Op 5 januari 2024 pleegde de verdachte te Alkmaar meerdere verkeersovertredingen, waaronder het rijden onder invloed met een alcoholconcentratie van 275 ug/l, in strijd met artikel 8, tweede lid, onderdeel a, van de Wegenverkeerswet 1994, en een overtreding van artikel 9, tweede lid, van dezelfde wet. De politierechter in Noord-Holland veroordeelde de verdachte, tegen welk vonnis hoger beroep werd ingesteld.
Het gerechtshof Amsterdam vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht. Het hof stelde vast dat sprake was van eendaadse samenloop van de overtredingen en veroordeelde de verdachte tot een gevangenisstraf van twee weken, waarvan de uitvoering werd opgeschort onder voorwaarden. Daarnaast werd een geldboete van €1.200 opgelegd, te voldoen in twaalf termijnen van €100, en twaalf dagen hechtenis bij niet-betaling.
Voorts verklaarde het hof het in beslag genomen voertuig, een personenauto, verbeurd. Zowel de verdachte als de advocaat-generaal deden ter zitting afstand van het recht om cassatie in te stellen, waardoor de uitspraak definitief werd.