ECLI:NL:GHAMS:2026:1761

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
16 juni 2026
Publicatiedatum
2 juli 2026
Zaaknummer
200.358.761/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep ongegrond verklaring klacht tegen gerechtsdeurwaarder over proces-verbaal en klachtbehandeling

In deze civiele zaak heeft de gerechtsdeurwaarder hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders die een klacht van klager deels gegrond had verklaard en een waarschuwing had opgelegd. De klacht betrof de kwaliteit van een proces-verbaal van constatering en de afhandelingstermijn van de klacht.

De feiten zijn niet in geschil: de gerechtsdeurwaarder stelde een proces-verbaal op naar aanleiding van een opdracht van de rechtbank waarin afspraken over cameratoezicht tussen buren waren vastgelegd. Klager vond het proces-verbaal onvoldoende en klaagde ook over de trage reactie op zijn klacht.

Het hof oordeelt dat de kamer in eerste aanleg de gerechtsdeurwaarder niet heeft gehoord alvorens een maatregel op te leggen, wat niet in overeenstemming is met een behoorlijke procesorde. Desondanks kan het hof de zaak volledig opnieuw beoordelen. Het hof stelt vast dat het proces-verbaal aansluit bij de opdracht van de rechtbank en dat er geen sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Ook de reactietermijn op de klacht is niet onredelijk overschreden.

Daarom verklaart het hof de klacht ongegrond, vernietigt de eerdere maatregel en veroordeelt klager in de kosten van het hoger beroep. De klacht tegen de gerechtsdeurwaarder wordt niet toegewezen.

Uitkomst: De klacht tegen de gerechtsdeurwaarder wordt ongegrond verklaard en de eerdere maatregel vernietigd.

Uitspraak

beslissing
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.358.761/01 GDW
nummer eerste aanleg : C/13/748711 DW RK 24/141
beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 16 juni 2026
inzake
[appellant],
kandidaat-gerechtsdeurwaarder te [plaats 1] ,
appellant,
tegen
[geïntimeerde],
wonend te [plaats 2] ,
geïntimeerde.
Partijen worden hierna de gerechtsdeurwaarder en klager genoemd.

1.De zaak in het kort

De gerechtsdeurwaarder heeft een proces-verbaal van constatering opgemaakt. Klager verwijt de gerechtsdeurwaarder dat het proces-verbaal van onvoldoende kwaliteit is en dat hij niet tijdig heeft gereageerd op zijn klachten daarover. Het hof verklaart de klacht ongegrond.

2.Het geding in hoger beroep

2.1.
De gerechtsdeurwaarder heeft op 5 september 2025 een beroepschrift, met bijlagen, bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam (hierna: de kamer) van 8 augustus 2025 tussen partijen gegeven onder bovengenoemd nummer (ECLI:NL:TGDKG:2025:72).
2.2.
Klager heeft op 9 oktober 2025 een verweerschrift, met bijlagen, bij het hof ingediend.
2.3.
Het hof heeft van de kamer de stukken van de eerste aanleg ontvangen.
2.4.
De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 1 april 2026. De gerechtsdeurwaarder en klager zijn verschenen en hebben het woord gevoerd; klager aan de hand van een aan het hof overgelegde pleitnota.

3.Feiten

Het hof gaat uit van de volgende feiten, die tussen partijen niet in geschil zijn.
3.1.
Op 10 februari 2023 heeft de rechtbank Midden-Nederland in een geding tussen klager en zijn buurman een proces-verbaal van een mondelinge behandeling opgesteld waarin partijafspraken zijn vastgelegd. Daarin staat, onder meer, het volgende:

Partijen hebben ieder camera’s rond hun woning en spreken af dat de camera’s geen zicht en/of opnames maken op het perceel van de ander. De camera’s zijn afgeplakt of zodanig ingesteld dat dit niet mogelijk is. Aan een deurwaarder wordt binnen twee weken na heden opdracht gegeven hiervan een proces-verbaal op te maken ter controle van deze afspraken. (…)
3.2.
De advocaten van klager en zijn buurman hebben de gerechtsdeurwaarder ingeschakeld om uitvoering te geven aan het bovenstaande. Op 1 mei 2023 heeft de gerechtsdeurwaarder daartoe een proces-verbaal van constatering opgemaakt. De gerechtsdeurwaarder heeft zich begeven naar de desbetreffende woningen en zijn bevindingen als volgt in het proces-verbaal opgenomen:

Ten aanzien van de camera’s, welke zijn bevestigd aan en/of geplaatst rond de woning van de familie [naam] :
Deze camera’s hebben geen zicht op de woning en het perceel van de familie [geïntimeerde] . De camera’s zijn gedeeltelijk afgeplakt, zodat er alleen zicht is op het eigen perceel van de familie [naam] .
Ten aanzien van de camera’s, welke zijn bevestigd aan en/of geplaatst rond de woning van de familie [geïntimeerde] :
Deze camera’s hebben geen zicht op de woning en het perceel van de familie [naam] . Een uitzondering is de camera, gemonteerd aan dezelfde muur, waarin ook de toegangsdeur tot de woning van de familie [geïntimeerde] zich bevindt. Deze camera heeft over de afscheiding (schutting) tussen beide percelen heen zicht op een gedeelte van de woning van familie [naam] , zijnde de zijde waar ook de toegangsdeur van de woning van de familie [naam] zich bevindt.
3.3.
Bij e-mail van 28 juli 2023 heeft het kantoor van de gerechtsdeurwaarder het proces-verbaal van constatering aan beiden partijen gestuurd.
3.4.
Bij e-mail van 1 augustus 2023 heeft klager bezwaar gemaakt tegen de inhoud van het proces-verbaal van constatering.
3.5.
Bij e-mail van 17 augustus 2023 heeft de gerechtsdeurwaarder gereageerd op de e-mail van klager. Hij heeft daarbij verwezen naar de opdracht in het proces-verbaal van de rechtbank van 10 februari 2023.
3.6.
Bij e-mail van 17 augustus 2023 heeft klager de gerechtsdeurwaarder verzocht te bevestigen dat zijn klacht volgens het klachtenprotocol van het gerechtsdeurwaarderskantoor is behandeld en vervolgens is afgewezen.
3.7.
Bij e-mail van 18 augustus 2023 heeft de gerechtsdeurwaarder onder verwijzing naar de klachtenregeling die op de website stond, geantwoord dat de klacht voor een formele afhandeling zou worden overgedragen aan de klachtbehandelaar van het gerechtsdeurwaarderskantoor.
3.8.
Op 29 augustus 2023 heeft gerechtsdeurwaarder Feringa in zijn hoedanigheid van klachtbehandelaar in de zin van de klachtenregeling aan klager de ontvangst bevestigd van diens klacht van 1 augustus 2023.
3.9.
Bij e-mail van 11 september 2023 heeft klager gerappelleerd dat nog niet op de klacht is gereageerd en zijn klacht nader onderbouwd.
3.10.
Bij brief van 2 oktober 2023 heeft de klachtbehandelaar gereageerd op de klacht van klager.

4.De klacht

Klager verwijt de gerechtsdeurwaarder - samengevat - dat hij “broddelwerk” heeft afgeleverd bij het opmaken van het proces-verbaal van constatering. Klager beoogt het rapport van tafel te krijgen zodat de opdracht naar een gerechtsdeurwaarder kan gaan met meer expertise. Daarnaast is klager het niet eens met de wijze waarop en het tijdsbestek waarbinnen zijn klacht is afgehandeld door de gerechtsdeurwaarder.

5.Beoordeling

5.1.
Klager heeft zijn klachten gericht tegen de gerechtsdeurwaarder en tegen diens collega, de klachtbehandelaar. De kamer heeft in de bestreden beslissing de klachten van klager tegen de gerechtsdeurwaarder en tegen diens collega gezamenlijk behandeld, deze gedeeltelijk gegrond verklaard en aan beide gerechtsdeurwaarders de maatregel van waarschuwing opgelegd. Daarnaast heeft de kamer beide gerechtsdeurwaarders veroordeeld in de proceskosten van klagers, te betalen nadat de uitspraak onherroepelijk is geworden. Alleen de gerechtsdeurwaarder heeft hoger beroep ingesteld.
Gang van zaken eerste aanleg
5.2.
De gerechtsdeurwaarder heeft in hoger beroep bezwaar gemaakt tegen de gang van zaken in eerste aanleg. Volgens de gerechtsdeurwaarder is onder meer het beginsel van hoor en wederhoor door de kamer niet op een correcte wijze toegepast. Tegen de klachten van klager is door gerechtsdeurwaarder Feringa op 2 juli 2024 een schriftelijk verweer ingediend, waarbij hij ook het verweer tegen de klacht tegen de gerechtsdeurwaarder op zich heeft genomen. De kamer heeft dit laatste aanvaard en alle opvolgende communicatie in deze zaak uitsluitend aan gerechtsdeurwaarder Feringa gericht. De gerechtsdeurwaarder heeft ter onderbouwing de correspondentie tussen de kamer en gerechtsdeurwaarder Feringa overgelegd. De gerechtsdeurwaarder is nimmer in die communicatie betrokken en ook niet opgeroepen om ter zitting bij de kamer te verschijnen. De gerechtsdeurwaarder heeft dan ook geen verweer kunnen voeren en is door de kamer niet gehoord, terwijl de kamer aan hem wel een maatregel heeft opgelegd, aldus de gerechtsdeurwaarder.
5.3.
Het hof stelt vast dat de door de gerechtsdeurwaarder beschreven gang van zaken bij de behandeling van de klacht in eerste aanleg genoegzaam blijkt uit de door de gerechtsdeurwaarder overgelegde stukken en uit het van de kamer ontvangen procesdossier. Het hof is van oordeel dat deze gang van zaken bij de kamer niet in overeenstemming is met de beginselen van een behoorlijke procesorde. De kamer heeft de gerechtsdeurwaarder in de uitspraak aangemerkt als beklaagde en bovendien aan hem een maatregel opgelegd zonder hem te horen of hem in de gelegenheid te stellen gehoord te worden. Deze tekortkomingen staan echter niet in de weg aan een beoordeling van de zaak in hoger beroep, aangezien het hoger beroep van de gerechtsdeurwaarder immers ertoe leidt dat de zaak opnieuw in volle omvang wordt behandeld, waarmee de eerdere gebreken zijn hersteld. Wel dient, indien het tot een beslissing omtrent de kosten komt, met deze omstandigheden rekening te worden gehouden.
Proces-verbaal van constatering
5.4.
De kamer heeft bij de beoordeling van de klacht vooropgesteld dat de juistheid van de inhoud van het proces-verbaal niet ter beoordeling van de tuchtrechter staat en dat het de kamer, in het verlengde daarvan, ontbreekt aan de bevoegdheid het proces-verbaal “van tafel te krijgen”, zoals door klager is verzocht. De kamer heeft verder, met klager, vastgesteld dat het proces-verbaal van de rechtbank geen melding maakt van meer specifieke gegevens, zoals het aantal camera’s, de posities van de camera’s of andere zaken die volgens klager ontbreken in het proces-verbaal van constatering. Dat klager voorafgaand aan de constatering met de gerechtsdeurwaarder de punten heeft besproken waar extra aandacht naar uit zou moeten gaan, maakt die punten nog niet tot onderdeel van de afspraken die partijen hebben gemaakt tijdens de mondelinge behandeling en die in het proces-verbaal van de rechtbank zijn vastgelegd. De door de gerechtsdeurwaarder opgetekende constatering sluit aan bij de (summiere) opdracht die voortvloeit uit genoemd proces-verbaal van de rechtbank. Dat partijen gezamenlijk een andere of meer gedetailleerde opdracht hebben gegeven aan de gerechtsdeurwaarder is niet gebleken. Voor zover klager heeft geklaagd dat het proces-verbaal van constatering ruimte laat voor de buurman om de huidige situatie in de toekomst te wijzigen ten nadele van klager, geldt dat een proces-verbaal van constatering dit per definitie niet kan tegengaan omdat het een momentopname is. Naar het oordeel van de kamer is niet gebleken dat het de gerechtsdeurwaarder aan de nodige expertise heeft ontbroken. De gerechtsdeurwaarder heeft, zoals van een goed handelend gerechtsdeurwaarder mag worden verwacht, uitvoering gegeven aan zijn opdracht zoals opgenomen in het proces-verbaal van de rechtbank. Niets wijst erop dat dit niet naar eer en geweten is gedaan. De kamer heeft dit klachtonderdeel daarom ongegrond verklaard.
5.5.
Het hof sluit zich bij deze overwegingen van de kamer aan en maakt die tot de zijne. Het beroepschrift van de gerechtsdeurwaarder, het verweerschrift van klager en de verdere behandeling van de zaak ter zitting in hoger beroep hebben geen ander licht op de zaak geworpen en geven het hof geen aanleiding om tot een andere beoordeling te komen dan de kamer. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door de gerechtsdeurwaarder is ook het hof niet gebleken. Wel was het, ter bevordering van de duidelijkheid, wellicht beter geweest als de gerechtsdeurwaarder in het proces-verbaal zijn werkwijze tijdens de plaatsopneming specifieker en meer feitelijk had omschreven. Dat hij dat niet heeft gedaan is in dit geval, gelet op de weinig specifiek geformuleerde opdracht in het proces-verbaal van de rechtbank, niet tuchtrechtelijk laakbaar. De klacht is in zoverre ongegrond.
Duur afhandeling klacht
5.6.
Klager beklaagt zich in het tweede onderdeel van zijn klacht over de wijze waarop de klacht die hij bij de gerechtsdeurwaarder heeft ingediend, is afgehandeld. Klager verwijt de gerechtsdeurwaarder dat hij pas ruim een half jaar later een reactie heeft ontvangen.
5.7.
Klager heeft onder zijn e-mail van 1 augustus 2023, waarin hij bezwaar maakte tegen de inhoud van het proces-verbaal, vermeld dat het een formele klacht betrof. Bij e-mail van 14 augustus 2023 heeft klager deze klacht aangevuld en om een reactie binnen één à twee weken gevraagd. De gerechtsdeurwaarder heeft op 17 augustus 2023 op deze (aangevulde) klacht van klager gereageerd. Daarmee heeft de gerechtsdeurwaarder enkele dagen buiten de algemene reactietermijn van veertien dagen, zoals neergelegd in de tuchtrechtjurisprudentie, gereageerd op de e-mail van 1 augustus 2023. Gelet op het feit dat klager zijn klacht binnen de genoemde reactietermijn heeft aangevuld met nieuwe, met de eerste klacht samenhangende onderdelen en daarbij een termijn voor een reactie heeft genoemd, waarbinnen de gerechtsdeurwaarder heeft gereageerd, acht het hof de termijnoverschrijding niet klachtwaardig.
5.8.
De gerechtsdeurwaarder heeft, toen klager om een formele klachtafhandeling vroeg, klager vervolgens op 18 augustus 2023 bericht dat hij de zaak overdroeg aan de klachtbehandelaar van het gerechtsdeurwaarderskantoor. De gerechtsdeurwaarder heeft zich vervolgens terecht overeenkomstig het klachtreglement van het kantoor buiten de verdere afhandeling van de klacht gehouden. Klager was bekend met dit klachtenreglement, gelet op zijn verwijzing daarnaar in zijn e-mail van 29 augustus 2023. Dat klager pas op 2 oktober 2023 uitsluitsel op zijn klacht heeft gekregen van de klachtenbehandelaar, kan de gerechtsdeurwaarder niet worden verweten. Anders dan de kamer verklaart het hof ook dit deel van de klacht tegen de gerechtsdeurwaarder ongegrond.
5.9.
Het voorgaande leidt tot de slotsom dat beide onderdelen van de klacht tegen de gerechtsdeurwaarder ongegrond zijn. Voor de in eerste aanleg ten laste van de gerechtsdeurwaarder uitgesproken maatregel en kostenveroordeling bestaat geen grond. Het hof zal de bestreden beslissing daarom vernietigen voor zover betrekking hebbend op deze gerechtsdeurwaarder. Gelet op die uitkomst blijven de kosten van klager in dit hoger beroep voor zijn eigen rekening.

6.Beslissing

Het hof:
- vernietigt de bestreden beslissing, voor zover betrekking hebbend op de gerechtsdeurwaarder;
en, opnieuw beslissende:
- verklaart de klacht in beide onderdelen ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mrs. J.C.W. Rang, H.T. van der Meer en O.M. Jans en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2026 door de rolraadsheer.