ECLI:NL:GHAMS:2026:1735

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
26 juni 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
23-000767-22
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10a OpiumwetArt. 10 OpiumwetArt. 33 SrArt. 33a SrArt. 47 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen voorbereidingshandelingen cocaïnelaboratorium Nijeveen

In deze zaak stond de verdachte terecht voor betrokkenheid bij de voorbereiding van een cocaïnelaboratorium in een manege te Nijeveen en voor witwassen. Het hof sprak de verdachte vrij van het witwassen wegens onvoldoende bewijs en een geloofwaardige verklaring over de herkomst van de contante geldbedragen.

Het hof oordeelde dat de verdachte wel medepleger was van voorbereidingshandelingen voor de exploitatie van het cocaïnelaboratorium. Hij had een loods in Apeldoorn gehuurd voor opslag van dragermateriaal en vervoerde dit materiaal en productieafval met een door hem aangeschafte vrachtwagencombinatie. Uit tachograafgegevens, telefoonlocaties en observaties bleek dat hij frequent tussen de locaties reed.

De rechtbank had de verdachte veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf, het hof matigde dit tot 27 maanden vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Het hof benadrukte de ernst van het feit, de omvang van het laboratorium en de maatschappelijke gevaren van drugproductie. Daarnaast werden de in beslag genomen goederen verbeurd verklaard.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 27 maanden gevangenisstraf voor medeplegen voorbereidingshandelingen cocaïnelaboratorium, vrijspraak witwassen.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000767-22
datum uitspraak: 26 juni 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 17 maart 2022 in de strafzaak onder parketnummer 13-997101-20 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
adres: [adres 1] .

1.Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 mei, 4 juni en 26 juni 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaten-generaal (hierna: advocaat-generaal) en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging in eerste aanleg, ten laste gelegd dat:
1.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2020 tot en met 7 augustus 2020 te Nijeveen en/of Apeldoorn en/of Elshout, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of vervaardigen van een stof bevattende cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende een stof vermeld op lijst 1 van de Opiumwet dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en/of gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had/hadden om te vermoeden dat zij bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),
immers heeft hij tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, toen aldaar
- voorbereidingen getroffen om te Nijeveen in een cocaïnewasserij in bedrijf te stellen en/of
- overleg gevoerd en/of afspraken gemaakt en/of inlichtingen uitgewisseld en/of geld geregeld over/voor het zoeken van een geschikte locatie voor de bewerking of verwerking van cocaïne en/of
- overleg gevoerd en/of afspraken gemaakt en/of inlichtingen uitgewisseld en/of geld geregeld over/voor de bouw en/of inrichting en/of voorzieningen en/of ingebruikname van een locatie voor de bewerking of verwerking van cocaïne en/of
- één of meer locaties bestemd voor de bewerking of verwerking van cocaïne en/of de opslag van het dragermateriaal en/of het afval van eerdergenoemd bewerkings-/verwerkingsproces gezocht en/of ter beschikking gesteld en/of verhuurd en/of gehuurd en/of
- een deel van de manege te Nijeveen verbouwd en/of ingericht en/of van apparatuur voorzien om dat deel van die manege geschikt te maken voor de bewerking en/of de verwerking van cocaïne en/of
- een productieopstelling voor de bewerking en/of verwerking van cocaïne gebouwd en/of ingericht en/of laten bouwen en/of inrichten en/of voorhanden gehad en/of
- apparatuur en/of cocaïne bevattende grondstoffen en/of chemicaliën en/of chemisch afval en/of andere voorwerpen en/of geld en/of arbeiders/personeel, benodigd bij en/of bestemd voor de bewerking en/of verwerking van cocaïne, geregeld, vervoerd en/of voorhanden gehad en/of
- een of meer vervoermiddelen en/of een heftruck, bestemd voor het transport van
- apparatuur en/of cocaïne bevattende grondstoffen en/of chemicaliën en/of andere voorwerpen en/of afval afkomstig van de bewerking en/of verwerking van cocaïne, geregeld en/of voorhanden gehad;
2. primair
hij op een of meer tijdstippen in de periode van 1januari 2020 tot en met 15 september 2020 te Apeldoorn, althans elders in Nederland, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, althans zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen, althans aan schuldwitwassen, immers heeft hij (telkens) van een voorwerp, te weten een contant geldbedrag (in totaal 385.900,90 euro aan contante geldbedragen), de werkelijke aard en/of de herkomst verborgen en/of verhuld en/of een voorwerp, te weten een contant geldbedrag (in totaal 385.900,90 euro aan contante geldbedragen), verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van dat voorwerp gebruik gemaakt, te weten:
op of omstreeks 02 januari 2020 een bedrag van (ongeveer) 50,00 euro en/of
op of omstreeks 03 januari 2020 een bedrag van (ongeveer) 300,00 euro en/of
op of omstreeks 06 januari 2020 een bedrag van (ongeveer) 1.100,00 euro en/of
op of omstreeks 09 januari 2020 een bedrag van (ongeveer) 330,00 euro en/of
op of omstreeks 13 januari 2020 een bedrag van (ongeveer) 1.400,00 euro en/of
op of omstreeks 15 januari 2020 een bedrag van (ongeveer) 330,00 euro en/of
op of omstreeks 22 januari 2020 een bedrag van (ongeveer) 7.700,00 euro en/of
op of omstreeks 24 januari 2020 een bedrag van (ongeveer) 200,00 euro en/of
op of omstreeks 28 januari 2020 een bedrag van (ongeveer) 20.000,00 euro en/of
op of omstreeks 29 januari 2020 een bedrag van (ongeveer) 18.250,00 euro en/of
op of omstreeks 30 januari 2020 een bedrag van (ongeveer) 2.600,00 euro en/of
op of omstreeks 03 februari 2020 een bedrag van (ongeveer) 1.255,00 euro en/of
op of omstreeks 06 februari 2020 een bedrag van (ongeveer) 1.450,00 euro en/of
op of omstreeks 10 februari 2020 een bedrag van (ongeveer) 895,00 euro en/of
op of omstreeks 17 februari 2020 een bedrag van (ongeveer) 750,00 euro en/of
op of omstreeks 21 februari 2020 een bedrag van (ongeveer) 310,90 euro en/of
op of omstreeks 27 februari 2020 een bedrag van (ongeveer) 10.000,00 euro en/of
op of omstreeks 28 februari 2020 een bedrag van (ongeveer) 11.500,00 euro en/of
op of omstreeks 02 maart 2020 een bedrag van (ongeveer) 1.165,00 euro en/of
op of omstreeks 06 maart 2020 een bedrag van (ongeveer) 370,00 euro en/of
op of omstreeks 09 maart 2020 een bedrag van (ongeveer) 980,00 euro en/of
op of omstreeks 11 maart 2020 een bedrag van (ongeveer) 2.000,00 euro en/of
op of omstreeks 13 maart 2020 een bedrag van (ongeveer) 500,00 euro en/of
op of omstreeks 16 maart 2020 een bedrag van (ongeveer) 1.050,00 euro en/of
op of omstreeks 23 maart 2020 een bedrag van (ongeveer) 3.950,00 euro en/of
op of omstreeks 24 maart 2020 een bedrag van (ongeveer) 45,00 euro en/of
op of omstreeks 26 maart 2020 een bedrag van (ongeveer) 29.970,00 euro en/of
op of omstreeks 27 maart 2020 een bedrag van (ongeveer) 2.000,00 euro en/of
op of omstreeks 30 maart 2020 een bedrag van (ongeveer) 5.000,00 euro en/of
op of omstreeks 01 april 2020 een bedrag van (ongeveer) 1.500,00 euro en/of
op of omstreeks 02 april 2020 een bedrag van (ongeveer) 250,00 euro en/of
op of omstreeks 03 april 2020 een bedrag van (ongeveer) 5.000,00 euro en/of
op of omstreeks 06 april 2020 een bedrag van (ongeveer) 1.550,00 euro en/of
op of omstreeks 08 april 2020 een bedrag van (ongeveer) 1.900,00 euro en/of
op of omstreeks 11 april 2020 een bedrag van (ongeveer) 1.300,00 euro en/of
op of omstreeks 20 april 2020 een bedrag van (ongeveer) 2.000,00 euro en/of
op of omstreeks 14 mei 2020 een bedrag van (ongeveer) 18.000,00 euro en/of
op of omstreeks 18 mei 2020 een bedrag van (ongeveer) 13.000,00 euro en/of
op of omstreeks 30 mei 2020 een bedrag van (ongeveer) 2.000,00 euro en/of
op of omstreeks 02 juni 2020 een bedrag van (ongeveer) 1.620,00 euro en/of
op of omstreeks 08 juni 2020 een bedrag van (ongeveer) 4.200,00 euro en/of
op of omstreeks 09 juni 2020 een bedrag van (ongeveer) 7.000,00 euro en/of
op of omstreeks 18 juni 2020 een bedrag van (ongeveer) 3.220,00 euro en/of
op of omstreeks 25 juni 2020 een bedrag van (ongeveer) 1.200,00 euro en/of
op of omstreeks 02 juli 2020 een bedrag van (ongeveer) 1.700,00 euro en/of
op of omstreeks 03 juli 2020 een bedrag van (ongeveer) 5.000,00 euro en/of
op of omstreeks 14 juli 2020 een bedrag van (ongeveer) 4.350,00 euro en/of
op of omstreeks 20 juli 2020 een bedrag van (ongeveer) 1.000,00 euro en/of
op of omstreeks 21 juli 2020 een bedrag van (ongeveer) 10.000,00 euro en/of
op of omstreeks 22 juli 2020 een bedrag van (ongeveer) 75.010,00 euro en/of
op of omstreeks 29 juli 2020 een bedrag van (ongeveer) 55.600,00 euro en/of
op of omstreeks 30 juli 2020 een bedrag van (ongeveer) 27.000,00 euro en/of
op of omstreeks 04 augustus 2020 een bedrag van (ongeveer) 6.000,00 euro en/of
op of omstreeks 26 augustus 2020 een bedrag van (ongeveer) 10.000,00 euro en/of
op of omstreeks 15 september 2020 een bedrag van (ongeveer) 1.050,00 euro,
terwijl hij (telkens) wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat dit voorwerp geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;
2. subsidiair
hij op een of meer tijdstippen in de periode van 1 januari 2020 tot en met 15 september 2020 te Apeldoorn, althans elders in Nederland, (telkens) een voorwerp, te weten een contant geldbedrag (in totaal 385.900,90 euro aan contante geldbedragen), heeft verworven en/of voorhanden gehad dat onmiddellijk afkomstig was uit enig eigen misdrijf; te weten:
op of omstreeks 02 januari 2020 een bedrag van (ongeveer) 50,00 euro en/of
op of omstreeks 03 januari 2020 een bedrag van (ongeveer) 300,00 euro en/of
op of omstreeks 06 januari 2020 een bedrag van (ongeveer) 1.100,00 euro en/of
op of omstreeks 09 januari 2020 een bedrag van (ongeveer) 330,00 euro en/of
op of omstreeks 13 januari 2020 een bedrag van (ongeveer) 1.400,00 euro en/of
op of omstreeks 15 januari 2020 een bedrag van (ongeveer) 330,00 euro en/of
op of omstreeks 22 januari 2020 een bedrag van (ongeveer) 7.700,00 euro en/of
op of omstreeks 24 januari 2020 een bedrag van (ongeveer) 200,00 euro en/of
op of omstreeks 28 januari 2020 een bedrag van (ongeveer) 20.000,00 euro en/of
op of omstreeks 29 januari 2020 een bedrag van (ongeveer) 18.250,00 euro en/of
op of omstreeks 30 januari 2020 een bedrag van (ongeveer) 2.600,00 euro en/of
op of omstreeks 03 februari 2020 een bedrag van (ongeveer) 1.255,00 euro en/of
op of omstreeks 06 februari 2020 een bedrag van (ongeveer) 1.450,00 euro en/of
op of omstreeks 10 februari 2020 een bedrag van (ongeveer) 895,00 euro en/of
op of omstreeks 17 februari 2020 een bedrag van (ongeveer) 750,00 euro en/of
op of omstreeks 21 februari 2020 een bedrag van (ongeveer) 310,90 euro en/of
op of omstreeks 27 februari 2020 een bedrag van (ongeveer) 10.000,00 euro en/of
op of omstreeks 28 februari 2020 een bedrag van (ongeveer) 11.500,00 euro en/of
op of omstreeks 02 maart 2020 een bedrag van (ongeveer) 1.165,00 euro en/of
op of omstreeks 06 maart 2020 een bedrag van (ongeveer) 370,00 euro en/of
op of omstreeks 09 maart 2020 een bedrag van (ongeveer) 980,00 euro en/of
op of omstreeks 11 maart 2020 een bedrag van (ongeveer) 2.000,00 euro en/of
op of omstreeks 13 maart 2020 een bedrag van (ongeveer) 500,00 euro en/of
op of omstreeks 16 maart 2020 een bedrag van (ongeveer) 1.050,00 euro en/of
op of omstreeks 23 maart 2020 een bedrag van (ongeveer) 3.950,00 euro en/of
op of omstreeks 24 maart 2020 een bedrag van (ongeveer) 45,00 euro en/of
op of omstreeks 26 maart 2020 een bedrag van (ongeveer) 29.970,00 euro en/of
op of omstreeks 27 maart 2020 een bedrag van (ongeveer) 2.000,00 euro en/of
op of omstreeks 30 maart 2020 een bedrag van (ongeveer) 5.000,00 euro en/of
op of omstreeks 01 april 2020 een bedrag van (ongeveer) 1.500,00 euro en/of
op of omstreeks 02 april 2020 een bedrag van (ongeveer) 250,00 euro en/of
op of omstreeks 03 april 2020 een bedrag van (ongeveer) 5.000,00 euro en/of
op of omstreeks 06 april 2020 een bedrag van (ongeveer) 1.550,00 euro en/of
op of omstreeks 08 april 2020 een bedrag van (ongeveer) 1.900,00 euro en/of
op of omstreeks 11 april 2020 een bedrag van (ongeveer) 1.300,00 euro en/of
op of omstreeks 20 april 2020 een bedrag van (ongeveer) 2.000,00 euro en/of
op of omstreeks 14 mei 2020 een bedrag van (ongeveer) 18.000,00 euro en/of
op of omstreeks 18 mei 2020 een bedrag van (ongeveer) 13.000,00 euro en/of
op of omstreeks 30 mei 2020 een bedrag van (ongeveer) 2.000,00 euro en/of
op of omstreeks 02 juni 2020 een bedrag van (ongeveer) 1.620,00 euro en/of
op of omstreeks 08 juni 2020 een bedrag van (ongeveer) 4.200,00 euro en/of
op of omstreeks 09 juni 2020 een bedrag van (ongeveer) 7.000,00 euro en/of
op of omstreeks 18 juni 2020 een bedrag van (ongeveer) 3.220,00 euro en/of
op of omstreeks 25 juni 2020 een bedrag van (ongeveer) 1.200,00 euro en/of
op of omstreeks 02 juli 2020 een bedrag van (ongeveer) 1.700,00 euro en/of
op of omstreeks 03 juli 2020 een bedrag van (ongeveer) 5.000,00 euro en/of
op of omstreeks 14 juli 2020 een bedrag van (ongeveer) 4.350,00 euro en/of
op of omstreeks 20 juli 2020 een bedrag van (ongeveer) 1.000,00 euro en/of
op of omstreeks 21 juli 2020 een bedrag van (ongeveer) 10.000,00 euro en/of
op of omstreeks 22 juli 2020 een bedrag van (ongeveer) 75.010,00 euro en/of
op of omstreeks 29 juli 2020 een bedrag van (ongeveer) 55.600,00 euro en/of
op of omstreeks 30 juli 2020 een bedrag van (ongeveer) 27.000,00 euro en/of
op of omstreeks 04 augustus 2020 een bedrag van (ongeveer) 6.000,00 euro en/of
op of omstreeks 26 augustus 2020 een bedrag van (ongeveer) 10.000,00 euro en/of
op of omstreeks 15 september 2020 een bedrag van (ongeveer) 1.050,00 euro.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

3.Vernietiging vonnis

Het vonnis zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring en strafoplegging komt dan de rechtbank.

4.Inleiding

Op 30 juni 2020 is door de Dienst Landelijke Recherche een afschermproces-verbaal van het Team Criminele Inlichtingen ontvangen waarin stond dat uit onderzoek was gebleken dat er zich in een manege aan [adres 3] in Nijeveen vermoedelijk een in aanbouw of gereed zijnde cocaïnewasserij danwel drugslaboratorium bevond. Hierop is onder de naam Rockdale een strafrechtelijke onderzoek gestart. Achteraf is gebleken dat deze inlichtingen gebaseerd waren op onderzoeksbevindingen uit het – inmiddels in strafrechtelijke kringen bekende – onderzoek 26Lemont die, met machtiging van de rechter-commissaris, nader zijn onderzocht en gedeeld binnen het onderzoek Rockdale. Na verder onderzoek is op 7 augustus 2020 de politie binnengetreden in de manege in Nijeveen en trof daar een zeer groot cocaïnelaboratorium aan. In het laboratorium werden vijftien verdachten aangehouden. Daarnaast werd [medeverdachte 1] , de eigenaar van de manege aangehouden. Dit betreft het onderzoek Rockdale 1.
Rockdale 2 betreft het vervolgonderzoek naar de betrokkenen achter het cocaïnelaboratorium. Uiteindelijk zijn in dat onderzoek verder als verdachten aangemerkt: [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 8] , [verdachte] , [medeverdachte 9] , [medeverdachte 10] en [medeverdachte 11] .
Alle verdachten zijn door de rechtbank veroordeeld. Door een aantal verdachten is hoger beroep ingesteld. Voor aanvang van de inhoudelijke behandeling heeft een aantal verdachten aangegeven het hoger beroep niet langer te willen handhaven. Zij zijn door het hof niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep. Uiteindelijk stonden in hoger beroep alleen nog terecht [medeverdachte 1] (Rockdale 1) en [medeverdachte 10] , [verdachte] , [medeverdachte 9] en [medeverdachte 8] (Rockdale 2). Aan hen zijn verschillende feiten ten laste gelegd.
Voor de leesbaarheid worden de verdachte en de medeverdachten met hun achternamen aangeduid.

5.Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft zich aan de hand van een uitgebreid schriftelijk requisitoir op het standpunt gesteld dat het onder 1 ten laste gelegde feit bewezen kan worden verklaard. Wat betreft het onder 2 ten laste gelegde feit heeft de advocaat-generaal zich op het standpunt gesteld dat [verdachte] van dit feit dient te worden vrijgesproken.

6.Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat [verdachte] moet worden vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten. Met betrekking tot feit 1 heeft de raadsman, samengevat, aangevoerd dat [verdachte] niet wist dat de steenkool, die in de door hem gehuurde loods lag opgeslagen, cocaïne bevatte. Verder betwist [verdachte] dat hij steeds de bestuurder van de vrachtwagencombinatie was, ook [naam 1] reed in de vrachtwagencombinatie. [verdachte] is weliswaar een enkele keer met de vrachtwagencombinatie naar Nijeveen of naar Elshout gereden maar betwist dat hij wist dat die transporten verband hielden met de productie van cocaïne. Dat brengt mee dat [verdachte] geen opzet, ook niet in voorwaardelijke zin, op de onder 1 ten laste gelegde voorbereidingshandelingen heeft gehad. Verder heeft de raadsman aangevoerd dat uit het dossier niet kan worden afgeleid dat [verdachte] nauw en bewust heeft samengewerkt met anderen in deze zaak bij de productie van cocaïne of de voorbereidingen daarop zodat geen sprake is van medeplegen.
Met betrekking tot feit 2 heeft de raadsman aangevoerd dat de in de tenlastelegging genoemde geldbedragen een legale herkomst hebben. Deze geldbedragen zijn afkomstig uit verschillende handels- en ondernemingsactiviteiten en zijn in 2020 contant aan hem betaald waarna [verdachte] de bedragen op zijn bankrekeningen dan wel op de bankrekeningen van de aan hem gelieerde ondernemingen heeft gestort. Dat [verdachte] in 2020 grote contante geldbedragen uit handels- en ondernemingsactiviteiten heeft ontvangen, blijkt ook uit een controlerapport van de Belastingdienst en een (verslag van een door [verdachte] opgenomen) gesprek dat in dat verband heeft plaatsgevonden met twee medewerkers van de Belastingdienst.

7.Vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde

Met de advocaat-generaal en de verdediging is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen hetgeen aan [verdachte] onder 2 primair en subsidiair is ten laste gelegd, zodat [verdachte] hiervan moet worden vrijgesproken. Door [verdachte] is tijdens de regiezitting van 27 januari 2023, een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring gegeven over de herkomst van de geldbedragen. [verdachte] heeft immers toen verklaard dat de geldbedragen niet van misdrijf maar uit handels- en ondernemingsactiviteiten afkomstig zijn en heeft ter onderbouwing van die verklaring een stuk afkomstig van de Belastingdienst en een gesprekverslag (inclusief geluidsopname) overgelegd. Het had dan ook op de weg van het openbaar ministerie gelegen nader onderzoek naar die verklaring te doen. Nu dit onderzoek is uitgebleven, zal het hof [verdachte] van het onder feit 2 ten laste gelegde vrijspreken.
8. Beoordeling van het bewijs ten aanzien van feit 1 [1]
Identificatie
Uit de bewijsmiddelen blijkt dat een aantal medeverdachten gebruik maakte van een EncroChat-account. Voor zover relevant, waren de hierna te noemen medeverdachten de gebruikers van de daarbij vermelde EncroChat-accounts. Bij sommige verdachten zijn ook één of meer aan hen toegekende ‘bijnamen’ opgenomen, zoals daarvan blijkt uit de ‘contactboeken’ of ‘gebruikersnamen’:
[medeverdachte 3] [2]
[EncroChat-account 1] @encrochat.com en [EncroChat-account 2] @encrochat.com
[bijnaam 1]
[medeverdachte 10] [3]
[EncroChat-account 3] @encrochat.com en [EncroChat-account 4] @encrochat.com
[medeverdachte 4] [4]
[EncroChat-account 5] @encrochat.com
[medeverdachte 8] [5]
[EncroChat-account 6] @encrochat.com
[bijnaam 2] , [bijnaam 3]
[medeverdachte 2] [6]
[EncroChat-account 7] @encrochat.com
[medeverdachte 12] [7]
[EncroChat-account 8] @encrocat.com
Telefoonnummers
Uit de bewijsmiddelen blijkt verder dat [verdachte] en [medeverdachte 1] de gebruikers waren van de volgende telefoonnummers:
[verdachte] [8]
[telefoonnummer 1]
[medeverdachte 1] [9]
[telefoonnummer 2]
Niet geïdentificeerde verdachte
Uit het onderzoek blijkt dat [medeverdachte 3] in contact stond met een persoon die gebruik maakte van het EncroChat-account ‘ [EncroChat-account 9] ’. Hij verbleef zeer waarschijnlijk in Colombia en is niet geïdentificeerd. [10]
Cocaïnelaboratorium Nijeveen
Op 7 augustus 2020 heeft de politie een inval gedaan bij [bedrijfsnaam 1] , gevestigd aan [adres 3] te Nijeveen. De eigenaar daarvan is [medeverdachte 1] . [11] [medeverdachte 1] had een deel van een hem toebehorende managebak verhuurd voor € 3.500,00 per maand. [12]
In de overdekte manegebak is een werkend cocaïnelaboratorium aangetroffen. In het cocaïnelaboratorium werden vijftien mannen aangehouden, waarvan er veertien de Colombiaanse nationaliteit hebben. [13] Meerderen van hen hadden zwart stof en de indruk van een masker op hun gezicht. [14] Het hof leidt hieruit af dat zij bezig waren met het bewerken en verwerken van cocaïne.
Door politieambtenaren van de Landelijke Faciliteit Ondersteuning Ontmantelen (LFO) is onderzoek gedaan naar het cocaïnelaboratorium. In de manegebak was een gedeelte met isolatiepanelen afgescheiden van de rest van de manegebak. In het afgescheiden gedeelte van 30 bij 26,5 meter werd een complete productielijn aangetroffen, waarin onversneden cocaïne werd teruggewonnen uit dragermateriaal. Het cocaïnelaboratorium was verdeeld in een aantal ruimtes: een extractieruimte, luchtbehandelingsruimte, zuiveringsruimte, opslagruimte, wasruimte, keuken, twee slaapkamers en een droogruimte. Er was capaciteit om 150 tot 200 kilo onversneden cocaïne per dag uit dragermateriaal te produceren met een straatwaarde van (destijds) 4,5 tot 6 miljoen euro. [15]
Genoemd dragermateriaal betrof steenkool met een teerachtig materiaal. In de opslagruimte werden vijf in stukken gesneden ‘big bags’ aangetroffen met restanten van een mengsel van steenkoolachtig materiaal en plakkerig teerachtig materiaal. [16] [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij kolen moest wassen, bij het water vloeistoffen werden gegooid en dat het uiteindelijk ‘coca’ werd. [17] [medeverdachte 2] zal met vloeistoffen chemicaliën bedoeld hebben. In het cocaïnelaboratorium zijn ook duizenden liters chemicaliën aangetroffen, waaronder hexaan. [18]
In het cocaïnelaboratorium is verder ongeveer 106 kilo cocaïnebase aangetroffen. [19] Ook werd er een tafel met daarop persmallen met logo’s, vervuild met restanten wit poeder, bevattende cocaïne, aangetroffen en een droogtafel met restanten wit poeder. [20]
Uit de bewijsmiddelen, zoals die hieronder nader zullen worden geduid, blijkt dat de organisatie achter dit cocaïnelaboratorium ook op andere plekken cocaïne produceerde, maar dat ze op zoek moesten naar een nieuwe locatie. Vervolgens werd een deel van de manage aan [adres 3] in Nijeveen van [medeverdachte 1] gehuurd. Begin juni 2020 werd daar gestart met het opbouwen van het drugslaboratorium. Vanaf 28 juli 2020 werd gestart met het extraheren van cocaïne uit steenkool, hetgeen blijkt uit een afgeluisterd telefoongesprek van [medeverdachte 1] op 27 juli 2020. [21]
Observaties
Door middel van een camera is het terrein van de Egberdina Hoeve geobserveerd. Op 27 juli, 30 juli en 6 augustus 2020 is op dat terrein een vrachtwagen gezien van het merk Scania, met kenteken [kenteken 1] , met daaraan een oplegger, met kenteken [kenteken 2] , gekoppeld. [22] [verdachte] is de laatste twee dagen herkend als bestuurder van de vrachtwagen combinatie [23] .
Loods Apeldoorn
Op 30 juli 2020 reed genoemde vrachtwagen van het merk Scania vanaf het terrein van de manege naar een loods aan [adres 4] in Apeldoorn. Deze loods werd vanaf 15 mei 2020 gehuurd door [verdachte] . [24] De vrachtwagen werd in de loods geparkeerd. Op 7 augustus 2020 vond ook in deze loods een doorzoeking plaats. Tijdens de doorzoeking werden onder andere de vrachtwagen, vier doorzichtige containers voor de opslag en transport van vloeistoffen (zogenaamde IBC’s) en 82 big bags met daarin een steenkoolachtig materiaal aangetroffen. In zeventien van de big bags werd naast het steenkoolachtige materiaal ook teerachtig materiaal aangetroffen. [25] De zestien nader onderzochte big bags wogen per stuk gemiddeld netto 1.350 kilo. Hierin is cocaïne aangetroffen. De totale hoeveelheid cocaïne in deze zestien big bags wordt geschat op een gemiddelde van 663 kilo cocaïne. [26] Op een van de big bags die in de loods in Apeldoorn is aangetroffen zat een papiertje met de tekst ‘ [cijfer- en lettercombinatie 1] ’. [27]
Loods Elshout
Op 6 augustus 2020 reed genoemde Scania vrachtwagen vanaf het terrein van de manege naar een loods aan [adres 5] in Elshout. De vrachtwagen was daar omstreeks 16:51 uur en reed omstreeks 18:21 uur weer weg. Door het observatieteam werd opgemerkt dat het zeil van de vrachtwagen op de heenweg bol stond, alsof er lading tegenaan stond, maar bij vertrek was dat niet meer zo. De Scania vrachtwagen kwam omstreeks 19:50 uur aan bij de loods in Apeldoorn. [28] Op 7 augustus 2020 vond ook in de loods in Elshout een doorzoeking plaats. Er werd onder ander in beslag genomen:
  • 14 IBC’s (van 1000 liter) gevuld met vloeistof;
  • 6 IBC’s (van 1000 liter) gevuld met steenkool;
  • 176 lege 30-liter jerrycans met o.a. de opschriften ‘Hex’ en ‘Soda’.
Uit onderzoek van het NFI aan deze goederen blijkt dat verschillende oplosmiddelen zijn aangetroffen, zoals hexaan en MEK, en dat deze lage concentraties cocaïne bevatten. Het betrof duizenden liters van deze oplosmiddelen [29] .
Invoer cocaïne
Uit gegevens van de Douane blijkt dat in 2019 en 2020 in totaal 63 containers met steenkool (‘bituminous coal’) door een bedrijf uit Medelin, Colombia, zijn verkocht aan het Nederlandse bedrijf [bedrijfsnaam 2] . De 63 containers werden in zes partijen geleverd. Op 18 maart 2020 is de zending met nummer [cijfer- en lettercombinatie 2] bestaande uit twintig containers, waaronder een container met nummer [cijfer- en lettercombinatie 1] , in de haven van Rotterdam aangekomen. [30] Zoals reeds hiervoor is vastgesteld werd in de loods in Apeldoorn een big bag aangetroffen met een papiertje met de tekst ‘ [cijfer- en lettercombinatie 1] ’.
De containers werden door Rotterdams Havenbedrijf (hierna: RHB) namens [bedrijfsnaam 2] in ontvangst genomen, opgeslagen en vervoerd. De containers werden vervoerd naar [bedrijfsnaam 3] in Boxtel, [bedrijfsnaam 4] in Heerde en [bedrijfsnaam 5] in Rotterdam. Door [bedrijfsnaam 4] zijn (is een gedeelte van) de containers naar een boerderij aan het adres [adres 8] te Heerde vervoerd. [31] De container met nummer [cijfer- en lettercombinatie 1] is op 26 maart 2020 vervoerd naar [bedrijfsnaam 5] in Rotterdam, gelegen aan [adres 6] . [32]
Berichtenverkeer met betrekking tot de invoer, het vervoer en de opslag van de cocaïne
Op 18 maart 2020 vraagt [EncroChat-account 9] aan [EncroChat-account 5] ( [medeverdachte 4] ) of de papieren in orde zijn om op te halen. Ook schrijft [EncroChat-account 9] dat wanneer de dingen daar zijn opgehaald hij de informatie doorgeeft. Tevens schrijft hij dat zij deze keer de ‘bigbags’ niet bij elkaar mogen doen. [33]
Op 19 maart 2020 schrijft [EncroChat-account 9] aan [EncroChat-account 5] ( [medeverdachte 4] ) dat vandaag 565.2 is afgeleverd en er nog een beetje geld ontbreekt. [EncroChat-account 9] vraagt hoe laat [medeverdachte 4] de informatie nodig heeft, [EncroChat-account 9] zal een deel van het nummer van de doos sturen. [EncroChat-account 9] stuurt vervolgens de tekst ‘ [cijfer- en lettercombinatie 3] ’ naar [medeverdachte 4] en schrijft dat dit om het ‘eerste deel’ van ‘het nummer van de doos’ gaat. [34]
Het hof stelt vast dat deze letter/cijfercombinatie overeenkomt met de eerste letters en cijfers van genoemde container en de tekst op het papiertje dat op een van de big bags in de loods in Apeldoorn is aangetroffen. Zoals hiervoor reeds is vastgesteld werd de container met nummer [cijfer- en lettercombinatie 1] op 26 maart 2020 (eerst) vervoerd naar [bedrijfsnaam 5] in Rotterdam, gelegen aan [adres 6] .
In de periode van 28 maart tot en met 31 maart 2020 stuurt de persoon die gebruik maakt van het EncroChat-account [EncroChat-account 10] berichten tussen hem en [EncroChat-account 6] ( [medeverdachte 8] ) door naar de persoon die gebruik maakt van het EncroChat-account [EncroChat-account 11] . Daaruit blijkt dat [medeverdachte 8] iets moet regelen. [EncroChat-account 10] schrijft op 30 maart 2020 naar [medeverdachte 8] wanneer hij het denkt af te ronden want de bakken moeten eruit, dat het niet zijn verantwoordelijkheid is en dat hij dacht dat het geld zou klaarliggen. [medeverdachte 8] schrijft op 31 maart 2020 dat de centen klaarliggen en stelt [EncroChat-account 10] voor elkaar vandaag te zien. [EncroChat-account 11] schrijft vervolgens aan [EncroChat-account 10] dat hij benieuwd is waar ze mee komen, het moet ‘1m 20K’ (het hof begrijpt: € 1.020.000,00) zijn. [EncroChat-account 10] stuurt vervolgens een foto naar [EncroChat-account 11] van een Bill of Lading met nummer [cijfer- en lettercombinatie 4] , het nummer van de lading die op 18 maart 2020 is aangekomen en waarvan de container met nummer [cijfer- en lettercombinatie 1] deel uitmaakt, en een foto van een factuur van RHB met daarop dit Bill of Ladingnummer. [35]
In de periode tussen 1 april tot met 8 april 2020 vinden veel gesprekken plaats tussen [EncroChat-account 10] en [EncroChat-account 11] . [EncroChat-account 10] stuurt berichten tussen hem en [EncroChat-account 6] ( [medeverdachte 8] ) door naar [EncroChat-account 11] die gaan over de betalingen die via [medeverdachte 8] lopen en waar [medeverdachte 8] steeds maar niet mee over de brug komt. [36] Op 6 april 2020 schrijft [EncroChat-account 11] aan [EncroChat-account 10] dat het fijn zou zijn als er nu wat beweging bij hun komt want het spul staat al meer dan twee weken binnen. [37]
Op 9 juni 2020 laat [EncroChat-account 10] aan [EncroChat-account 6] ( [medeverdachte 8] ) weten dat die zakken daar weg moeten. [medeverdachte 8] vraagt aan [EncroChat-account 10] of hij de zakken zonder handel morgen kan halen. [EncroChat-account 10] vraagt aan [medeverdachte 8] wanneer ze het nu kunnen afhandelen, ze kunnen wel blijven afspreken en blijven draaien maar er zal nou toch een keer afgerond moeten worden. [medeverdachte 8] laat [EncroChat-account 10] weten dat ze deze week alvast beginnen met het laden van de gewone vracht kolen. Ze gaan de boel een beetje opstarten en kunnen daarna doorpakken. [medeverdachte 8] vraagt of het laden in de omgeving van Rotterdam is. Op 10 juni 2020 antwoordt [EncroChat-account 10] dat er 40 bakken in Rotterdam zijn en 8 bakken elders. [medeverdachte 8] zegt dat hij die middag met de vervoerder spreekt. Op 12 juni 2020 wijst [EncroChat-account 10] [medeverdachte 8] op het restant van de kolen en laat weten dat die bakken weg moeten. [38]
Aankoop vrachtwagencombinatie
Op 12 juni 2020 laat [EncroChat-account 6] ( [medeverdachte 8] ) aan [EncroChat-account 2] ( [medeverdachte 3] ) weten dat hij een vrachtwagen heeft geregeld. Hij stuurt het volgende bericht: “Vrachtwagen … in nieuwstaat…! Trailer …. In nieuwstaat… alles nieuwe apk … ten naam stelling rond … komt niet bij loods uit … en zonder black box!!!! Heb 35 K nodig gab!!!! Liefst vanmiddag!” [medeverdachte 8] zegt daarna dat het een topper is met een topchauffeur erop. Vervolgens vraagt [medeverdachte 3] of [medeverdachte 8] een mannetje bij hem uit de buurt heeft op wiens naam hij de combined kan pakken en dat de GPS eraf gehaald moet worden. [medeverdachte 8] laat weten dat hij dat al heeft geregeld en even later dat ze hem morgenochtend ophalen in Friesland. [39] Ook vraagt [medeverdachte 3] waar hij het heen moet sturen. Een Marokkaan komt het brengen. Hierna spreekt [medeverdachte 8] rond 17 uur af met iemand die gebruik maakt van het EncroChat-account [EncroChat-account 12] . [EncroChat-account 12] bericht vervolgens om 17.19 uur aan [medeverdachte 3] dat hij het een half uur geleden heeft afgegeven. [40]
Op 12 juni 2020 om 12.29 uur heeft [EncroChat-account 8] ( [medeverdachte 12] ) aan [EncroChat-account 6] ( [medeverdachte 8] ) gevraagd of hij contact heeft gehad met [bijnaam 1] ( [medeverdachte 3] ). [EncroChat-account 6] ( [medeverdachte 8] ) laat hem vervolgens weten dat dit het geval is dat hij pap gaat sturen om een vrachtwagen te kopen. Om 13.47 uur laat [EncroChat-account 2] ( [medeverdachte 3] ) aan [EncroChat-account 4] ( [medeverdachte 10] ) weten dat hij een grote vrachtwagen heeft gekocht en dat [bijnaam 3] ( [medeverdachte 8] ) dat heeft geregeld. [41]
Op 12 juni 2020 stuurt [verdachte] de gegevens van zijn bedrijf naar ‘Aankoop Scania’ (zoals hij telefoonnummer # [telefoonnummer 3] van S.H.J. Berends van Simon Berends B.V heeft opgeslagen). [verdachte] spreekt de volgende dag rond 10.00 uur af. [42]
Op 13 juni 2020 heeft [bedrijfsnaam 6] een vrachtwagen merk Scania met kenteken [kenteken 1] van Simon Berends B.V. gekocht voor een bedrag van € 15.125,-. [43] Dit bedrag is contant door [verdachte] betaald.
De oplegger met kenteken [kenteken 2] is op 17 juni 2020 door [verdachte] opgehaald in Harlingen, Friesland. Hiervoor is door [verdachte] euro 9.680,- contant betaald. [44]
Geregistreerde ritten
De tachograaf van de vrachtwagen met kenteken [kenteken 1] is onderzocht om zo de gereden routes van de vrachtwagencombinatie te kunnen herleiden. Uit dit onderzoek is gebleken dat in de periode van 18 juni 2020 tot en met het moment van inbeslagname van de vrachtwagencombinatie op 7 augustus 2020 één bestuurderskaart in de tachograaf heeft gezeten, namelijk de bestuurderskaart van [verdachte] . [45]
Op 9 juli 2020 registreert de tachograaf tussen 7.58 uur en 9.37 uur een rit vanaf het adres [adres 6] te Rotterdam naar [straatnaam 1] in Apeldoorn. [46] Het adres [adres 6] te Rotterdam bevindt zich in de directe omgeving van vliegveld Rotterdam-The Hague Airport. [47] De telefoon [verdachte] maakte tussen 09.57 uur en 10.06 uur gebruik van een zendmast in de directe omgeving van het vliegveld Rotterdam-The Hague Airport. [48]
Op 10 juli 2020 registreert de tachograaf tussen 04.04 uur en 05.53 uur een rit vanaf [straatnaam 1] te Apeldoorn naar [straatnaam 2] te Elshout. De telefoon van [verdachte] straalde om 06.01 uur een mast aan in Nieuwkuijk, nabij Elshout. [49] Vervolgens registreert de tachograaf tussen 06.37 uur en 08.51 uur een rit vanaf [straatnaam 2] te Elshout naar de [straatnaam 3] te Nijeveen. De telefoon van [verdachte] verplaatst zich naar het noorden, waarbij om 09.21 uur een mast in Nijeveen wordt aangestraald. [50] Tussen 12.21 uur en 13.50 uur registreert de tachograaf een rit vanaf de [straatnaam 3] te Nijeveen naar [straatnaam 1] te Apeldoorn. Om 14.25 uur maakt de telefoon van [verdachte] gebruik van een zendmast nabij het Raadsherenveld te Apeldoorn. Het Raadsherenveld te Apeldoorn ligt in de directe omgeving van [straatnaam 1] te Apeldoorn. [51]
Op 20 juli 2020 registreert de tachograaf tussen 05.08 uur en 06.28 uur een rit vanaf het adres [adres 7] , het woonadres van [verdachte] , naar [straatnaam 2] te Elshout. Tussen 7.45 uur en 9.16 uur registreert de tachograaf een rit vanaf [straatnaam 2] te Elshout naar [straatnaam 1] te Apeldoorn. De telefoon van [verdachte] maakt om 7.45 uur gebruik van een zendmast in Nieuwkuijk, nabij Elshout.
Op 21 juli 2020 registreert de tachograaf tussen 6.30 uur en 6.54 uur een rit vanaf [straatnaam 1] te Apeldoorn naar de afrit/toerit Heerde-Zuid op de rijksweg A50. Hier registreert de tachograaf een aantal minuten stilstand. De telefoon [verdachte] maakt om 6.57 uur gebruik van een zendmast op de [adres 10] te Heerde. De [adres 10] te Heerde ligt hemelsbreed ongeveer 2,3 kilometer verwijderd van de afrit/toerit Heerde-Zuid op de rijksweg A50. Tussen 7.00 uur en 7.20 uur registreert de tachograaf een rit vanaf de afrit/toerit Heerde-Zuid op de rijksweg A50 naar [straatnaam 1] te Apeldoorn.
Op 27 juli 2020 registreert de tachograaf tussen 06.13 uur en 07.16 uur een rit vanaf [straatnaam 1] te Apeldoorn. Tussen 06.38 en 07.08 uur wordt stilgestaan bij Transferium Horsthoek te Heerde waarna geregistreerd wordt dat de rit eindigt op de [adres 8] te Heerde. Tussen 07.20 uur en 08.20 uur registreert de tachograaf een rit vanaf de [adres 8] te Heerde naar de [straatnaam 3] te Nijeveen. Uit camerabeelden van de [straatnaam 3] blijkt dat de vrachtwagencombinatie om 8.17 uur het terrein van de manege oprijdt. Om 9.15 uur rijdt de vrachtwagencombinatie het terrein weer af. [52] Tussen 9.15 uur en 10.25 uur registreert de tachograaf een rit vanaf de [straatnaam 3] te Nijeveen naar [straatnaam 1] te Apeldoorn. Onderweg wordt een korte stop geregistreerd op het [adres 9] te Apeldoorn, het woonadres van [verdachte] . Op 27 juli 2020 tussen 07.03 uur en 07.37 uur straalde de telefoon van [verdachte] masten aan in Heerde en in Epe, nabij Heerde. Hierna verplaatste de telefoon zich naar het noorden totdat om 09.16 uur een mast in Nijeveen werd aangestraald.
Op 30 juli 2020 registreert de tachograaf tussen 06.15 uur en 07.13 uur een rit vanaf [straatnaam 1] te Apeldoorn naar de [adres 8] te Heerde. Onderweg wordt een stop van ongeveer 24 minuten geregistreerd nabij het Transferium Horsthoek te Heerde. Op 30 juli 2020 verplaatste de telefoon van [verdachte] vanuit Apeldoorn naar het noorden totdat om 06.46 uur een mast aan de Vemderdwarsweg in Epe, nabij Heerde, werd aangestraald. Tot 07.46 bleef de telefoon daar. Tussen 07.37 uur en 08.33 uur registreert de tachograaf een rit vanaf de [adres 8] te Heerde naar de [straatnaam 3] te Nijeveen. De telefoon van [verdachte] verplaatste zich naar het noorden totdat om 09.20 uur een mast in Onna, nabij Nijeveen, werd aangestraald. Op camerabeelden is te zien dat om 08.27 uur de vrachtwagencombinatie het terrein van de manege oprijdt en om 09.17 uur het terrein weer verlaat. [53] Tussen 09.16 uur en 10.21 uur registreert de tachograaf een rit vanaf de [straatnaam 3] te Nijeveen naar [straatnaam 1] te Apeldoorn. Om 10.19 uur rijdt de vrachtwagencombinatie de loods aan [adres 4] in Apeldoorn binnen.
Op 6 augustus 2020 tussen 05.03 uur en 06.14 uur registreert de tachograaf een rit vanaf [straatnaam 1] te Apeldoorn naar de [straatnaam 3] te Nijeveen. Op camerabeelden is te zien dat om 06.08 uur de vrachtwagencombinatie het terrein van de manege oprijdt en om 8.39 uur het terrein weer verlaat. [54]
Tussen 16.43 uur en 19.54 uur registreert de tachograaf een rit vanaf [straatnaam 5] te Drunen naar [straatnaam 1] te Apeldoorn. Onderweg wordt een stop geregistreerd tussen omstreeks 16.48 en 18.18 uur op [straatnaam 2] te Elshout. Tijdens een observatie wordt gezien dat de vrachtwagencombinatie tussen 16.48 uur en 16.50 uur achteruit tegen de loods gelegen aan [straatnaam 2] 1 te Elshout wordt geparkeerd. [verdachte] stapt de vrachtwagen uit en gaat de loods binnen. Om 18.18 uur wordt gezien dat [verdachte] weer in de vrachtwagen stapt en wegrijdt. Om 19.51 uur wordt de vrachtwagen het pand aan [straatnaam 1] in Apeldoorn binnen gereden. [55]
Zoals hiervoor reeds is vastgesteld is [verdachte] tijdens observaties op 30 juli en 6 augustus 2020 herkend als bestuurder van de vrachtwagen combinatie.
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft [verdachte] verklaard dat hij inderdaad de Scania vrachtwagen heeft gekocht en dat hij afval van Nijeveen naar Elshout heeft vervoerd.
Conclusie
Uit het voorgaande leidt het hof het volgende af. In de door [verdachte] gehuurde loods in Apeldoorn werd het dragermateriaal ten behoeve van de productie van cocaïne in Nijeveen opgeslagen. Dit dragermateriaal is op 18 maart 2020 vanuit Colombia aangekomen in de haven van Rotterdam en is vervolgens opgeslagen bij [bedrijfsnaam 5] in Rotterdam. Met de door [verdachte] gekochte vrachtwagencombinatie is dit dragermateriaal vervolgens op 9 juli door hem vanaf het adres [adres 6] te Rotterdam, waar het bedrijf [bedrijfsnaam 5] was gevestigd, naar de loods in Apeldoorn vervoerd en vanuit de loods in Apeldoorn is het dragermateriaal vervolgens bij de manege in Nijeveen afgeleverd. Ook heeft [verdachte] afval, afkomstig van de productie van cocaïne, naar de loods in Elshout gebracht. Het hof leidt uit de door de tachograafschijf geregistreerde ritten van de vrachtwagen in samenhang bezien met de zendmastgegevens van de telefoon van [verdachte] af dat [verdachte] niet alleen op 30 juli en 6 augustus de bestuurder van de vrachtwagencombinatie was maar dat hij veel vaker tussen de loods in Apeldoorn, de loods in Elshout en de manege in Nijeveen heen en weer reed, alsook dat hij naar Heerde en Rotterdam reed, nabij de locaties waar ook containers met steenkool zijn afgeleverd. Dat [verdachte] enkel twee keer naar de manege in Nijeveen is gereden, op verzoek van ene [naam 1] , die ook een deel van zijn loods in Apeldoorn zou (onder)huren, en dat de rest van de ritten gereden moet zijn door deze [naam 1] , acht het hof niet aannemelijk. [verdachte] heeft geen enkel gegeven van [naam 1] of nadere informatie over hem aangeleverd, waarmee de politie hem heeft kunnen traceren. Dat zou betekenen dat [verdachte] aan een nagenoeg onbekende en van wie hij niet beschikte over voor de hand liggende gegevens als bijvoorbeeld een telefoonnummer, een deel van zijn loods had onderverhuurd en zijn vrachtwagen (waarin de bestuurderskaart [verdachte] zat) gebruik liet maken. Dat is hoogst onwaarschijnlijk.
De huur van de loods en de aankoop van de vrachtwagencombinatie door [verdachte] staan niet op zichzelf. Uit de hiervoor weergegeven berichten kan worden afgeleid dat [medeverdachte 8] op 12 juni 2020 aan [medeverdachte 3] laat weten dat hij een vrachtwagen heeft geregeld die hij ‘morgenochtend’ kan ophalen in Friesland en dat hij ‘35k’ nodig heeft. Hij heeft ook een chauffeur geregeld (‘En top chauffeur erop!!!’). Volgens getuige [getuige 1] (die volgens de verklaring van [verdachte] eenmaal bij de aankoop van de vrachtwagen aanwezig is geweest) kennen [medeverdachte 8] en [verdachte] elkaar. [56]
Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat ongeveer twee weken nadat de vrachtwagen (het hof begrijpt: de vrachtwagencombinatie) was gekocht, de eerste big bags met steenkool in de loods in Apeldoorn zijn neergezet. Uit zijn verklaring kan ook worden afgeleid dat [verdachte] , anders dan hij heeft verklaard, betrokkenheid had bij deze zakken met steenkool. Immers heeft [getuige 2] ook verklaard dat [verdachte] desgevraagd had gezegd dat de ‘kolen’ handel was. [57]
Opzet
Het verweer dat [verdachte] niet wist dat de steenkool cocaïne bevatte en de transporten verband hielden met de productie van cocaïne zodat [verdachte] geen opzet had op de onder 1 ten laste gelegde voorbereidingshandelingen, wordt verworpen. Zijn verklaring komt er op neer dat hij de loods in Apeldoorn heeft gehuurd in verband met zijn handel in onder meer groenten en fruit en voor een bedrijf in het bestrijden van processierupsen. De vrachtwagen zou [verdachte] hebben gekocht voor het vervoeren van zijn handel. Deze verklaring is ongeloofwaardig. Bij deze overwegingen betrekt het hof dat [verdachte] ter terechtzitting in hoger beroep heeft verklaard dat de markthandel door de coronapandemie volledig stil was komen te liggen, zodat het niet erg voor de hand ligt dat [verdachte] juist op dat moment en voor dat doel een loods moest huren en een vrachtwagencombinatie nodig had. Dat ook ene [naam 1] gebruik van de loods en de vrachtwagen heeft gemaakt is, zoals gezegd, op geen enkele wijze aannemelijk geworden.
De verklaring van [verdachte] wordt bovendien weersproken door de bewijsmiddelen, waaruit volgt dat de vrachtwagencombinatie op initiatief van de betrokkenen bij het cocaïnelaboratorium ( [medeverdachte 3] en [medeverdachte 8] ) is aangeschaft en ook door hen is betaald. Het hof gaat er dan ook vanuit dat [verdachte] deze op naam van zijn bedrijf heeft gezet om zo anderen buiten zicht van politie en justitie te houden.
Ook heeft hij opgetreden als chauffeur van dragermateriaal met grote hoeveelheden cocaïne. Daarbij kwam hij ook op de productielocatie, die uiteraard geheim moest blijven. Vanaf daar heeft hij ook productieafval afgevoerd. Het is dan ook zeer onwaarschijnlijk dat hij niet heeft geweten dat hij handelingen verrichte die van groot belang waren voor de productie van de cocaïne, omdat hij anders een onaanvaardbaar risico voor de organisatie zou hebben gevormd.
Medeplegen
Het hof stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard wanneer is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.
Ook wanneer het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, maar uit gedragingen die doorgaans met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht, kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn.
Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.
[verdachte] heeft de loods aan [straatnaam 1] in Apeldoorn gehuurd waar het dragermateriaal (steenkool) ten behoeve van de productie van cocaïne in Nijeveen werd opgeslagen. Voor het transport van het dragermateriaal is door [verdachte] , in opdracht van de personen achter het cocaïnelaboratorium, bovendien een vrachtwagencombinatie aangeschaft. Met de vrachtwagencombinatie is het dragermateriaal op 9 juli door [verdachte] , vanaf het adres [adres 6] te Rotterdam, waar het bedrijf [bedrijfsnaam 5] was gevestigd, naar de loods in Apeldoorn vervoerd en van daar is door [verdachte] een deel van het dragermateriaal bij de manege in Nijeveen afgeleverd. Ook heeft [verdachte] afval, afkomstig van de productie van cocaïne, naar de loods in Elshout gebracht. [verdachte] is daarnaast nog meerdere keren met de vrachtwagencombinatie naar de loods in Apeldoorn, de loods in Elshout en de manege in Nijeveen gereden en is ook naar Heerde gereden. Het hof gaat er van uit dat dit telkens ten behoeve van het vervoer van materiaal voor of afkomstig van het drugslaboratorium was. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat ook in Heerde uit Colombia afkomstige containers met steenkool lagen opgeslagen.
Het hof concludeert dat de bijdrage van de verdachte bij de voorbereidingshandelingen van dusdanig wezenlijk gewicht is geweest dat sprake is van een gerichte nauwe en bewuste samenwerking met overige personen die betrokken waren bij het plan om een cocaïnelaboratorium te exploiteren. Daarmee is sprake van medeplegen.
Dit leidt tot de conclusie dat feit 1 kan worden bewezen.

9.Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.
hij in de periode van 1 mei 2020 tot en met 7 augustus 2020 te Nijeveen en Apeldoorn en Elshout, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of vervaardigen van een stof bevattende cocaïne, voor te bereiden en/of te bevorderen,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en/of gelden voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en zijn mededader(s) wisten of ernstige redenen hadden om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feiten,
immers heeft hij tezamen en in vereniging met zijn mededaders, toen aldaar
- een locatie bestemd voor de opslag van het dragermateriaal gehuurd en
- apparatuur en/of cocaïne bevattende grondstoffen en/of chemicaliën en/of chemisch afval en/of andere voorwerpen en/of geld, benodigd bij en/of bestemd voor de bewerking en/of verwerking van cocaïne, geregeld, vervoerd en/of voorhanden gehad en
- vervoermiddelen bestemd voor het transport van en cocaïne bevattende grondstoffen en/of chemicaliën en/of andere voorwerpen en/of afval afkomstig van de bewerking en/of verwerking van cocaïne, geregeld en/of voorhanden gehad.
Hetgeen onder 1 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

10.Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te
bereiden of te bevorderen door, zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het
plegen van dat feit trachten te verschaffen en voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of
andere betaalmiddelen voorhanden te hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het
plegen van dat feit.

11.Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde uitsluit.

12.Oplegging van straf

De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 en 2 primair bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van voorarrest.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 25 maanden met aftrek van voorarrest. Bij de eis heeft de advocaat-generaal rekening gehouden met de in de zaken van medeverdachten opgelegde straffen, het tijdsverloop en de overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep.
De raadsman heeft verzocht om een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, eventueel in combinatie met een voorwaardelijke straf of een taakstraf, op te leggen. De raadsman heeft in dat verband gewezen op de medische problemen van de verdachte. De verdachte staat op een wachtlijst voor geestelijke gezondheidszorg vanwege trauma, angst- , stemmings- en stressgerelateerde stoornissen, waaraan eerdere detentie heeft bijgedragen. Ook de gezinssituatie en de financiële situatie van de verdachte zijn contra-indicaties voor detentie. De dochter van de verdachte heeft de zorg en aanwezigheid van haar vader nodig en de verdachte probeert financiële problemen, die mede zijn ontstaan door de vernietiging van zijn in beslag genomen boekhouding, op te lossen. De raadsman vindt daarom dat een geldboete geen passende straf is. Tenslotte heeft de raadsman verzocht in strafmatigende zin rekening te houden met het tijdsverloop en de overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen voor de exploitatie van een cocaïnelaboratorium dat is opgezet en in werking gesteld in een manege bij een boerderij in Nijeveen. In een afgescheiden deel van de manegebak bevond zich een complete productielijn, waarbij onversneden cocaïne werd teruggewonnen uit dragermateriaal. De politie heeft onder andere duizenden liters chemicaliën, 106 kilo cocaïnebase en persmallen met logo’s en een droogtafel met restanten wit poeder aangetroffen. De capaciteit van het laboratorium betrof 150 tot 200 kilo onversneden cocaïne per dag, met een straatwaarde van (destijds) 4,5 tot 6 miljoen euro per dag. De verdachte heeft in Apeldoorn een loods gehuurd waarin dragermateriaal ten behoeve van de cocaïneproductie in Nijeveen werd opgeslagen en dit materiaal en drugsafval uit Nijeveen met een door hem gekochte vrachtwagen en oplegger vervoerd. Met zijn handelen heeft de verdachte een rol gespeeld in de voorbereiding van de exploitatie van het (destijds) volgens de politie grootste cocaïnelaboratorium dat ooit in Nederland is aangetroffen.
Het is algemeen bekend dat verdovende middelen schade toebrengen aan de gezondheid van gebruikers van deze middelen en dat de productie en verkoop van verdovende middelen vaak gepaard gaat met ernstige vormen van criminaliteit. Daarnaast bestaat er gevaar voor ontploffingen en brand die kunnen ontstaan bij het ondeskundig opslaan en bewerken van chemicaliën in een illegaal drugslaboratorium. Bovendien schuilt in de productie van harddrugs ook direct gevaar voor schade aan het milieu, veroorzaakt door illegale dumpingen van vrijkomende chemische afvalstoffen in de natuur.
Op een feit van deze orde kan slechts worden gereageerd met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur. Bij het bepalen van de precieze duur van de gevangenisstraf heeft het hof gelet op de straffen die in soortgelijke gevallen plegen te worden opgelegd, de rol van de verdachte en de straffen die in de zaken van medeverdachten zijn opgelegd. Het hof acht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden in beginsel passend.
Het hof heeft rekening gehouden met het feit dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden in hoger beroep is overschreden. Namens de verdachte is op 17 maart 2022 hoger beroep ingesteld. De zaak is in hoger beroep afgerond met een eindbeslissing op 26 juni 2026. Dat betekent dat de redelijke termijn in hoger beroep met 2 jaar en 3 maanden is overschreden. Het hof zal deze overschrijding van de redelijke termijn verdisconteren in de strafmaat, in die zin dat de op te leggen gevangenisstraf met 3 maanden zal worden verminderd.
Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf voor de duur van 27 maanden met aftrek van voorarrest passend en geboden.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering, aan de orde is.

12.Beslag

Ten aanzien van het beslag heeft de rechtbank geen beslissingen genomen.
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de voorwerpen op de beslaglijst verbeurd dienen te worden verklaard.
De raadsman heeft aangegeven geen opmerkingen te hebben ten aanzien van het beslag en de verdachte heeft te kennen gegeven dat hij de op de beslaglijst genoemde voorwerpen niet terug hoeft te krijgen.
Het hof is van oordeel dat het bewezenverklaarde is begaan of voorbereid met behulp van de op de beslaglijst genoemde voorwerpen, dan wel dat deze voorwerpen tot het begaan van het misdrijf zijn bestemd. Zij behoren aan de verdachte toe. Zij zullen daarom worden verbeurd verklaard:
  • 24.00 STK Pallet, [beslagnummer 1] houten pallets;
  • 44.00 STK Pallet, [beslagnummer 2] houten pallets;
  • 82.00 STK Zak, [beslagnummer 3] zakken waarin steenkool zat;
  • 1.00 STK Container, [beslagnummer 4] doorzichtige container met slang;
  • 1.00 STK Container, [beslagnummer 5] doorzichtige container onder;
  • 1.00 STK Container, [beslagnummer 6] doorzichtige container naast;
  • 1.00 STK Palletwagen kl: rood met haspel en acculader (oud en nooit gekeurd).

13.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op artikel 10a van de Opiumwet en de artikelen 33, 33a en 47 van het Wetboek van Strafrecht.

14.BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
27 (zevenentwintig) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Verklaart verbeurdde in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
  • 24.00 STK Pallet, [beslagnummer 1] houten pallets;
  • 44.00 STK Pallet, [beslagnummer 2] houten pallets;
  • 82.00 STK Zak, [beslagnummer 3] zakken waarin steenkool zat;
  • 1.00 STK Container, [beslagnummer 4] doorzichtige container met slang;
  • 1.00 STK Container, [beslagnummer 5] doorzichtige container onder;
  • 1.00 STK Container, [beslagnummer 6] doorzichtige container naast;
  • 1.00 STK Palletwagen kl: rood met haspel en acculader (oud en nooit gekeurd).
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.E. Kwak, mr. J. Piena en mr. V.J.M. Goldschmeding, in tegenwoordigheid van mr. C.T. Snellenberg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 26 juni 2026.
[…]
.

Voetnoten

1.Het bewijs dat de verdachte het bewezenverklaarde feit heeft gepleegd is gegrond op de feiten en omstandigheden, zoals daarvan blijkt uit de bewijsmiddelen. Deze redengevende feiten en omstandigheden zijn zo nauwkeurig, maar omwille van de leesbaarheid ook zo kort mogelijk opgenomen in de bewijsoverweging. In voetnoten wordt verwezen naar de bewijsmiddelen. Dat zijn, tenzij anders vermeld, telkens in de wettelijk vorm opgemaakte processen-verbaal. Een (groot) aantal keren heeft het hof, na controle van de daaraan ten grondslag liggende processen-verbaal of geschriften, uit overwegingen van efficiënte verwezen naar een proces-verbaal van relaas. Het hof heeft voor het gebruik van voetnoten gekozen, omdat de uit het politieonderzoek blijkende feiten en omstandigheden niet door de verdachte zijn bestreden.
2.Rockdale 2, Algemeen dossier, proces-verbaal van bevindingen‘identificatie [EncroChat-account 2] als [medeverdachte 3] ’ van 9 juli 2020, p. 61-72.
3.Rockdale 2, Algemeen dossier, proces-verbaal van bevindingen ‘identificatie [EncroChat-account 3] en [EncroChat-account 4] als [medeverdachte 10] ’ van 20 oktober 2020, p. 117-120.
4.Rockdale 2, Algemeen dossier, proces-verbaal van bevindingen ‘identificatie [EncroChat-account 5] als [medeverdachte 4] ’ van 22 juli 2020, p. 79-81.
5.Rockdale 2, Algemeen dossier, proces-verbaal van bevindingen ‘identificatie [EncroChat-account 6] als [medeverdachte 8] ’ van 3 augustus 2020, p. 100-106.
6.Rockdale 2, Algemeen dossier, proces-verbaal van bevindingen ‘identificatie [EncroChat-account 7] als [medeverdachte 2] ’, p. 127-132.
7.Rocdale 2, ZD Manege, proces-verbaal van bevindingen Encrochat-gebruiker [EncroChat-account 8] is [medeverdachte 12] , p. 2339-2340.
8.PD [verdachte] , proces-verbaal van verhoor verdachte van 19 november 2020, p. 93.
9.Rockdale 2, Algemeen dossier, proces-verbaal van bevindingen ‘identificatie gebruiker [telefoonnummer 2] is [medeverdachte 1] ’, p. 137-138.
10.Rockdale 2, ZD Manege, proces verbaal van relaas van 27 april 2021, p. 36.
11.Rockdale 2, ZD Manege, proces-verbaal van relaas van 27 april 2021, p. 17 en 18 (kopje KvK en kadaster [bedrijfsnaam 1] ), p. 17-18.
12.ZD Nijeveen 02, proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] van 20 augustus 2020, p. 538.
13.Rockdale 2, ZD Manege, proces-verbaal van relaas van 27 april 2021(kopje Binnentreden en aanhouding [straatnaam 3] 29 Nijeveen), p. 19.
14.Rockdale 2, ZD Manege, proces-verbaal van relaas van 27 april 2021 (kopje Binnentreden en aanhouding [straatnaam 3] 29 Nijeveen), p. 19.
15.Rockdale 2, ZD Manege, proces-verbaal van relaas van 27 april 2021 (kopjes Omschrijving cocaïnelaboratorium/wasserij en Situatietekening cocaïnelaboratorium/wasserij), p. 19 en 20.
16.Rockdale 1, ZD Manege, deel 1, proces-verbaal LFO 1e bevindingen van 19 augustus 2020, p. 1141.
17.Rockdale 1, ZD Manege, bijlage 1, proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] van 3 september 2020, p. 442-446.
18.Rockdale 2, ZD Manege, proces-verbaal van relaas van 27 april 2021 (kopje NFI rapportage [adres 3] ), p. 22.
19.Rockdale 2, ZD Manege, proces-verbaal van relaas van 27 april 2021 (kopje onderzoek door NFI en beslag), p. 21.
20.Rockdale 2, ZD Manege, proces-verbaal LFO 1e bevindingen van 19 augustus 2020, p. 1138 en een geschrift, te weten een NFI-rapport ‘Drugsonderzoek aan materialen aangetroffen op 7 augustus 2020 op de locatie [adres 3] ’ van 10 augustus 2020, bijlage bij proces-verbaal LFO 1ste bevindingen, p. 1148.
21.ZD Nijeveen 02, een geschrift, te weten een weergave van een getapt telefoongesprek tussen [naam 2] en [medeverdachte 1] van 27 juli 2020, p. 578-581.
22.Rockdale 2, ZD Manege, proces-verbaal van relaas van 27 april 2021, p. 18-19.
23.Rockdale 2, ZD Manege, proces-verbaal van relaas van 27 april 2021, p. 18-19 en proces-verbaal van bevindingen van 5 januari 2021, p. 2063.
24.ZD Apeldoorn, een geschrift, te weten een huurovereenkomst [adres 11] van 15 mei 2020, p. 158-168.
25.ZD Manege, proces-verbaal van relaas van 27 april 2021, p. 23.
26.ZD Apeldoorn, Geschrift, te weten een Onderzoekscertificaat van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) van 11 december 2020, p. 226-227 en ZD Apeldoorn 23 aanv., een geschrift, te weten een Onderzoekscertificaat van het NFI van 20 april 2021, p. 480-481.
27.ZD Carbon, proces-verbaal van bevindingen aantreffen briefjes op BigBags van 9 december 2020, p. 445-446.
28.Rockdale 2, ZD Manege, proces-verbaal van relaas van 27 april 2021 (kopje Observatie donderdag 6 augustus 2020 op de Scania vvk [kenteken 1] ), p. 18 en 19.
29.ZD Manege, proces-verbaal van relaas van 27 april 2021 (kopje Zaaksdossier Elshout), p. 25 bovenaan.
30.ZD Carbon, proces-verbaal van bevindingen ontvangst gevorderde gegevens Douane van 25 september 2020, p. 2.
31.ZD Carbon, proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens van 11 januari 2021, , p. 150.
32.ZD Carbon, proces-verbaal gevorderde gegevens van 21 januari 2021,, p. 38
33.Rockdale 2, ZD Manege, deel 4, proces-verbaal van bevindingen encrochat containernummer van 29 januari 2021, p. 2309.
34.Rockdale 2, ZD Manege, deel 4, proces-verbaal van bevindingen encrochat containernummer van 29 januari 2021, p. 2309-2310.
35.ZD Carbon, proces-verbaal van bevindingen Encrochat-berichten over afhandelen steenkool van 6 december 2020, , p. 194-200.
36.ZD Carbon, process-verbaal van bevindingen Encrochat-berichten over afhandelen steenkool van 8 december 2020, p. 200-212.
37.ZD Carbon, proces-verbaal van bevindingen Encrochat-berichten over afhandelen steenkool van 8 december 2020, p. 207.
38.ZD Carbon, proces-verbaal van bevindingen Encrochat-berichten over afhandelen steenkool van 8 december 2020, p. 219.
39.Rockdale 2, PD R. [medeverdachte 8] , proces-verbaal van bevindingen Gebruiker imei-nummer [imei-nummer] , met gebruikersnaam ‘ [EncroChat-account 6] ’ van 14 juli 2020, p. 20.
40.Rockdale 2, ZD Manege, deel 1, proces-verbaal van bevindingen Bevindingen ten aanzien van encrochat gebruiker ‘ [EncroChat-account 12] ’ ( [medeverdachte 11] ) van 29 oktober 2020, p. 1427 en 1428.
41.Rockdale 2, PD [medeverdachte 8] , proces-verbaal van bevindingen Gebruiker imei-nummer [imei-nummer] , met gebruikersnaam ‘ [EncroChat-account 6] ’ van 14 juli 2020, p. 21.
42.Rockdale 2, ZD Manege, proces-verbaal van bevindingen van 15 februari 2021, p. 1961-1964.
43.ZD Carbon, , proces-verbaal van bevindingen van 5 oktober 2020, p. 229.
44.ZD Apeldoorn, proces-verbaal van bevindingen van 5 oktober 2020, p. 224-225.
45.ZD Carbon, proces-verbaal Tachograafdata onderzoek van 2 februari 2021, p. 242.
46.ZD Carbon, proces-verbaal van bevindingen van 2 september 2020 (bijlage 2), p 258. Ook de hierna te noemen ritten blijken uit dit proces-verbaal.
47.ZD Carbon, proces-verbaal van relaas van 30 maart 2021, p. 33.
48.ZD Manege proces-verbaal van bevindingen van 11 januari 2021, p. 2260-2263. Tenzij anders aangegeven, blijken ook de hierna te noemen zendmastgegevens uit dit proces-verbaal.
49.ZD Manege, proces-verbaal van bevindingen van 11 januari 2021, p. 2262.
50.ZD Manege, proces-verbaal van bevindingen van 11 januari 2021, p. 2262.
51.ZD Carbon, proces-verbaal van relaas van 30 maart 2021, p. 33 en 34.
52.ZD Carbon, proces-verbaal van ontvangst en bevindingen camerabeelden AutiTalent van 6 oktober 2020, p. 320.
53.ZD Carbon, proces-verbaal van ontvangst en bevindingen camerabeelden AutiTalent van 6 oktober 2020, p. 322.
54.ZD Carbon, proces-verbaal van ontvangst en bevindingen camerabeelden AutiTalent van 6 oktober 2020, p. 326.
55.ZD Carbon, proces-verbaal observeren donderdag 6 augustus 2020 inclusief bijlage, p. 379.
56.ZD Apeldoorn 1e aanvulling, proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 1] van 6 april 2021, p. 472-478, met bijlagen.
57.ZD Apeldoorn, proces-verbaal verhoor verdachte [getuige 2] van 19 augustus 2020, p. 262 – 264.