ECLI:NL:GHAMS:2026:1837
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing minderjarige
De zaak betreft de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een 10-jarige minderjarige. De kinderrechter stelde de minderjarige onder toezicht van een gecertificeerde instelling en machtigde de uithuisplaatsing bij de vader, waarbij het kind in het weekend bij de moeder verblijft. De moeder ging in hoger beroep tegen deze beslissingen.
De moeder voerde aan dat het onderzoek van de raad onvolledig was en dat zij hulpverlening accepteert, waardoor de ondertoezichtstelling niet gerechtvaardigd is. Ook stelde zij dat de uithuisplaatsing onterecht en niet in het belang van het kind is, mede vanwege de wisseling van school en de opvoedsituatie bij de vader. De raad en de vader stelden dat de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing noodzakelijk zijn vanwege het grote schoolverzuim en de onveilige situatie bij de moeder.
Het hof oordeelde dat de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing terecht zijn. Het schoolverzuim was groot en verbeterde aanzienlijk sinds het kind bij de vader woont. De moeder heeft weliswaar stappen gezet, maar de zorgen over de opvoedsituatie zijn nog niet weggenomen. Het hof bekrachtigde de beschikking van de kinderrechter en benadrukte het belang van het doorlopen van begeleidingsprogramma's en het betrekken van een kindbehartiger.
De machtiging tot uithuisplaatsing werd voor de volledige periode van een jaar gehandhaafd, mede vanwege de positieve ontwikkeling van het kind bij de vader en de twijfel over de thuissituatie bij de moeder. Het hof wees ook op de noodzaak van aandacht voor de omgang met de biologische vader en de toekomstige zorgregeling tussen ouders.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij de vader voor de periode van een jaar.