ECLI:NL:GHAMS:2026:2004
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en verlaging kinderbijdrage na hoger beroep tussen ouders
De zaak betreft een hoger beroep van de vader tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland waarin een kinderbijdrage van €345 per maand was vastgesteld ten behoeve van hun minderjarige kind geboren in 2015.
Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep bereikten partijen overeenstemming over een lagere kinderbijdrage van €175 per maand, ingaande 1 augustus 2026. Tevens werd afgesproken dat de reeds betaalde bijdragen tot die datum niet teruggevorderd worden en dat de moeder geen verdere vorderingen zal instellen over die periode. Daarnaast is overeengekomen dat de vader de helft van de deurwaarderskosten van het Nationaal Loket Alimentatie Inning zal betalen, tot een maximum van €600.
Het hof heeft de bestreden beschikking vernietigd voor zover deze de kinderbijdrage betreft en de nieuwe afspraken vastgelegd in een beschikking. De vader heeft zijn eerdere verzoeken ingetrokken en de moeder heeft ingestemd met het inbrengen van een uittreksel uit het handelsregister. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026 door het Gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het hof stelt een lagere kinderbijdrage van €175 per maand vast, ingaande 1 augustus 2026, en vernietigt de eerdere beschikking voor zover deze de kinderbijdrage betreft.