dat een voldoende behartiging van de belangen van de betrokkene met een meer passende en minder verstrekkende voorziening dan curatele kan worden bereikt. Het beperkte of wisselende ziekte-inzicht van de betrokkene, wellicht als gevolg van het niet-aangeboren hersenletsel door zijn hersenbloeding, vormt op zichzelf geen grond voor het voortzetten van de meest verstrekkende beschermingsmaatregel van curatele, evenmin als de betrokkenheid van het netwerk met het wel en wee van de betrokkene.
De grief van de betrokkene slaagt voor zover deze ziet op de huidige en toekomstige situatie, zodat het hof de beslissing van de kantonrechter in die zin zal vernietigen en de curatele zal opheffen als na te melden.
5.8
Het staat niet ter discussie dat bewind en mentorschap voor de betrokkene nodig is. Het hof zal dan ook opnieuw de goederen van de betrokkene onder bewind stellen omdat de betrokkene niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen als gevolg van zijn lichamelijke en geestelijke toestand. Het hof zal verder een mentorschap ten behoeve van de betrokkene instellen, omdat de betrokkene als gevolg van zijn geestelijke en lichamelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is of bemoeilijkt wordt zijn belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen.
5.9
Ingevolge artikel 1:389 lid 2 BW Pro treedt de beschikking waarbij de curatele is opgeheven in werking zodra zij in kracht van gewijsde is gegaan, tenzij de kantonrechter een eerder tijdstip van ingang aanwijst. Het hof ziet aanleiding om de ingangsdatum van de opheffing van de curatele en het instellen van het bewind en het mentorschap te bepalen op veertien dagen na de dag van deze beschikking in verband met de overdracht van zaken van de curator naar de toekomstig mentor en bewindvoerder.
Persoon van de te benoemen bewindvoerder en mentor
Wettelijk kader
5.1
Uit artikel 1:435 lid 1 respectievelijk Pro 1:452 lid 1 BW volgt dat de rechter bij het instellen van het bewind en mentorschap of zo spoedig mogelijk daarna een bewindvoerder respectievelijk een mentor benoemt. Hij vergewist zich van de bereidheid en vormt zich een oordeel omtrent de geschiktheid van de te benoemen persoon.
De rechter volgt op grond van het derde lid van deze artikelen bij de benoeming van de bewindvoerder en de mentor de uitdrukkelijke voorkeur van de betrokkene, tenzij gegronde redenen zich tegen zodanige benoeming verzetten.
De beoordeling door het hof
5.11
De betrokkene heeft gesteld dat hij niet tevreden is over de uitvoering van de werkzaamheden door Kronenbrug als curator, waartegen Kronenbrug zich heeft verweerd. Aan de beoordeling van deze stellingen komt het hof niet toe, omdat het nu niet meer gaat om de beoordeling van het verzoek van de betrokkene om vervanging van Kronenbrug als curator, maar om een nieuwe benoeming van een bewindvoerder en mentor, zoals de betrokkene primair heeft verzocht.
5.12
Op grond van de hiervoor genoemde wetsartikelen volgt de rechter bij de benoeming van de bewindvoerder en mentor de uitdrukkelijke voorkeur van de betrokkene, tenzij gegronde redenen zich tegen een zodanige benoeming verzetten. Omdat de betrokkene de uitdrukkelijke voorkeur heeft uitgesproken voor Humanitas als bewindvoerder en mentor, Kronenbrug hiertegen geen verweer heeft gevoerd, het hof niet anderszins van bezwaren is gebleken en Humanitas bij brief van 15 september 2025 heeft laten weten bereid te zijn deze rol op zich te nemen, zal het hof Humanitas benoemen tot bewindvoerder en tot mentor.
5.13
Op grond van artikel 1:390 BW Pro worden alle uitspraken waarbij een curatele wordt verleend of opgeheven of waarbij een uitspraak tot ondercuratelestelling wordt vernietigd binnen tien dagen nadat zij kunnen worden ten uitvoer gelegd door de griffier in de Staatscourant bekendgemaakt.
5.14
Het hof zal hierna verder bepalen dat een kopie van deze beschikking wordt gezonden aan de griffier van de rechtbank Noord-Holland, locatie Zaanstad, in verband met aantekening in het Centraal curatele- en bewindregister.
Kostenveroordeling
5.15
Het verzoek van Kronenbrug om de betrokkene te veroordelen in de kosten van het geding wordt vanwege de aard van de procedure en gezien de uitkomst van dit hoger beroep afgewezen.

6.De beslissing

Het hof:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Noord-Holland, locatie Zaanstad van 4 juni 2025 voor zover de daarbij uitgesproken curatele langer voortduurt dan veertien dagen na de dag van deze beslissing;
en in zoverre opnieuw rechtdoende:
heft de curatele op met ingang van veertien dagen na de dag van deze beschikking;
bepaalt dat de curator binnen twee maanden na het in kracht van gewijsde gaan van deze uitspraak de eindrekening en -verantwoording aflegt aan de betrokkene en een – zo mogelijk door de betrokkene voor akkoord ondertekend – exemplaar ervan overlegt aan het Bewindsbureau van de rechtbank Noord-Holland, locatie Zaanstad;
stelt de goederen die toebehoren of zullen toebehoren aan [betrokkene] , geboren [in] 1972 te [plaats A] , onder bewind wegens zijn geestelijke of lichamelijke toestand met ingang van veertien dagen na de dag van deze beschikking;
benoemt tot bewindvoerder Stichting Humanitas Inkomensbeheer, Kvk no. 41232219, correspondentieadres: postbus 141, 1440 AC Purmerend , met ingang van veertien dagen na de dag van deze beschikking;
stelt een mentorschap in ten behoeve van [betrokkene] , geboren [in] 1972 te [plaats A] , met ingang van de dag van deze beschikking;
benoemt tot mentor Stichting Humanitas Inkomensbeheer, Kvk no. 41232219, correspondentieadres: postbus 141, 1440 AC Purmerend , met ingang van de dag van deze beschikking;
stelt de jaarbeloning van de bewindvoerder, tevens mentor, vast overeenkomstig artikel 5 jo Pro artikel 2 lid 2 onder Pro a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren;
bepaalt dat deze uitspraak tot opheffing van de ondercuratelestelling, binnen tien dagen nadat deze ten uitvoer kan worden gelegd, op de voet van artikel 1:390 BW Pro door de griffier in de Staatscourant bekend wordt gemaakt;
verzoekt de griffier krachtens het bepaalde in artikel 1:391 BW Pro een afschrift van deze uitspraak toe te zenden aan de griffier van de rechtbank Noord-Holland, locatie Zaanstad in verband met aantekening in het openbaar Centraal curatele- en bewindregister;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. Schenkeveld, mr. F. Kleefmann en mr. J.F. Miedema, in tegenwoordigheid van de griffier en is op 3 februari 2026 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter.