Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
H. Vrijstelling van inbreng
BRIEF BIJLAGE TESTAMENT SCHENKINGEN/ LENINGEN AAN [naam 2] EN [naam 3]
en aan [naam 3][Hof: [verweerder] ]
naast elkaar gelegd. Er bleek nog een onbedoelde financiele bevoordeling van [naam 2] te zijn, deze heb ik in 2014 en 2015 vrijwel hersteld. [naam 2] meende nog recht te hebben op een bedrag van €36.000,- incl. rente als restant van de in 2004 voorgestelde schenking. Echter in de eerste plaats heeft [naam 2] deze schenking volgens notaris Vos niet aanvaard, in de tweede plaats bleek mij in 2014 dat [naam 2] onbedoeld al financieel bevoordeeld was. Ik heb niettemin in juni 2016 het gevraagde bedrag van €36.000,- incl. rente overgemaakt, conform het voorstel van [naam 2] . Tegelijkertijd heb ik hetzelfde bedrag aan [naam 3] overgemaakt om gelijke behandeling te handhaven.
3.Beoordeling
Alhoewel ook deze regeling nog steeds in je voordeel is komt deze toch in principe tegemoet aan je beginsel “gelijke monniken, gelijke kappen. Ik kan hiermee zowel jou als [naam 3] recht in de ogen kijken. Anders wil ik niet, anders kan ik niet. Ik hoop dat je dit zelf ook wilt inzien.
Ik heb Pa zojuist uitgebreid gesproken en hij voelt zich goed. Hij lag niet op bed, maar zat in zijn stoel (…) Het is uitermate onkies en niet ethisch om al over Pa’s begrafenis te spreken, als Pa nog niet is overleden. Ik heb hier zojuist met Pa ook over gesproken en dit bevreemdde hem zeer. Van Pa weet ik ook, dat jij niet de persoon bent om zijn begrafenis te regelen. Pa heeft bij testament laten vastleggen, dat de notaris zijn begrafenis moet regelen.”Volgens [verweerder] maakte erflater tot op het einde van zijn leven zijn eigen keuzes, ook wat betreft zijn vermogen. Zo verkocht hij op 20 november 2020 nog zelf zijn huis door in overleg met de makelaar een koopovereenkomst aan te gaan en besloot hij in december 2020 dat hij niet opnieuw in het ziekenhuis wilde worden opgenomen. De kerstdagen en Oud en Nieuw vierde erflater intensief met zijn familie en vrienden. Erflater stond - aldus [verweerder] - nog volop in het leven. Erflater was stellig van mening dat hij [verweerder] een onkostenvergoeding was verschuldigd en heeft dan ook tijdens de kerstdagen van 2020 aan [verweerder] gevraagd een reiskostenvergoeding te berekenen. Erflater heeft de door [verweerder] gemaakte berekening en opgestelde verklaring beoordeeld en vervolgens voor akkoord ondertekend, waarna [verweerder] , met toestemming en medeweten van erflater, deze onkostenvergoeding aan zichzelf heeft overgeboekt.