ECLI:NL:GHAMS:2026:1935
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Schorsing uitvoerbaarheid bij voorraad inzageplicht DNB in civiele procedure
De rechtbank Amsterdam had DNB bevolen om aan Conservatrix Group afschrift te verstrekken van bepaalde stukken ten behoeve van een schadeloosstellingsprocedure en een mogelijke onrechtmatige daadprocedure. Dit bevel was uitvoerbaar bij voorraad verklaard. DNB kwam hiertegen in hoger beroep en verzocht tevens om schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad. Conservatrix Group voerde een exceptie van onbevoegdheid op en verzocht om versterking van het bevel met een dwangsom.
Het hof wees de exceptie van onbevoegdheid en het verzoek tot verwijzing af. Bij de belangenafweging oordeelde het hof dat het belang van DNB bij behoud van de bestaande toestand zwaarder weegt dan het belang van Conservatrix Group bij onmiddellijke inzage. De vertrouwelijkheid van de stukken is essentieel voor het toezichtsysteem en het delen van deze informatie is onomkeerbaar. Daarom werd het verzoek van DNB tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad toegewezen.
De beslissing over de proceskosten en het verzoek tot dwangsom werd aangehouden tot de eindbeschikking in de hoofdzaak. Partijen werden gelast om hun verhinderdata op te geven voor de verdere behandeling van de hoofdzaak, waarbij Conservatrix Group uiterlijk 11 juli 2026 een verweerschrift moet indienen.
Uitkomst: Het hof schorst de uitvoerbaarheid bij voorraad van het bevel aan DNB om stukken te verstrekken aan Conservatrix Group vanwege het onomkeerbare karakter van de vertrouwelijke informatie.