Uitspraak
zaak A) en 81-184844-25 (hierna:
zaak B) tegen:
Onderzoek van de zaak
Tenlasteleggingen
1.
- vier, althans één of meer stuks Krooneend(en), althans eieren van een soort zoals bedoeld in artikel 1 van Pro de Vogelrichtlijn en/of;
- drie, althans één of meer stuks Witnekkraanvogel en/of
- één stuk Japanse Kraanvogel en/of
- vijf, althans één of meer stuks Roodhalsgans(en) en/of
- vijf, althans één of meer stuks Glansfazant(en), althans eieren van soorten genoemd in bijlage A van de CITES-verordening 338/98 en/of;
- elf, althans één of meer stuks Groene Pauw(en) en/of
- vijf, althans één of meer stuks Afrikaanse knobbelpronkeend(en) en/of
- twee, althans één of meer stuks Grijze Kroonkraanvogels,
Vonnis waarvan beroep
Standpunten van partijen
Oordeel van het hof
Fratercula arctica) en 27 eieren van de eend, meer specifiek: 12 eieren van de kuifeend (
Aythya fuligula) en 15 eieren van de ijseend (
Clangunla hyemalis). [8] In zowel de rugtas van [verdachte] als de rugtas van [persoon 2] bleek het te gaan om (ook) eieren van de papegaaiduiker. [9] [persoon 1] heeft tijdens zijn verhoor verklaard dat de eieren van hem zijn en dat zijn zonen (
het hof begrijpt: [persoon 2] en [verdachte]) alleen de rugtassen voor hem droegen. [10] [verdachte] heeft verklaard dat het klopt dat zij eieren bij zich droegen vanuit IJsland naar Nederland. [11] Voornoemde drie passagiers beschikten niet over een vergunning om de eieren onder zich te hebben. [12]
Bewijsoverweging met betrekking tot zaak B
alle natuurlijk in het wild levende vogelsoorten op het Europese grondgebied van de lidstaten waarop het Verdrag van toepassing is” en in het tweede lid staat dat deze richtlijn (ook) van toepassing is op de eieren van deze vogels. De eieren van de papegaaiduiker, kuifeend en ijseend zijn eieren van vogels die vallen binnen de reikwijdte van de Vogelrichtlijn. [13] Dit betekent dat het onder zich hebben en/of vervoeren van de eieren van de papegaaiduiker, kuifeend en ijseend verboden is zonder omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de Omgevingswet. Een overtreding van voorschriften gesteld bij of krachtens dit artikel van de Omgevingswet levert een economisch delict op ingevolge artikel 1a onder 1̊ van de Wet op de economische delicten (WED).
16 juni 2025, legaal in IJsland zijn aangekocht en dus op geoorloofde wijze zijn verkregen. Voor zover de raadsvrouw hiermee bedoelt dat het op een geoorloofde wijze verkrijgen van de eieren in IJsland in de weg staat aan een bewezenverklaring van het (primair) tenlastegelegde feit, volgt het hof dat standpunt niet. Het op geoorloofde (legale) wijze verkrijgen van de eieren in een ander land (in dit geval IJsland) vormt niet één van de in artikel 11.39, tweede lid, van het Besluit neergelegde uitzonderingen op het verbod om zonder omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteiten te verrichten.
(…) opzettelijk, zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit heeft verricht (…)” door eieren van de papegaaiduiker, kuifeenden en ijseenden om een andere reden dan verkoop onder zich te hebben gehad en/of vervoerd. In deze formulering van het verwijt ligt besloten dat het opzet zich mede uitstrekt tot het verrichten van een flora- en fauna-activiteit zonder omgevingsvergunning. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de verdachte niet opzettelijk in strijd met de regelgeving heeft gehandeld. Volgens haar verkeerde hij in de veronderstelling dat de eieren in IJsland op legale wijze waren verkregen en dat hij deze daarom legaal onder zich had en vervoerde. Wat daarvan ook zij, dit ontsloeg de verdachte niet van de verplichting zich te vergewissen van de toepasselijke Nederlandse wet- en regelgeving. Door dat na te laten, heeft de verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij zonder de vereiste omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit verrichtte.
Bewezenverklaring
1.
- vier Krooneenden en
- drie Witnekkraanvogel en
- één Japanse Kraanvogel en
- vijf Roodhalsgansen en
- vijf Glansfazanten en
- elf Groene Pauwen en
- vijf Afrikaanse knobbelpronkeenden en
- twee Grijze Kroonkraanvogels
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straffen
in zaak A) een geldboete ter hoogte van € 5.000,00, subsidiair 60 dagen hechtenis, en (
in zaak B) een geldboete ter hoogte van € 7.500,00, subsidiair 72 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 2 jaren.
first offenderis. Wat betreft zaak A heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de verdachte geen financieel voordeel heeft gehad van de dieren, omdat deze in beslag zijn genomen en niet aan hem worden teruggegeven. Verder heeft zij in zaak B aangevoerd dat de verdachte heeft gehandeld zonder commercieel motief – de waarde van de eieren wordt volgens het dossier geschat op nihil – en geen financieel voordeel heeft behaald met het onder zich hebben en vervoeren van de eieren. Tot slot moet rekening worden gehouden met de omstandigheid dat de verdachte in meerdere procedures tegelijkertijd met strafoplegging wordt geconfronteerd.
Beslag
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
1 (één) maand.
2 (twee) jarenaan een strafbaar
geldboetevan
€ 8.000,00 (achtduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
65 (vijfenzestig) dagen hechtenis.
zaak A).
zaak B).
teruggaveaan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
zaak A).