Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
Geachte heer [appellant] ,
4.De klacht
5.Beoordeling
.
De incassodienstverlener die een schuldenaar benadert neemt daarbij in ieder geval de volgende normen in acht:
hij oefent geen oneigenlijke druk uit door te dreigen met maatregelen die niet of nog niet kunnen of zullen worden genomen;
hij onthoudt zich van agressief, bedreigend of intimiderend taalgebruik;
(...)
Een curator zal worden aangesteld’, ‘u als gefailleerde’, ‘verliest u beschikking over uw vermogen’– zo geformuleerd dat het faillissement een voldongen feit lijkt. Er wordt niet beschreven wat zou kunnen gebeuren, maar wat gaat gebeuren. Daarmee heeft de gerechtsdeurwaarder niet alleen oneigenlijke druk uitgeoefend, maar klager ook geïntimideerd. Een faillissement grijpt diep in de persoonlijke levenssfeer van mensen. Door daarmee te dreigen heeft de gerechtsdeurwaarder angst aangejaagd om klager tot betaling te bewegen, hetgeen in strijd is met de Gerechtsdeurwaardersverordening en de Wet kwaliteit incassodienstverlening en de daarop gebaseerde regelgeving, aldus nog steeds klager.
Uitgangspunten proceskostenveroordeling in hoger beroep’ (te raadplegen op de website van dit hof).