ECLI:NL:GHAMS:2026:1920
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep wegens intrekking
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 11 juli 2023. Tijdens de terechtzitting op 30 juni 2026 heeft de raadsvrouw namens verdachte medegedeeld dat verdachte het hoger beroep wenst in te trekken en geen bezwaren meer heeft tegen het vonnis.
De advocaat-generaal vorderde dat verdachte niet-ontvankelijk zou worden verklaard in het hoger beroep. Omdat er geen schriftelijke grieven zijn ingediend en geen rechtens te respecteren belang is gebleken dat een nader onderzoek rechtvaardigt, oordeelt het hof dat verdachte niet-ontvankelijk is in het hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Het arrest is uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 30 juni 2026. Een van de rechters was verhinderd het arrest mede te ondertekenen.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking.