ECLI:NL:GHAMS:2026:1840
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- A.N. van de Beek
- J.M. van Baardewijk
- S. van Gestel
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezamenlijk gezag moeder en vader over minderjarige kinderen bevestigd
De zaak betreft het gezag over twee minderjarige kinderen, waarbij de rechtbank het verzoek van de vader om het gezamenlijk gezag te beëindigen en het gezag aan hem alleen toe te wijzen, heeft toegewezen. De moeder is tegen deze beslissing in hoger beroep gegaan, maar het hof heeft de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
De ouders hebben een moeizame en conflictueuze communicatie, waarbij de moeder door psychische problematiek al bijna anderhalf jaar niet betrokken is bij het leven van de kinderen. Pogingen tot contactherstel en hulpverlening zijn niet succesvol gebleken. De moeder heeft zelfs een afscheidsbrief aan de kinderen geschreven, wat veel impact op hen had.
Het hof overweegt dat gezamenlijk gezag alleen mogelijk is als ouders in staat zijn tot behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening. Gezien de langdurige verstoorde communicatie en het gebrek aan betrokkenheid van de moeder acht het hof het onwaarschijnlijk dat dit binnen afzienbare tijd zal verbeteren. Daarom is beëindiging van het gezamenlijk gezag in het belang van de kinderen noodzakelijk.
De moeder heeft haar verzoek om een onbegeleide omgangsregeling ingetrokken, en het hof benadrukt dat beëindiging van het gezag niet betekent dat contact met de moeder onmogelijk is; een borgingsplan is opgesteld om contactherstel te faciliteren zodra de moeder stabieler is.
De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd, waarbij de vader voortaan het gezag alleen uitoefent.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezamenlijk gezag en wijst het hoger beroep van de moeder af.