Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.De procedure in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het hoger beroep
5.De motivering van de beslissing
out of the box’te denken dan zij nu doen.
6.De beslissing
- Korte schoolvakanties: [minderjarige] verblijft de helft van de herfstvakantie, meivakantie en voorjaarsvakantie bij de moeder en de andere helft bij de vader, wanneer mogelijk aansluitend op de ploegendienst van de vader. Als de vakantie begint met een studiedag op de vrijdag vóór en/of eindigt met een studiedag op de maandag na de vakantie, wordt deze dag ook meegenomen in de verdeling;
- Kerstvakantie: [minderjarige] verblijft tijdens de even jaren de eerste week en eerste kerstdag bij de vader en de tweede week (inclusief oud en nieuw) en tweede kerstdag bij de moeder. In de oneven jaren verblijft [minderjarige] de eerste week en eerste kerstdag bij de moeder en de tweede week (inclusief oud en nieuw) en tweede kerstdag bij de vader;
- Zomervakantie: [minderjarige] verblijft de eerste drie weken bij de moeder en de laatste drie weken bij de vader. In de oneven jaren kiest de moeder de weken. In de even jaren kiest de vader de weken;
- Pasen: [minderjarige] verblijft de oneven jaren bij de moeder en de even jaren bij de vader;
- Koningsdag: [minderjarige] verblijft de even jaren bij de moeder en de oneven jaren bij de vader;
- Hemelvaart: [minderjarige] verblijft de oneven jaren bij de moeder en de even jaren bij de vader;
- Pinksteren: [minderjarige] verblijft de even jaren bij de moeder en de oneven jaren bij de vader;
- Sinterklaas: [minderjarige] verblijft de oneven jaren bij de moeder en de even jaren bij de vader;
- Op de verjaardag van de moeder en op Moederdag is [minderjarige] bij de moeder;
- Op de verjaardag van de vader en op Vaderdag is [minderjarige] bij de vader;
- [minderjarige] is op zijn verjaardag bij de ouder conform de zorgregeling;