Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:1698

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
11 juni 2026
Publicatiedatum
26 juni 2026
Zaaknummer
23-002386-25
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep wegens intrekking bezwaren

In deze strafzaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 11 juni 2026 uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van de verdachte in hoger beroep. De verdachte had hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter van 25 maart 2025, maar tijdens de terechtzitting gaf hij te kennen het hoger beroep niet te willen handhaven. Hierdoor worden de eerder opgegeven bezwaren geacht te zijn ingetrokken.

Het hof heeft vervolgens overwogen dat er geen rechtens te respecteren belang is dat een nader onderzoek in de zaak rechtvaardigt. Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, verklaart het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarbij drie rechters zitting hadden. De beslissing betekent dat het hoger beroep van de verdachte niet wordt behandeld en het vonnis van de politierechter blijft staan.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking van bezwaren.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002386-25
datum uitspraak: 11 juni 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 25 maart 2025 in de strafzaak onder parketnummer 84-042910-23 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1966,
adres: [adres] .

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
11 juni 2026.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in hoger beroep en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Nu door of namens de verdachte ter terechtzitting te kennen is gegeven dat de verdachte het hoger beroep niet wil handhaven, moet hij geacht worden de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken, zodat hij, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarin zitting hadden mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg, mr. A.P.M. van Rijn en mr. A. Eichperger en, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Simons, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 11 juni 2026.