ECLI:NL:GHAMS:2026:2048

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
28 juli 2026
Publicatiedatum
27 juli 2026
Zaaknummer
200.357.898/01 OK en 200.357.898/02 OK
Type
Uitspraak
Uitkomst
Intrekking
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 191 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging procedure en vaststelling deskundigenloon in geschil over certificaten Enora Media Holding

De Ondernemingskamer Amsterdam behandelde twee procedures (zaaknummers 200.357.898/01 OK en 200.357.898/02 OK) betreffende een geschil tussen certificaathouders en Enora Media Holding B.V. over de waarde van certificaten van aandelen. De Kamer had een deskundige benoemd om onderzoek te verrichten en had voorlopige voorzieningen getroffen.

Tijdens de procedure hebben partijen meerdere verzoeken en tegenverzoeken ingediend en zijn er diverse zittingen gehouden. Uiteindelijk bereikten partijen een minnelijke regeling, waarna zij gezamenlijk verzochten de procedures te beëindigen. De Ondernemingskamer stemde hiermee in en beëindigde het onderzoek en de voorlopige voorzieningen.

De deskundige had 49 uren besteed aan het onderzoek, wat resulteerde in een bedrag van €26.681 inclusief omzetbelasting. Dit bedrag werd door partijen niet betwist en door de Kamer als redelijk beoordeeld. De Kamer stelde het loon van de deskundige daarop vast en ontheefde hem uit zijn functie.

De Ondernemingskamer verklaarde de verzoeken in de tweede procedure niet-ontvankelijk vanwege de beëindiging van het geschil. De beschikking werd in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2026 door de voorzitter en raadsheren.

Uitkomst: De Ondernemingskamer beëindigt de procedure na minnelijke regeling en stelt het deskundigenloon vast op €26.681 inclusief btw.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummers: 200.357.898/01 OK en 200.357.898/02 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 28 juli 2026

1.[Certificaathouder A] ,

wonende te [plaats] ,
2.
[Certificaathouder B],
wonende te [plaats] ,
VERZOEKERS,
advocaten:
mrs. M.P.H. Sandersen
J.S. Mennema, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ENORA MEDIA HOLDING B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER,
advocaten:
mrs. E.A. Buziau,
A.R. Pagano Miranien
L.M. Wolfs, allen kantoorhoudende te Amsterdam,
en tegen
1. de stichting
STICHTING MANAGEMENTPARTICIPATIE BMG,
gevestigd te Amsterdam,
BELANGHEBBENDE,
advocaten:
mrs. Buziau,
Pagano Miranien
Wolfs, voornoemd,
2. de commanditaire vennootschap
PURPLE DISCO MACHINE C.V.,
gevestigd te Amsterdam,
3.
[de uiteindelijke aandeelhouder]
wonende te [plaats] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaat:
mr. J.A. Zee, kantoorhoudende te Amsterdam.
Hierna zullen verzoekers gezamenlijk worden aangeduid als de certificaathouders en verweerster als Enora.

1.Het verloop van het geding

1.1.
Voor het verloop van het geding met zaaknummer 200.357.898/01 OK verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 19 februari 2026, 3 maart 2026 en 28 april 2026.
1.2.
Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer – voor zover nu relevant – een onderzoek bevolen naar de waarde van de door de certificaathouders gehouden certificaten van aandelen in Enora, en mr. S.W.H van Wijk MBA RV BI (hierna: de deskundige) benoemd om het onderzoek te verrichten. Voorts heeft de Ondernemingskamer het voorschot bepaald op
€ 184.484 inclusief omzetbelasting en bepaald dat Enora het voorschot op de kosten van de deskundige zal dragen. Ook heeft de Ondernemingskamer twee voorlopige voorzieningen getroffen.
1.3.
Bij verzoekschrift van 5 januari 2026 (aangevuld op 26 maart 2026 en 7 april 2026) hebben de certificaathouders de Ondernemingskamer verzocht om aanvullende voorlopige voorzieningen te treffen (zaaknummer 200.357.898/02 OK). Enora en de StAK hebben hiertegen gemotiveerd verweer gevoerd bij verweerschrift van 9 januari 2026 (aangevuld op 26 maart 2026 en 11 juni 2026) en daarbij zelfstandige tegenverzoeken gedaan.
1.4.
De verzoeken in de zaak met nummer 200.357.898/02 OK zijn behandeld op de zitting van de Ondernemingskamer van 16 april 2026. De advocaten hebben toen de standpunten van de verschillende partijen toegelicht aan de hand van overgelegde aantekeningen. Partijen hebben van tevoren nadere producties toegestuurd en in het geding gebracht. Partijen en hun advocaten hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord en inlichtingen verstrekt. De Ondernemingskamer heeft de zaak twee weken aangehouden om partijen in staat te stellen een minnelijk oplossing te bereiken.
1.5.
Bij e-mail van 1 mei 2026 hebben de certificaathouders de Ondernemingskamer alsnog verzocht om een beschikking te geven.
1.6.
Bij e-mail van 11 juni 2026 hebben Enora en de StAK een akte ingediend houdende wijziging van de tegenverzoeken. De Ondernemingskamer heeft de certificaathouders op 12 juni 2026 in de gelegenheid gesteld op deze akte te reageren.
1.7.
Bij e-mail van 25 juni 2026 hebben partijen de Ondernemingskamer eenstemmig laten weten dat zij dichtbij een minnelijke oplossing zijn en de Ondernemingskamer verzocht om aanhouding van de beslissing in de zaak met nummer 200.357.898/02 OK. Dit verzoek tot aanhouding is door de Ondernemingskamer toegewezen.
1.8.
Bij e-mails van 1 juli 2026 hebben partijen de Ondernemingskamer eenstemmig laten weten dat zij een definitieve oplossing van hun geschil hebben bereikt. Partijen hebben de Ondernemingskamer daarom eenstemmig verzocht tot intrekking en beëindiging van beide procedures.
1.9.
Op verzoek van de Ondernemingskamer heeft de deskundige op 14 juli 2026 een urenverantwoording met betrekking tot de al uitgevoerde werkzaamheden en een eindfactuur overgelegd. De partijen zijn diezelfde dag in de gelegenheid gesteld om zich daarover uit te laten.
1.10.
Bij afzonderlijke e-mails van 20 juli 2026 hebben de certificaathouders, Enora en de StAK de Ondernemingskamer laten weten geen behoefte te hebben om inhoudelijk te reageren op de kosten van de deskundige.

2.De gronden van de beslissing

2.1
Op grond van artikel 191 lid 1 Rv Pro heeft de deskundige recht op een door de rechter te begroten schadeloosstelling en loon.
2.2
In deze zaak is, op basis van een (uren)begroting met toelichting van de deskundige, een voorschot vastgesteld van € 184.484 inclusief omzetbelasting. Uit de urenverantwoording van de deskundige blijkt dat de deskundige uiteindelijk 49 uren heeft besteed aan zijn (niet-afgeronde) onderzoek, wat neerkomt op € 26.681 inclusief omzetbelasting.
2.3
Er zijn geen bezwaren aangevoerd tegen de kosten van de deskundige en het bedrag is lager dan het vastgestelde voorschot. Dit bedrag en de bestede uren komen de Ondernemingskamer gelet op de aard en omvang van het gedeeltelijk uitgevoerde deskundigenonderzoek ook niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal het loon van de deskundige daarom vaststellen op € 26.681 inclusief omzetbelasting.
2.4
Nu partijen een minnelijke regeling hebben getroffen, zij de Ondernemingskamer verzoeken tot intrekking en beëindiging van de procedure en de Ondernemingskamer ook voorts niet is gebleken van enig belang dat zich daartegen verzet, zal de Ondernemingskamer het eenstemmige verzoek van partijen tot beëindiging inwilligen. De Ondernemingskamer zal het bij de beschikking van 19 februari 2026 bevolen onderzoek naar de waarde van de door de certificaathouders gehouden certificaten van aandelen in Enora en de bij diezelfde beschikking getroffen voorlopige voorzieningen beëindigen, één en ander met ingang van vandaag. Het verzoek van de certificaathouders tot het treffen van aanvullende voorlopige voorzieningen en het zelfstandig tegenverzoek van Enora en de StAK behoeven bij die stand van zaken geen verdere behandeling meer. De Ondernemingskamer zal deze partijen daarom in die verzoeken niet-ontvankelijk verklaren.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
stelt het loon van de deskundige vast op € 26.681 inclusief omzetbelasting;
beëindigt per datum van deze beschikking het bij beschikking van 19 februari 2026 bevolen onderzoek naar de waarde van de door [Certificaathouder A] en [Certificaathouder B] gehouden certificaten van aandelen in Enora Media Holding B.V.;
ontheft per datum van deze beschikking mr. S.W.H van Wijk MBA RV BI uit de functie van deskundige zoals bedoeld in de beschikkingen van 19 februari 2026 en 3 maart 2026 in deze zaak;
beëindigt per datum van deze beschikking de bij beschikking van 19 februari 2026 getroffen voorlopige voorzieningen;
verklaart [Certificaathouder A] , [Certificaathouder B] , Enora Media Holding B.V. en Stichting Administratiekantoor BMG niet-ontvankelijk in hun verzoeken in de zaak met nummer 200.357.898/02 OK.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.A.H. Melissen, voorzitter, mr. A.W.H. Vink en mr. G. Oosterhoff, raadsheren, en mr. D.E.M. Aleman MBA en drs. V.G. Moolenaar, raden, in tegenwoordigheid van mr. L. van Hoof, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. W.A.H. Melissen op 28 juli 2026.