ECLI:NL:GHAMS:2026:1734

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
26 juni 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
23-000901-22
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 OpiumwetArt. 10a OpiumwetArt. 47 SrArt. 6 EVRMArt. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen voorbereidingshandelingen cocaïnelaboratorium in manege te Nijeveen

In deze megastrafzaak Rockdale I en II stond verdachte terecht voor medeplegen van voorbereidingshandelingen gericht op het exploiteren van een cocaïnelaboratorium in een manege bij een boerderij in Nijeveen. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en kwam tot een andere bewezenverklaring en strafoplegging.

Het bewijs bestond uit onder meer EncroChat-berichten, stemherkenning, observaties, NFI-rapporten en telefoongegevens. Verdachte regelde de huurbetalingen van de manege via een vals huurcontract en hield contact met de personen achter het drugslaboratorium. Het hof concludeerde dat verdachte wist van de criminele activiteiten en een wezenlijke bijdrage leverde aan de voorbereidingen.

De strafmaat werd bepaald op 16 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest, rekening houdend met de ernst van het feit, de rol van verdachte, de omvang van het laboratorium en de overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep. Verdovende middelen, milieu- en veiligheidsrisico's en de maatschappelijke impact werden meegewogen.

Het hof verklaarde verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep voor een deel van de tenlastelegging en sprak hem daarvan vrij. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 26 juni 2026.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 16 maanden gevangenisstraf voor medeplegen voorbereidingshandelingen cocaïnelaboratorium

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000901-22
datum uitspraak: 26 juni 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 17 maart 2022 in de strafzaak onder parketnummer 13-997116-20 tegen
[verdachte 1],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
adres: [adres 1] .

1.Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 mei, 3 juni en 26 juni 2026 en, overeenkomstig artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaten-generaal (hierna: de advocaat-generaal) en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

2.Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door de rechtbank vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 2 is ten laste gelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is daardoor ook gericht tegen deze vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen deze vrijspraak.

3.Tenlastelegging

Aan de verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging in eerst aanleg, voor zover in hoger beroep nog inhoudelijk aan de orde, ten laste gelegd dat:
1.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2020 tot en met 7 augustus 2020 te Nijeveen en/of Apeldoorn en/of Elshout, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of vervaardigen van een stof bevattende cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende een stof vermeld op lijst 1 van de Opiumwet dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet. voor te bereiden en/of te bevorderen,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en/of gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had/hadden om te vermoeden dat zij bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),
immers heeft hij tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, toen aldaar
- voorbereidingen getroffen om te Nijeveen in een cocaïnewasserij in bedrijf te stellen en/of
- overleg gevoerd en/of afspraken gemaakt en/of inlichtingen uitgewisseld en/of geld geregeld over/voor het zoeken van een geschikte locatie voor de bewerking of verwerking van cocaïne en/of
- overleg gevoerd en/of afspraken gemaakt en/of inlichtingen uitgewisseld en/of geld geregeld over/voor de bouw en/of inrichting en/of voorzieningen en/of ingebruikname van een locatie voor de bewerking of verwerking van cocaïne en/of
- één of meer locaties bestemd voor de bewerking of verwerking van cocaïne en/of de opslag van het dragermateriaal en/of het afval van eerdergenoemd bewerkings-/verwerkingsproces gezocht en/of ter beschikking gesteld en/of verhuurd en/of gehuurd en/of
- een deel van de manege te Nijeveen verbouwd en/of ingericht en/of van apparatuur voorzien om dat deel van die manege geschikt te maken voor de bewerking en/of de verwerking van cocaïne en/of
- een productieopstelling voor de bewerking en/of verwerking van cocaïne gebouwd en/of ingericht en/of laten bouwen en/of inrichten en/of voorhanden gehad en/of
- apparatuur en/of cocaïne bevattende grondstoffen en/of chemicaliën en/of chemisch afval en/of andere voorwerpen en/of geld en/of arbeiders/personeel, benodigd bij en/of bestemd voor de bewerking en/of verwerking van cocaïne, geregeld, vervoerd en/of voorhanden gehad en/of
- een of meer vervoermiddelen en/of een heftruck, bestemd voor het transport van
- apparatuur en/of cocaïne bevattende grondstoffen en/of chemicaliën en/of andere voorwerpen en/of afval afkomstig van de bewerking en/of verwerking van cocaïne, geregeld en/of voorhanden gehad.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

4.Vernietiging vonnis

Het vonnis zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring en strafoplegging komt dan de rechtbank.

5.Inleiding

Op 30 juni 2020 is door de Dienst Landelijke Recherche een afschermproces-verbaal van het Team Criminele Inlichtingen ontvangen waarin stond dat uit onderzoek was gebleken dat er zich in een manege aan [adres 2] in Nijeveen vermoedelijk een in aanbouw of gereed zijnde cocaïnewasserij dan wel drugslaboratorium bevond. Hierop is onder de naam Rockdale een strafrechtelijk onderzoek gestart. Achteraf is gebleken dat deze inlichtingen gebaseerd waren op onderzoeksbevindingen uit het – in strafrechtelijke kringen bekende – onderzoek 26Lemont die, met machtiging van de rechter-commissaris, nader zijn onderzocht en gedeeld in het onderzoek Rockdale. Na verder onderzoek is de politie op 7 augustus 2020 binnengetreden in de manege in Nijeveen en trof daar een zeer groot cocaïnelaboratorium aan. In het laboratorium werden vijftien verdachten aangehouden. Daarnaast werd [medeverdachte 1] , de eigenaar van de manege aangehouden. Dit betreft het onderzoek
Rockdale 1.
Rockdale 2 betreft het vervolgonderzoek naar de betrokkenen achter het cocaïnelaboratorium. Uiteindelijk zijn in dat onderzoek als verdachten aangemerkt: [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 8] , [medeverdachte 9] , [verdachte 1] , [medeverdachte 10] en [medeverdachte 11] .
Alle verdachten zijn door de rechtbank veroordeeld. Door een aantal verdachten is hoger beroep ingesteld. Voor aanvang van de inhoudelijke behandeling heeft een aantal verdachten aangegeven het hoger beroep niet langer te willen handhaven. Zij zijn door het hof niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep. Uiteindelijk stonden in hoger beroep alleen nog terecht [medeverdachte 1] (Rockdale 1) en [medeverdachte 10] , [medeverdachte 9] , [verdachte 1] en [medeverdachte 8] (Rockdale 2). Aan hen zijn verschillende feiten ten laste gelegd.
Voor de leesbaarheid worden de verdachte en de medeverdachten met hun achternamen aangeduid.

6.Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft zich aan de hand van een uitgebreid schriftelijk requisitoir op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde feit kan worden bewezen.

7.Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat [verdachte 1] moet worden vrijgesproken. Kort samengevat betwist de raadsvrouw dat [verdachte 1] de gebruiker is van EncroChat-account [EncroChat-account 1] en stelt zij subsidiair dat op basis van de berichten van [EncroChat-account 1] niet kan worden bewezen dat [verdachte 1] op de boerderij in Nijeveen is geweest en contracten bij [medeverdachte 1] heeft langsgebracht. De raadsvrouw betwist voorts dat [verdachte 1] de gebruiker is van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] (verder # [telefoonnummer 1] ). Er is weliswaar een proces-verbaal van stemherkenning, maar deze herkenning is niet betrouwbaar. De verbalisant heeft de verdachte op 10 november 2020 gehoord en heeft daarna de telefoongesprekken van # [telefoonnummer 1] uitgeluisterd. [verdachte 1] heeft tijdens het verhoor echter niet luid en duidelijk gesproken, maar enkel een beroep gedaan op zijn zwijgrecht. De verdediging wijst erop dat de verbalisant, die de stem van [verdachte 1] meent te herkennen, [verdachte 1] voorafgaand aan dit verhoor niet kende en dat de stemherkenning niet ondersteund wordt door andere bevindingen. Verder merkt de verdediging op dat een Volkswagen met kenteken [kenteken 1] op 30 juli 2020 het terrein van de boerderij in Nijeveen is opgereden, maar dat niet kan worden bewezen dat [verdachte 1] de bestuurder was. De stelling dat [verdachte 1] dit voertuig op 13 juni 2019 heeft gehuurd is daartoe onvoldoende. Tot slot stelt de raadsvrouw zich op het stanspunt dat niet kan worden bewezen dat [verdachte 1] wist dat er in de manege bij de boerderij in Nijeveen een drugslaboratorium werd gebouwd en/of aanwezig was en ook niet dat [verdachte 1] een intellectuele of materiële bijdrage heeft geleverd, die van voldoende gewicht is om te komen tot een bewezenverklaring van het medeplegen van voorbereidingshandelingen. Uiterst subsidiair stelt de raadsvrouw dat niet bewezen kan worden dat [verdachte 1] voor 28 mei 2020 en na 14 juni 2020 betrokken was, zodat de periode beperkt moet worden.
6.
Beoordeling van het bewijs [1]
Identificatie [verdachte 1]
Uit het proces-verbaal van bevindingen ‘Identificatie “ [EncroChat-account 1] ” als [verdachte 1] ’ blijkt dat [EncroChat-account 1] op 31 maart 2020 berichten stuurt waaruit blijkt dat hij op de Savornin Lohmanlaan 13/4 woont en kinderen heeft. [verdachte 1] heeft twee dochters en woont op de Savornin Lohmanlaan 13-4 te Arnhem. De telefoon behorend bij EncroChat-account [EncroChat-account 1] maakt in de periode van 1 januari 2020 tot en met 1 juli 2020 het meest gebruik van de zendmast Cort van der Lindenlaan 1-15 in Arnhem. Deze zendmast ligt op ongeveer [afstand] afstand van het woonadres van [verdachte 1] . [2] Gezien deze bevindingen komt het hof tot de conclusie dat [verdachte 1] de gebruiker is geweest van EncroChat-account [EncroChat-account 1] (hierna [EncroChat-account 1] ). Het verweer wordt verworpen.
Identificatie overige gebruikers
Uit de bewijsmiddelen blijkt verder, voor zover relevant, dat de medeverdachten de gebruikers waren van de volgende EncroChat-accounts. Bij sommige verdachten zijn ook één of meer aan hen toegekende ‘bijnamen’ opgenomen, zoals daarvan blijkt uit de ‘contactboeken’ of ‘gebruikersnamen’:
[medeverdachte 3] [3]
[EncroChat-account 2] @encrochat.com en [EncroChat-account 3] @encrochat.com
[bijnaam 1]
[medeverdachte 10] [4]
[EncroChat-account 4] @encrochat.com en [EncroChat-account 5] @encrochat.com
[medeverdachte 4] [5]
[EncroChat-account 6] @encrochat.com
[medeverdachte 5] [6]
[EncroChat-account 7] @encrochat.com
[bijnaam 2] [7]
[medeverdachte 7] [8]
[EncroChat-account 8] @enrochat.com
[medeverdachte 6] [9]
[EncroChat-account 9] @encrochat.com
[bijnaam 3]
[medeverdachte 8] [10]
[EncroChat-account 10] @encrochat.com
[bijnaam 4]
Telefoonnummer
Uit de bewijsmiddelen blijkt dat [medeverdachte 1] de gebruiker was van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] . [11]
Cocaïnelaboratorium Nijeveen
Op 7 augustus 2020 heeft de politie een inval gedaan bij [bedrijfsnaam 1] , gevestigd aan de [adres 2] . [medeverdachte 1] was de eigenaar van de stal. [12] [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij een stuk van zijn loods (het hof begrijpt: de overdekte manegebak) heeft verhuurd aan drie mannen voor € 3.500,00 per maand. Hij heeft verder verklaard dat er een persoon in een zwarte Volvo Stationcar kwam die de elektrische installatie en waterleiding moest bouwen. Deze persoon noemde zich [bijnaam 2] ( [medeverdachte 5] ). Er was ook nog een [bijnaam 3] ( [medeverdachte 6] ). [medeverdachte 1] had van [bijnaam 3] een klein zwart telefoontje gekregen met alleen het nummer van [bijnaam 3] erin, waarmee hij [bijnaam 3] belde als hij hem nodig had. Hij heeft voor [bijnaam 2] spullen gehaald en kreeg dan geld van [bijnaam 3] . [13]
In de overdekte manegebak is een werkend cocaïnelaboratorium aangetroffen. [14] In het cocaïnelaboratorium werden vijftien mannen aangehouden, waarvan er veertien de Colombiaanse nationaliteit hadden. Meerderen van hen hadden zwarte stof en de indruk van een masker op hun gezicht. [15] Het hof leidt hieruit af dat zij bezig waren met het bewerken en verwerken van cocaïne.
Door politieambtenaren van de Landelijke Faciliteit Ondersteuning Ontmantelen (hierna: LFO) is onderzoek gedaan naar het cocaïnelaboratorium. In de manegebak was een gedeelte met isolatiepanelen afgescheiden van de rest van de manegebak. In het afgescheiden gedeelte van 30 bij 26,5 meter werd een complete productielijn aangetroffen, waarin onversneden cocaïne werd teruggewonnen uit dragermateriaal. Het cocaïnelaboratorium was verdeeld in een aantal ruimtes: een extractieruimte, luchtbehandelingsruimte, zuiveringsruimte, opslagruimte, wasruimte, keuken, twee slaapkamers en een droogruimte. Er was capaciteit om 150 tot 200 kilo onversneden cocaïne per dag uit dragermateriaal te produceren met een straatwaarde van (destijds) 4,5 tot 6 miljoen euro. [16]
Genoemd dragermateriaal betrof steenkool met een teerachtig materiaal. In de opslagruimte werden vijf in stukken gesneden ‘bigbags’ aangetroffen met restanten van een mengel van steenkoolachtig materiaal en plakkerig teerachtig materiaal. [17] [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij kolen moest wassen, bij het water vloeistoffen werden gegooid en dat het uiteindelijk ‘coca’ werd. [18] [medeverdachte 2] zal met vloeistoffen chemicaliën bedoeld hebben. In het cocaïnelaboratorium zijn ook duizenden liters chemicaliën aangetroffen, waaronder hexaan. [19]
In het cocaïnelaboratorium is verder ongeveer 106 kilo cocaïnebase aangetroffen. [20] Ook werd er een tafel met daarop persmallen met logo’s vervuild met restanten wit poeder, bevattende cocaïne, aangetroffen en een droogtafel met restanten wit poeder. [21]
Observaties
Door middel van een camera is het terrein van [bedrijfsnaam 1] geobserveerd. Op 27 juli, 30 juli en 6 augustus 2020 is op dat terrein een vrachtwagen gezien van het merk Scania, met kenteken [kenteken 2] , met daaraan een oplegger, met kenteken [kenteken 3] , gekoppeld. [22] [medeverdachte 9] is de laatste twee dagen herkend als bestuurder van de vrachtwagen combinatie. [23]
Loods Apeldoorn
Op 30 juli 2020 reed genoemde Scania vrachtwagen vanaf het terrein van de manege naar een loods aan [adres 3] in Apeldoorn. Deze loods werd vanaf 15 mei 2020 gehuurd door [medeverdachte 9] . [24] De vrachtwagen werd in de loods geparkeerd. Op 7 augustus 2020 vond ook in deze loods een doorzoeking plaats. Tijdens de doorzoeking werden onder andere, de vrachtwagen, vier doorzichtige containers voor de opslag en transport van vloeistoffen (zogenaamde IBC’s) en 82 bigbags met een daarin een steenkoolachtig materiaal aangetroffen. In zeventien van de bigbags werd naast het steenkoolachtige materiaal ook teerachtig materiaal aangetroffen. [25] Daarin is cocaïne aangetroffen. [26] De zestien nader onderzochte bigbags wogen per stuk gemiddeld netto 1.350 kilo. De totale hoeveelheid cocaïne in deze zestien bigbags wordt geschat op een gemiddelde van 663 kilo cocaïne. [27]
Loods Elshout
Op 6 augustus 2020 reed genoemde Scania vrachtwagen vanaf het terrein van de manege naar een loods aan [adres 4] in Elshout. De vrachtwagen was daar omstreeks 16:51 uur en reed omstreeks 18:21 uur weer weg. Door het observatieteam werd opgemerkt dat het zeil van de vrachtwagen op de heenweg bol stond, alsof er lading tegenaan stond, maar bij vertrek was dat niet meer zo. De Scania vrachtwagen kwam omstreeks 19:50 uur aan bij de loods in Apeldoorn. [28] Op 7 augustus 2020 vond ook in de loods in Elshout een doorzoeking plaats. Er werd onder andere in beslag genomen:
  • 14 IBC’s (van 1000 liter) gevuld met vloeistof;
  • 6 IBC’s (van 1000 liter) gevuld met steenkool;
  • 176 lege 30-liter jerrycans met o.a. de opschriften ‘Hex’ en ‘Soda’.
Uit onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) aan deze goederen blijkt dat verschillende oplosmiddelen zijn aangetroffen, zoals hexaan en MEK, en dat deze lage concentraties cocaïne bevatten. Het betrof duizenden liters van deze oplosmiddelen. [29]
Het hof concludeert, op grond van de hiervoor besproken en hierna nog te bespreken feiten en omstandigheden, dat in de loods in Elshout door [medeverdachte 9] afval van de productie van cocaïne is afgeleverd.
Volkswagen Golf
Op 30 juli 2020 rijdt een auto (een Volkswagen Golf met Duits kenteken [kenteken 1] ) het terrein van [bedrijfsnaam 1] in Nijeveen op. [verdachte 1] is 13 juni 2019 door de politie in deze auto gecontroleerd en heeft toen het huurcontract laten zien. [30]
Berichtenverkeer
Op 28 mei 2020 bezoeken [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 7] de manege in Nijeveen. [31] Diezelfde dag stuurt [EncroChat-account 8] ( [medeverdachte 7] ) een bericht dat hij bij de Colos (het hof begrijpt: Colombianen) is. De Colos willen één keuken, één droogruimte, twee slaapkamers en twee grote werkruimtes. Er moet ook een kamer zijn voor een waterslot en afzuiging. [32]
Op 28 mei 2020 straalt ook de telefoon gekoppeld aan het EncroChat-account van [verdachte 1] een zendmast in de omgeving van de boerderij in Nijeveen aan. De telefoon straalt eveneens op 4 en 7 juni 2020 een zendmast in Nijeveen aan. [33]
Op 30 mei 2020 stuurt [EncroChat-account 1] ( [verdachte 1] ) informatie over [medeverdachte 3] uit systemen van de politie naar [EncroChat-account 3] ( [medeverdachte 3] ). Uit de politie-informatie volgt dat [medeverdachte 3] in verband gebracht wordt met 45 gekoppelde onderzoeken, waarvan twintig lopende, die onder andere betrekking hebben op import uit Colombia, deelname aan criminele organisaties, productie en handel in harddrugs en liquidaties. [medeverdachte 3] reageert op de informatie met de opmerking dat [verdachte 1] het niet aan ‘de boer’ moet laten zien. Hierna vraagt [verdachte 1] of [medeverdachte 3] al weet wanneer er bij de boer begonnen wordt. [medeverdachte 3] zegt dat de platen zijn besteld en ze snel aan de slag gaan als die er zijn (‘gas erop’). [verdachte 1] vraagt vervolgens wanneer hij de collega ziet om alles financieel rond te maken. [medeverdachte 3] reageert hierop met te zeggen dat hij maandag geld (pap) stuurt. [34]
Op 6 juni 2020 stuurt [EncroChat-account 3] ( [medeverdachte 3] ) aan [EncroChat-account 10] ( [medeverdachte 8] ) twee afbeeldingen waarop de binnenkant van een manege is te zien. Dit zijn afbeeldingen van de manege in Nijeveen. [35] [medeverdachte 3] laat [medeverdachte 8] weten dat hij al stenen heeft laten leggen en dat de panelen woensdag komen. Volgens [medeverdachte 3] wordt het een mooie fabriek. Het ‘enigste’ wat [medeverdachte 3] nodig heeft is een ‘paardenwagen’ en iemand van [medeverdachte 8] die om de paar dagen de spullen gaat ophalen. [medeverdachte 3] merkt op dat ze van Apeldoorn centraal zijn, waarop [medeverdachte 8] antwoordt dat dat klopt. [medeverdachte 3] laat weten dat hij volgende week hoopt te starten. [36]
Op 9 juni 2020 rond 10.40 uur laat [EncroChat-account 3] ( [medeverdachte 3] ) aan [EncroChat-account 6] ( [medeverdachte 10] ) weten dat ze zijn begonnen met bouwen en dat hij echt geld nodig heeft. Hij heeft [bijnaam 5] ( [medeverdachte 12] ) een bericht gestuurd, maar die reageert niet. [medeverdachte 10] gaat kijken wat er volgende week komt en vraagt of [medeverdachte 3] liquids nodig heeft. [medeverdachte 3] zegt dat hij die ook nodig heeft. [medeverdachte 10] zegt dat [medeverdachte 3] precies moet aangeven wat hij nodig heeft en dat zij daar dan voor zullen zorgen. [37]
Op 9 juni 2020 rond 11:00 uur laat [EncroChat-account 3] ( [medeverdachte 3] ) aan [EncroChat-account 10] ( [medeverdachte 8] ) weten dat ze hard aan het werk zijn. Morgen worden de koelpanelen gezet en volgende week is het klaar. Dan gaan zijn mannen bouwen. Hij hoopt eind volgende week te starten. [38]
Op 12 juni 2020 laat [EncroChat-account 10] ( [medeverdachte 8] ) aan [EncroChat-account 3] ( [medeverdachte 3] ) weten dat hij een vrachtwagen heeft geregeld. Hij stuurt vervolgens het volgende bericht: “Vrachtwagen … in nieuwstaat…! Trailer …. In nieuwstaat… alles nieuwe apk … ten naam stelling rond … komt niet bij loods uit … en zonder black box!!!! Heb 35 K nodig gab!!!! Liefst vanmiddag!” Hij zegt daarna dat het een topper is met een topchauffeur erop. Vervolgens vraagt [medeverdachte 3] of [medeverdachte 8] een mannetje bij hem uit de buurt heeft op wiens naam hij de combined kan pakken en dat de GPS eraf gehaald moet worden. [medeverdachte 8] laat weten dat hij dat al heeft geregeld en even later dat ze hem morgenochtend ophalen in Friesland. Ook vraagt [medeverdachte 3] waar hij het heen moet sturen. Een Marokkaan komt het brengen. [39] Hierna spreekt [medeverdachte 8] rond 17.00 uur af met iemand die gebruik maakt van het EncroChat-account [EncroChat-account 11] . [EncroChat-account 11] bericht vervolgens om 17.19 uur aan [medeverdachte 3] dat hij het een half uur geleden heeft
afgegeven. [40]
Op 12 juni 2020 vraagt [EncroChat-account 8] ( [medeverdachte 7] ) aan [medeverdachte 3] of [medeverdachte 3] weet hoe hoog de heftruck is in verband met de hoogte van de deur. [medeverdachte 3] gaat het vragen. Even later geeft hij door dat 3,5/4 meter hoogte goed is voor de deur. [41]
Op 12 juni 2020 laat [EncroChat-account 1] ( [verdachte 1] ) aan [EncroChat-account 3] ( [medeverdachte 3] ) weten dat hij dit weekend bij de boer langs gaat met contracten. [medeverdachte 3] vraagt aan [verdachte 1] hoe hoog de heftruck is, zodat ze de deur kunnen aanpassen. [verdachte 1] zegt dat de heftruck weg was, maar dat ze bezig zijn een andere te zoeken. Hij gaat de boer bellen. Even later laat hij weten dat 3,5/4 meter hoogte goed is voor de deur. In dat zelfde gesprek zegt [medeverdachte 3] dat zijn politieagent door een zware crimineel op zijn vinger is getikt omdat hij naar informatie over [medeverdachte 3] zocht. [42]
[medeverdachte 1] heeft één-op-één contact met # [telefoonnummer 1]:
De telefoon behorend bij telefoonnummer # [telefoonnummer 1] is vanaf 10 mei 2020 in gebruik. Op één uitzondering na heeft # [telefoonnummer 1] alleen contact met het telefoonnummer van [medeverdachte 1] . [43] Een verbalisant herkent de stem van # [telefoonnummer 1] als de stem van [verdachte 1] . [44] De telefoon straalt op 12 juni om 15.57 uur een zendmast in de nabijheid van de woning van [verdachte 1] aan. [45]
De telefoon van [medeverdachte 1] is afgeluisterd. Op 3 juli 2020 spreekt [medeverdachte 1] een voicemailbericht in bij # [telefoonnummer 1] . [medeverdachte 1] heeft de 1100 ontvangen en nog niet de 1200. [46]
Op 4 juli 2020 vindt er een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 1] en # [telefoonnummer 1] . [medeverdachte 1] zegt dat de 11 is gelukt, maar de andere niet. Daarop zegt # [telefoonnummer 1] dat hij er achteraan gaat. [medeverdachte 1] zegt dat hij daar niets aan heeft, omdat het nu bij hem op een andere maand geboekt staat. [medeverdachte 1] heeft dat al een paar keer gezegd, maar er verandert niets. Hij wil het precies in die maand, want anders komt er trammelant met de boekhouder. [medeverdachte 1] wil het niet cash, want dat kan hij niet verantwoorden. [medeverdachte 1] is niet tevreden hoe het gaat (‘het maakt hem donders slecht’) en dreigt dat ze weg moeten (‘als je niet wilt dan hops, zaakje der uit’). Hierop reageert # [telefoonnummer 1] door te zeggen dat hij zijn best voor [medeverdachte 1] doet en een contract voor hem heeft geregeld. [medeverdachte 1] geeft aan dat ze al drie weken verder zijn en het nog niet klopt. # [telefoonnummer 1] geeft aan dat er meer bij komt kijken, dan dat [medeverdachte 1] zomaar denkt. [medeverdachte 1] vindt dat niet zijn probleem (‘dat is mijn pakkie niet aan’), want daar is # [telefoonnummer 1] voor ingehuurd en dat moet # [telefoonnummer 1] maar klaarmaken voor zijn baas. # [telefoonnummer 1] zegt dat hij zijn eigen baas is. Vervolgens zegt hij: ‘Maar luister, ik probeer je alleen uit te leggen dat als je het ergens niet mee eens bent, dat mag je het zeker bij mij aangeven…ben ik verantwoordelijk voor…’. Even later herhaalt # [telefoonnummer 1] dat het zijn verantwoordelijkheid is dat problemen worden opgelost. [47]
Op 7 juli 2020 vindt er een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 1] en # [telefoonnummer 1] . [medeverdachte 1] vraagt waarom # [telefoonnummer 1] twee keer door dezelfde mensen geld laat overmaken. # [telefoonnummer 1] Zegt dat er iets mis was gegaan en dat hij het zo heeft moeten oplossen. # [telefoonnummer 1] Legt uit dat hij een andere naam voor het paard bij de omschrijving heeft gezet. Het geld komt inderdaad van dezelfde rekening, maar is in ieder geval overgemaakt. [medeverdachte 1] vraagt vervolgens of de derde al voor elkaar is. # [telefoonnummer 1] Geeft aan dat dat niet het geval is en dat het aan het eind van de maand komt. Het is lastig en hij is er mee bezig. Voor nu heeft hij dit gedaan, zodat het voor [medeverdachte 1] geregeld is. [medeverdachte 1] zegt dat wat # [telefoonnummer 1] cash heeft betaald niet in de boeken gezet kan worden. # [telefoonnummer 1] Gaat het voor het eind van de maand oplossen. [48]
Op 27 juli 2020 belt [medeverdachte 1] met zijn neef. [medeverdachte 1] zegt dat hij een dag voor ‘hen’ op pad is geweest. Hij moest dit ophalen, dat ophalen. Morgen moeten ze draaien. Hij heeft gehoord dat als ze een week gedraaid hebben en het goed uitpakt ze een bonus geven. [medeverdachte 1] wil dan zoveel mogelijk pakken; ‘Als hij een miljoen heeft wat kan hem dan nog overkomen’. [medeverdachte 1] zegt verder dat daar zes grote magnetrons staan. Daar moeten die tabletten in opgedroogd worden. Ze hebben daar ook stempelaars staan. De neef van [medeverdachte 1] zegt dat hij hoopt dat [medeverdachte 1] niet de bak in gaat (het hof begrijpt: de gevangenis). [medeverdachte 1] reageert daarop met de opmerking dat dat kan gebeuren en dat je dan deze stap niet moet nemen. Hij heeft (die stap) genomen en dan zien we wel weer. Volgens [medeverdachte 1] draaien die jongens in een maand één miljoen, anderhalf miljoen. [medeverdachte 1] zegt ook dat als hij in de bak komt, hij er zo weer uit is want ‘hij heeft een contract’ (kennelijk doelend op een huurcontract). De neef van [medeverdachte 1] zegt dat hij hoopt dat [medeverdachte 1] niet gepakt wordt en dat hij op tijd de stekkers eruit trekt. Daarop reageert [medeverdachte 1] met de opmerking: ‘Ja, maar zitten er ook in met twaalf man’. [49]
In Nijeveen aangetroffen overeenkomsten
In de boerderij in Nijeveen is een huurovereenkomst aangetroffen waarin staat dat United Retail B.V. per 1 juli 2020 een bedrijfsruimte huurt aan [adres 2] in Nijeveen ten behoeve van [bedrijfsnaam 2] De datum van ondertekening is 19 juni 2020. [50] [naam 1] , algemeen directeur van United Holding waar United Retail en Electro World onder vallen, heeft verklaard dat deze huurovereenkomst niet door hem is ondertekend. [51] Daarnaast zijn een aantal leaseovereenkomsten aangetroffen, waaronder twee op naam van [naam 2] met datum 30 mei 2020 en 3 juli 2020. [52]
Door [naam 2] is op 30 juni 2020 een bedrag van 1100,00 euro, op 7 juli 2020 een bedrag van 1200,00 euro en op 30 juli 2020 een bedrag van 3500,00 euro overgemaakt naar de bankrekeningen van [medeverdachte 1] . [53] [naam 2] heeft verklaard dat ze drie keer, voor een vergoeding, geld heeft overgemaakt naar een eigenaar van een manege en daarbij de eerste twee keer heeft vermeld dat het om de lease van een paard ging en de laatste keer dat het om de huur van een schuur in maand augustus 2020 ging. Ze wist niets van een leaseovereenkomst voor een paard af, heeft nooit zo een leaseovereenkomst getekend en heeft geen schuur gehuurd. [54]
# [telefoonnummer 1] is van [verdachte 1]
De verdediging heeft betwist dat # [telefoonnummer 1] aan [verdachte 1] kan worden toegeschreven op grond van enkel een stemherkenning. Het hof is het met de verdediging eens dat met stemherkenningen in zijn algemeenheid behoedzaam moet worden omgegaan. Dat doet het hof dan ook.
Uit het proces-verbaal van bevindingen dat ziet op de stemherkenning blijkt dat de verbalisant heeft verklaard dat hij op 10 november 2020 [verdachte 1] heeft verhoord en dat hij de stem van [verdachte 1] toen luid en duidelijk hoorde. Op 11 november 2020 heeft hij de telefoongesprekken die op 4 en 7 juli 2020 plaatsvonden tussen [medeverdachte 1] en # [telefoonnummer 1] opnieuw beluisterd. Hij hoorde dat de stem die gebruik maakte van het telefoonnummer eindigend op # [telefoonnummer 1] de stem van [verdachte 1] was. Hij hoorde dat de toonhoogtes en intonaties met elkaar overeenkwamen. Het enkele feit dat [verdachte 1] kennelijk weinig heeft verklaard geeft geen aanleiding om aan de herkenning te doen twijfelen. Het proces-verbaal van stemherkenning is daarom bruikbaar voor het bewijs. Bovendien vindt de conclusie dat [verdachte 1] de gebruiker was van # [telefoonnummer 1] steun in ander bewijsmateriaal. Uit de historische verkeersgegevens van # [telefoonnummer 1] blijkt dat het telefoonnummer vanaf 10 mei 2020 in gebruik is en – op één uitzondering na – alleen contact heeft met het telefoonnummer van [medeverdachte 1] . Ook blijkt daaruit dat de telefoon op 12 juni 2020 de zendmast op de Cort van der Lindenlaan 1-15 in Arnhem aanstraalt. Deze zendmast ligt op ongeveer [afstand] afstand van de woning van [verdachte 1] en is ook de zendmast waar de telefoon behorend bij EncroChat-account [EncroChat-account 1] het meeste aanstraalt. Uit de bewijsmiddelen volgt verder dat [EncroChat-account 1] ( [verdachte 1] ) contact heeft met [medeverdachte 3] , de persoon die mede verantwoordelijk is voor (de bouw van) het drugslaboratorium in de manege in Nijeveen, en de manege in Nijeveen heeft bezocht. Verder volgt uit de EncroChat-berichten van [EncroChat-account 1] dat [verdachte 1] de persoon is die het financieel rond moet maken met ‘de boer’ [verdachte 1] vraagt immers eerst wanneer er bij de boer begonnen wordt en meteen daarna wanneer hij de collega ziet om alles financieel rond te maken, waaruit het hof afleidt dat dit met elkaar te maken heeft. Uit de rest van de berichten volgt dat [verdachte 1] daarvoor geld krijgt en dat hij met contracten bij de boer langs gaat. Dit sluit aan bij de inhoud van de telefoongesprekken van # [telefoonnummer 1] waarin de gebruiker tegen [medeverdachte 1] zegt dat hij het contract heeft geregeld en verantwoordelijk is voor het oplossen van problemen die [medeverdachte 1] ervaart bij de betalingen (van de huurpenningen) en waaruit ook blijkt dat # [telefoonnummer 1] [medeverdachte 1] cash geld heeft gegeven. Het verweer dat [verdachte 1] niet de gebruiker was van # [telefoonnummer 1] wordt daarom verworpen.
Conclusie
Uit de bewijsmiddelen leidt het hof af dat begin juni 2020 is begonnen met de bouw van het drugslaboratorium in de manege in Nijeveen. Vanaf 28 juli 2020 is begonnen met de exploitatie van het laboratorium. De manege werd verhuurd door [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] beschikte over een huurcontract en heeft dat huurcontract gekregen van [verdachte 1] , die ook zorgdroeg voor de betalingen.
Opzet
Het verweer dat niet bewezen kan worden dat [verdachte 1] wist dat in de manege in Nijeveen een cocaïnelaboratorium werd gebouwd dan wel aanwezig was wordt verworpen. Uit de bewijsmiddelen volgt dat [verdachte 1] politiegegevens betreffende [medeverdachte 3] naar [medeverdachte 3] stuurt. Daarin staat dat er meerderde onderzoeken naar [medeverdachte 3] lopen, waaronder onderzoeken naar betrokkenheid bij de productie van verdovende middelen. Meteen daarna laat [medeverdachte 3] weten dat ‘de boer’ niets over de politie-informatie mag weten, waarna [verdachte 1] vraagt wanneer ze gaan beginnen. Uit de bewijsmiddelen volgt verder dat het de taak van [verdachte 1] is om [medeverdachte 1] , de eigenaar van de manege in Nijeveen, op een zodanige manier te betalen dat [medeverdachte 1] tevreden is en dat [medeverdachte 1] alleen tevreden is als hij de betalingen ontvangt op een wijze waardoor de boekhouder geen argwaan heeft. Deze feiten en omstandigheden zijn naar het oordeel van het hof redengevend voor het bewijs dat [verdachte 1] wist dat er in de manege in Nijeveen criminele activiteiten werden ondernomen. Nu [verdachte 1] verder geen verklaring heeft afgegeven over de aard van die activiteiten en zich enkel op zijn zwijgrecht heeft beroepen acht het hof eveneens bewezen dat [verdachte 1] wist dat die activiteiten zagen op het exploiteren van een cocaïnelaboratorium. Het is immers hoogst onwaarschijnlijk dat hij niet op de hoogte is gesteld van de aard van het project, omdat dit anders een onaanvaardbaar risico voor de organisatie zou vormen. Bovendien had hij rechtstreeks contact met [medeverdachte 3] , een van de belangrijke personen in Nederland achter het cocaïnelaboratorium, aan wie hij vraagt wanneer er ‘bij de boer begonnen wordt’. Voor zover de raadsvrouw heeft betoogd dat het bericht van 12 juni 2020 (bij de boer langsgaan met contracten) ook over een andere boer dan [medeverdachte 1] kan gaan wordt dit verweer verworpen. Afgezien van het feit dat dit niet meer dan een suggestie is, blijkt mede uit de berichten over de heftruck van 12 juni 2020 dat het over de manege, die werd verbouwd, in Nijeveen gaat.
Medeplegen
Het hof stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard wanneer is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.
Ook wanneer het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, maar uit gedragingen die doorgaans met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht, kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn.
Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.
Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting leidt het hof met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde het volgende af.
Gelet op de aard en omvang van het project; de bouw, inrichting en het in werking krijgen van het (destijds) grootste cocaïnelaboratorium dat ooit in Nederland is aangetroffen, kan het niet anders dan dat door de direct betrokkenen nauw is samengewerkt. [verdachte 1] aandeel bestond hierin dat de betalingen voor de huur van de manege in Nijeveen geregeld werden op een dusdanige manier dat medeverdachte [medeverdachte 1] betaald werd zonder dat diens boekhouder argwaan zou krijgen. [verdachte 1] was het aanspreekpunt voor [medeverdachte 1] met betrekking tot de huurpenningen en was verantwoordelijk voor het oplossen van problemen van [medeverdachte 1] . In dat verband heeft hij een valselijk opgemaakt (huur)contract naar [medeverdachte 1] gebracht, wist hij van de valselijk opgemaakte leaseovereenkomsten voor paarden en heeft hij ervoor zorggedragen dat onder vermelding van valse informatie geldbedragen naar [medeverdachte 1] werden overgemaakt. [verdachte 1] had contact met [medeverdachte 3] , een van de belangrijke personen in Nederland achter het cocaïnelaboratorium. Door [medeverdachte 3] werd [verdachte 1] op de hoogte gehouden van de voortgang van de bouw en de te verwachten start met de productie van cocaïne en er werd door hen informatie uitgewisseld over geld en contracten. Ook gaf [verdachte 1] informatie afkomstig van [medeverdachte 1] door aan [medeverdachte 3] over de hoogte van een deur in verband met de grote van een heftruck.
Het hof concludeert op grond hiervan dat de bijdrage van de verdachte bij de voorbereidingshandelingen van dusdanig wezenlijk gewicht is geweest dat sprake is van een gerichte nauwe en bewuste samenwerking met overige personen die betrokken waren bij het plan om een cocaïnelaboratorium te exploiteren. Daarmee acht het hof het ten laste gelegde medeplegen bewezen.

7.Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.
hij in de periode van 1 mei 2020 tot en met 7 augustus 2020 te Nijeveen en/of Apeldoorn en/of Elshout, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of vervaardigen van een stof bevattende cocaïne voor te bereiden en/of te bevorderen,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen en
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en gelden voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en zijn mededaders wisten dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,
immers heeft hij tezamen en in vereniging met zijn mededaders, toen aldaar
- overleg gevoerd en/of afspraken gemaakt en/of inlichtingen uitgewisseld en/of geld geregeld voor de bouw en/of inrichting en/of voorzieningen en/of ingebruikname van een locatie voor de bewerking of verwerking van cocaïne en
- een locatie bestemd voor de bewerking of verwerking van cocaïne gehuurd.
Hetgeen onder 1 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

8.Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen door, zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of
andere betaalmiddelen voorhanden te hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het
plegen van dat feit

9.Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde uitsluit.

10.Oplegging van straf

De rechtbank heeft de verdachte ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden met aftrek van voorarrest.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechtbank is opgelegd. Bij de eis heeft de advocaat-generaal rekening gehouden met de opgelegde straffen in de zaken van de medeverdachten. Bij het bepalen van de duur van de gevangenisstraf heeft de advocaat-generaal ook het tijdsverloop en de overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep in acht genomen.
De raadsvrouw heeft verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep. Meer in het bijzonder heeft de raadsvrouw verzocht om te volstaan met een gevangenisstraf voor de duur die gelijk is aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, in combinatie met een werkstraf.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen voor de exploitatie van een cocaïnelaboratorium dat is opgezet en in werking gesteld in een manege bij een boerderij in Nijeveen. In een afgescheiden deel van de manegebak bevond zich een complete productielijn, waarbij onversneden cocaïne werd teruggewonnen uit dragermateriaal. De politie heeft onder andere duizenden liters chemicaliën, 106 kilo cocaïnebase en persmallen met logo’s en een droogtafel met restanten wit poeder aangetroffen. De capaciteit van het laboratorium betrof 150 tot 200 kilo cocaïne per dag met een straatwaarde van (destijds) 4,5 tot 6 miljoen euro. De verdachte heeft een valselijk opgemaakt (huur)contract naar de eigenaar van de manege gebracht en de betalingen voor de huur daarvan geregeld op een wijze waardoor de boekhouder geen argwaan zou krijgen. Ook heeft hij contact onderhouden met de personen achter het drugslaboratorium en informatie doorgegeven. Met zijn handelen heeft de verdachte een rol gespeeld in de voorbereiding van de exploitatie van het (destijds) volgens de politie grootste cocaïnelaboratorium dat ooit in Nederland is aangetroffen.
Het is algemeen bekend dat verdovende middelen schade toebrengen aan de gezondheid van gebruikers van deze middelen en dat de productie en verkoop van verdovende middelen gepaard gaat met ernstige vormen van criminaliteit. Daarnaast bestaat er gevaar voor ontploffingen en brand die kunnen ontstaan bij het ondeskundig opslaan en bewerken van chemicaliën in een illegaal drugslaboratorium. Bovendien schuilt in de productie van harddrugs ook direct gevaar voor schade aan het milieu, veroorzaakt door illegale dumpingen van vrijkomende chemische afvalstoffen in de natuur.
Op een feit van deze orde kan slechts worden gereageerd met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur. Bij het bepalen van de precieze duur van de gevangenisstraf heeft het hof gelet op de straffen die in soortgelijke gevallen plegen te worden opgelegd, de rol van de verdachte en de straffen die in de zaken van medeverdachten zijn opgelegd. Het hof acht de door de rechtbank opgelegde en door de advocaat-generaal geëiste onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden in beginsel passend.
Het hof houdt rekening met het feit dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden in hoger beroep is overschreden. Namens de verdachte is op 4 april 2022 hoger beroep ingesteld. De zaak is in hoger beroep afgerond met een eindbeslissing op 26 juni 2026. Dat betekent dat de redelijke termijn in hoger beroep met 2 jaar en ruim 2 maanden is overschreden. Het hof zal deze overschrijding van de redelijke termijn verdisconteren in de strafmaat, in die zin dat de op te leggen gevangenisstraf met twee maanden zal worden gematigd.
Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van 16 maanden met aftrek van voorarrest passend en geboden.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering, aan de orde is.

11.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op artikel 10a van de Opiumwet en artikel 47 van Pro het Wetboek van Strafrecht.

12.BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 2 ten laste gelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
16 (zestien) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.E. Kwak, mr. J. Piena en mr. V.J.M. Goldschmeding, in tegenwoordigheid van mr. C.T. Snellenberg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 26 juni 2026.
[…]

Voetnoten

1.Het bewijs dat de verdachte de bewezenverklaarde feiten heeft gepleegd is gegrond op de feiten en omstandigheden, zoals daarvan blijkt uit de bewijsmiddelen. Deze redengevende feiten en omstandigheden zijn zo nauwkeurig, maar omwille van de leesbaarheid ook zo kort mogelijk opgenomen in de bewijsoverwegingen. In voetnoten wordt verwezen naar de bewijsmiddelen. Dat zijn, tenzij anders vermeld, telkens in de wettelijk vorm opgemaakte processen-verbaal. Een (groot) aantal keren heeft het hof, na controle van de daaraan ten grondslag liggende processen-verbaal of geschriften, uit overwegingen van efficiënte verwezen naar een proces-verbaal van relaas. Het hof heeft voor het gebruik van voetnoten gekozen, omdat de uit het politieonderzoek blijkende feiten en omstandigheden niet door de verdachte zijn bestreden.
2.PD [verdachte 1] , proces verbaal identificatie [EncroChat-account 1] – [verdachte 1] van 21 juli 2020, pag. 3 en 4.
3.Rockdale 2 AD, proces-verbaal van identificatie [EncroChat-account 3] als [medeverdachte 3] ’ van 9 juli 2020, pag. 61-72.
4.Rockdale 2 AD, proces-verbaal van identificatie [EncroChat-account 4] en [EncroChat-account 5] als [medeverdachte 10] van 22 oktober 2020, pag. 117-120.
5.Rockdale 2 AD, proces-verbaal van identificatie [EncroChat-account 6] als [medeverdachte 4] van 22 juli 2020, pag. 79-81.
6.Rockdale 2 AD, proces-verbaal van identificatie [EncroChat-account 7] als [medeverdachte 5] van 17 juli 2020, pag. 91-94.
7.Rockdale 2 AD, proces-verbaal van bevindingen [medeverdachte 5] is [bijnaam 2] van 22 januari 2021, pag. 223-225.
8.Rockdale 2 AD, proces-verbaal van identificatie [EncroChat-account 8] als [medeverdachte 7] van 9 juli 2020, pag. 95-99.
9.Rockdale 2 AD, proces-verbaal van identificatie [EncroChat-account 9] als [medeverdachte 6] van 23 juli 2020, pag. 88-90.
10.Rockdale 2 AD, proces-verbaal van identificatie [EncroChat-account 10] als [medeverdachte 8] van 3 augustus 2020, pag. 100-106.
11.Rockdale 2 AD, proces-verbaal van bevindingen ‘Identificatie gebruiker [telefoonnummer 3] ’ van 21 juli 2020, pag. 137-138.
12.Rockdale 2 ZD Manege, proces-verbaal van relaas van 27 april 2021 (kopje KvK en kadaster [bedrijfsnaam 1] ), pag. 17 en 18.
13.ZD Nijeveen 02, proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] van 20 augustus 2020, p. 537-540.
14.Rockdale 2 ZD Manege, proces-verbaal van relaas van 27 april 2021 (kopje Binnentreden en aanhouding [adres 2] ), pag. 19.
15.Rockdale 2 ZD Manege, proces-verbaal van relaas van 27 april 2021 (kopje Binnentreden en aanhouding [adres 2] ), pag. 19.
16.Rockdale 2 ZD Manege, proces-verbaal van relaas van 27 april 2021 (kopjes Omschrijving cocaïnelaboratorium/wasserij en Situatietekening cocaïnelaboratorium/wasserij), pag. 19 en 20.
17.Rockdale 1 ZD Manege, deel 1, proces-verbaal LFO 1e bevindingen van 19 augustus 2020, pag. 1141.
18.Rockdale 1 ZD Manege, bijlage 1, proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] van 3 september 2020, pag. 442 - 446.
19.Rockdale 2 ZD Manege, proces-verbaal van relaas van 27 april 2021 (kopje NFI rapportage [adres 2] ), pag. 22.
20.Rockdale 2 ZD Manege, proces-verbaal van relaas d.d. 27 april 2021 (kopje NFI rapportage [adres 2] ), pag. 22.
21.Rockdale 2, ZD Manege, proces verbaal LFO 1e bevindingen van 19 augustus 2020, p. 1138 en een geschrift, te weten een NFI-rapport ‘Drugsonderzoek aan materialen aangetroffen op 7 augustus 2020 op de locatie [adres 2] ’ d.d. 10 augustus 2020, bijlage bij Proces-verbaal LFO 1ste bevindingen, pag. 1148.
22.Rockdale 2 ZD Manege, proces-verbaal van relaas d.d. 27 april 2021, pag. 18 en 19, bovenaan.
23.Rockdale 1 ZD Manege, bijlage 2, Proces-verbaal observeren donderdag 30 juli 2020 inclusief bijlage van 21 augustus 2020, pag. 583 en Rockdale 2 ZD manege, deel 3, Proces-verbaal van herkenning van 5 januari 2021, pag. 2063 (30 juli) en Rockdale 1, Rockdale 2 ZD Manege, proces-verbaal van relaas d.d. 27 april 2021, pag. 112 bovenaan (6 augustus).
24.ZD Apeldoorn, proces-verbaal van relaas van 5 januari 2021, p. 10.
25.Rockdale 2 ZD Manege, proces-verbaal van relaas d.d. 27 april 2021, pag. 23.
26.ZD Apeldoorn, proces-verbaal van bevindingen LFO van 20 augustus 2020, pag. 170–173 en een geschrift, te weten een Onderzoekcertificaat van het NFI van 11 december 2020, pag. 226-227.
27.ZD Apeldoorn, een geschrift, te weten een Onderzoekscertificaat van het NFI van 20 april 2021, p. 480-481.
28.ZD Manege, proces-verbaal van relaas van 27 april 2021(kopje Observatie donderdag 6 augustus 2020 op de Scania vvk [kenteken 2] ), pag. 18 en 19.
29.ZD Manege, proces-verbaal van relaas van 27 april 2021 (kopje Zaaksdossier Elshout), pag. 24 en 25.
30.ZD Nijeveen, proces-verbaal van ontvangst en bevindingen, pag. 30 en Rockdale 2 ZD Manege, proces-verbaal van relaas van 27 april 2021, pag. 106.
31.Rockdale 1 ZD Manege, bijlage 1, pag. 381 t/m 383.
32.Rockdale 1 ZD Manege, bijlage 1, pag. 381.
33.PD [verdachte 1] , pag. 4.
34.PD [verdachte 1] , pag. 11 t/m 22.
35.PD [medeverdachte 5] , bijlagen, proces-verbaal van bevindingen ‘Mogelijke verdovende middelen laboratorium Nijeveen’ van 9 juli 2020, pag. 21 en 22.
36.Rockdale 2 ZD Manege bijlage 1, pag. 261 en 262.
37.Rockdale 2 ZD Manege bijlage 1, pag. 262 en 263.
38.Rockdale 2 ZD Manege deel 1, pag. 1425.
39.Rockdale 2 ZD Manege bijlage 1, pag. 263-264.
40.Rockdale 2 ZD Manege deel 1, pag. 1427 en 1428.
41.Rockdale 1 ZD Manege bijlage 1, Proces-verbaal van bevindingen analyse chatberichten van [medeverdachte 3] , pag. pag. 251.
42.Rockdale ZD Manege bijlage 1, pag. 260.
43.PD [verdachte 1] , proces-verbaal van verdenking van 19 oktober 2020, pag. 8.
44.Rockdale 2 AD, proces-verbaal van bevindingen (stemherkenning) van 12 november 2020, pag. 110 t/m 112.
45.PD [verdachte 1] , proces-verbaal van verdenking van 19 oktober 2020, pag. 8.
46.Een geschrift te weten een afschrift van een telefoongesprek, ZD Nijeveen, pag. 564.
47.Een geschrift te weten een afschrift van een telefoongesprek, ZD Nijeveen, pag. 566 en 567.
48.Een geschrift te weten een afschrift van een telefoongesprek, ZD Nijeveen, pag. 568.
49.Een geschrift, te weten een afschrift van een telefoongesprek, ZD Nijeveen, pag. 578-581.
50.ZD Nijeveen, een proces-verbaal van bevindingen van 23 september 2020, met als bijlage een afschrift van een huurovereenkomst, pag. 130-137.
51.ZD Nijeveen, een proces-verbaal van verhoor getuige van 3 oktober 2020, pag. 279.
52.ZD Nijeveen, een proces-verbaal van bevindingen van 23 september 2020, pag. 131.
53.ZD Nijeveen, een proces-verbaal van bevindingen van 24 juli 2020, pag. 241 en ZD Nijeveen, pag. 561.
54.ZD Nijeveen, een proces-verbaal van verhoor getuige van 16 september 2020, pag. 556-563.