ECLI:NL:GHAMS:2026:1695

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
26 juni 2026
Publicatiedatum
26 juni 2026
Zaaknummer
23-002463-21
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 10 OpiumwetArt. 33 SrArt. 33a SrArt. 36b Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen productie en aanwezigheid van grote hoeveelheid cocaïne in drugslaboratorium

In deze megastrafzaak Rockdale I en II werd verdachte veroordeeld voor medeplegen van het bewerken, verwerken en aanwezig hebben van een zeer grote hoeveelheid cocaïne. De manege van zijn boerderij in Nijeveen was verhuurd aan personen die daar een cocaïnelaboratorium hadden opgezet. Verdachte bestelde en haalde onderdelen voor het laboratorium, zoals een centrifugaalpomp, slangen en een ketel.

De politie deed op 7 augustus 2020 een inval en trof een compleet werkend cocaïnelaboratorium aan met een capaciteit van 150 tot 200 kilo onversneden cocaïne per dag. Vijftien mannen werden aangehouden, waarvan veertien Colombiaanse nationaliteit hadden. Uit afgeluisterde telefoongesprekken bleek dat verdachte actief betrokken was bij het inrichten en draaiende houden van het laboratorium.

Het hof oordeelde dat verdachte een nauwe en bewuste samenwerking had met de overige betrokkenen en dat zijn bijdrage van voldoende gewicht was om medeplegen te bewijzen. De rechtbank veroordeelde hem tot 36 maanden gevangenisstraf, maar het hof matigde dit tot 32 maanden vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Daarnaast werden beslissingen genomen over beslag en verbeurdverklaring van in beslag genomen goederen.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 32 maanden gevangenisstraf voor medeplegen van productie en aanwezigheid van meer dan 100 kilo cocaïne.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002463-21
datum uitspraak: 26 juni 2026
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 23 augustus 2021 in de strafzaak onder parketnummer 13-997073-20 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum verdachte] ,
adres: [adres verdachte] .

1.Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 mei,
4 juni en 26 juni 2026 en, overeenkomstig artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaten-generaal (hierna: de advocaat-generaal) en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.

2.Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door rechtbank vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 2 is ten laste gelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is daardoor mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen deze vrijspraak.

3.Tenlastelegging

Aan de verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging in eerste aanleg en voor zover in hoger beroep nog inhoudelijk aan de orde, ten laste gelegd dat:
1. primair
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 18 juli 2020 tot en met 7 augustus 2020 te Nijeveen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, telkens opzettelijk heeft vervaardigd en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of aanwezig gehad, een hoeveelheid (van meer dan 100 kilogram) van een stof bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet;
1. subsidiair
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 juni 2020 tot en met 7 augustus 2020 te Nijeveen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of vervaardigen van een stof bevattende cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende een stof vermeld op lijst 1 van de Opiumwet dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen,
-zich en/of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft verschaft en/of
-voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en/of gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wisten of ernstige redenen had/hadden om te vermoeden dat zij bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en), hebbende verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s) toen aldaar:
- overleg gevoerd en/of afspraken gemaakt en/of inlichtingen uitgewisseld over de (ver)huur, de bouw en/of inrichting en/of voorzieningen en/of ingebruikname van een locatie bestemd voor de productie en/of het terugwinnen van cocaïne en/of
- één of meer locaties bestemd voor de productie en/of het terugwinnen van cocaïne en/of de opslag van het afval van eerdergenoemd productie- en/of terugwinproces ter beschikking gesteld en/of verhuurd en/of geregeld en/of
- een productieopstelling voor de productie en/of het terugwinnen van cocaïne gebouwd en/of ingericht en/of laten bouwen en/of inrichten en/of voorhanden gehad en/of
- apparatuur en/of cocaïne bevattende grondstoffen en/of chemicaliën en/of andere voorwerpen, benodigd bij de productie en/of het terugwinnen van cocaïne, geregeld, vervoerd en/of voorhanden gehad en/of
- vervoermiddelen en/of een heftruck, bestemd voor het transport van apparatuur en/of cocaïne bevattende grondstoffen en/of chemicaliën en/of andere voorwerpen en/of afval benodigd bij en/of afkomstig van de productie en/of het terugwinnen van cocaïne, geregeld en/of voorhanden gehad.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

4.Vernietiging vonnis

Het vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een iets andere bewezenverklaring en strafoplegging komt.

5.Inleiding

Op 30 juni 2020 is door de Dienst Landelijke Recherche een afschermproces-verbaal van het Team Criminele Inlichtingen ontvangen waarin stond dat uit onderzoek was gebleken dat er zich in een manege aan [adres 1] in Nijeveen vermoedelijk een in aanbouw of gereed zijnde cocaïnewasserij dan wel drugslaboratorium bevond. Hierop is onder de naam Rockdale een strafrechtelijk onderzoek gestart. Achteraf is gebleken dat deze inlichtingen gebaseerd waren op onderzoeksbevindingen uit het – inmiddels in strafrechtelijke kringen bekende – onderzoek 26Lemont die, met machtiging van de rechter-commissaris, nader zijn onderzocht en gedeeld in het onderzoek Rockdale. Na verder onderzoek is de politie op 7 augustus 2020 binnengetreden in de manege in Nijeveen en trof daar een zeer groot cocaïnelaboratorium aan. In het laboratorium werden vijftien verdachten aangehouden. Daarnaast werd [verdachte] , de eigenaar van de manege, aangehouden. Dit betreft het onderzoek Rockdale 1.
Rockdale 2 betreft het vervolgonderzoek naar de betrokkenen achter het cocaïnelaboratorium. Uiteindelijk zijn in dat onderzoek als verdachten aangemerkt: [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 8] , [medeverdachte 9] , [medeverdachte 10] en [medeverdachte 11] .
Alle verdachten zijn door de rechtbank veroordeeld. Door een aantal verdachten is hoger beroep ingesteld. Voor aanvang van de inhoudelijke behandeling heeft een aantal verdachten aangegeven het hoger beroep niet langer te willen handhaven. Zij zijn door het hof niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep. Uiteindelijk stonden in hoger beroep alleen nog terecht [verdachte] (Rockdale 1) en [medeverdachte 10] , [medeverdachte 8] , [medeverdachte 9] en [medeverdachte 7] (Rockdale 2). Aan hen zijn verschillende feiten ten laste gelegd.
Voor de leesbaarheid worden de verdachte en de medeverdachten met hun achternamen aangeduid.

6.Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft zich aan de hand van een uitgebreid schriftelijk requisitoir op het standpunt gesteld dat het primair ten laste gelegde feit kan worden bewezen.

7.Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat [verdachte] moet worden vrijgesproken. Samengevat vindt de raadsman dat de rol van [verdachte] van onvoldoende gewicht is om tot bewezenverklaring van medeplegen te kunnen komen. [verdachte] had geen kennis van en betrokkenheid bij het productieproces van de cocaïne en dat vond bovendien buiten zijn aanwezigheid plaats. De raadsman heeft verder aangevoerd dat bij [verdachte] pas op 21 juli 2020 het vermoeden was gerezen dat er in de door hem verhuurde manege iets gebeurde dat niet in de haak was en dat ook de nadien door [verdachte] verrichtte handelingen niet van dermate gewicht zijn dat van medeplegen gesproken kan worden. De raadsman voert verder aan dat [verdachte] zich ‘juridisch en moreel gezien na 21 juli 2020 had moeten terugtrekken, maar dat dat onder de gegeven omstandigheden niet van [verdachte] kon worden verwacht, omdat het terugtrekken consequenties zou hebben, daar [verdachte] in de gaten had dat hij met zware criminelen te maken had’.
8.
Beoordeling van het bewijs [1]
Cocaïnelaboratorium Nijeveen
Op 7 augustus 2020 heeft de politie een inval gedaan bij [bedrijf 1] , gevestigd aan [adres 1] te Nijeveen. [verdachte] was de eigenaar van de stal. [2] [verdachte] heeft verklaard dat hij een stuk van zijn loods (het hof begrijpt: overdekte manegebak) heeft verhuurd aan drie mannen voor € 3.500,00 per maand. Hij heeft verder verklaard dat er een persoon in een zwarte Volvo stationcar kwam die de elektrische installatie en waterleiding moest bouwen. Deze persoon noemde zich [bijnaam 1] . Er was ook nog een [bijnaam 2] . [verdachte] had van [bijnaam 2] een klein zwart telefoontje gekregen met alleen het nummer van [bijnaam 2] erin, waarmee hij [bijnaam 2] belde als hij hem nodig had. Hij heeft voor [bijnaam 1] spullen gehaald en kreeg dan geld van [bijnaam 2] . [3] Onder de verdachte is bij zijn aanhouding een Nokia type TA-1034 met alleen telefoonnummer [telefoonnummer 1] in de contactlijst in beslag genomen. [4]
In de overdekte manegebak is een werkend cocaïnelaboratorium aangetroffen. [5] In het cocaïnelaboratorium werden vijftien mannen aangehouden, waarvan er veertien de Colombiaanse nationaliteit hadden. Meerderen van hen hadden zwart stof en de indruk van een masker op hun gezicht. [6] Het hof leidt hieruit af dat zij bezig waren met het bewerken en verwerken van cocaïne.
Door politieambtenaren van de Landelijke Faciliteit Ondersteuning Ontmantelen (hierna: LFO) is onderzoek gedaan naar het cocaïnelaboratorium. In de manegebak was een gedeelte met isolatiepanelen afgescheiden van de rest van de manegebak. In het afgescheiden gedeelte van 30 bij 26,5 meter werd een complete productielijn aangetroffen, waarin onversneden cocaïne werd teruggewonnen uit dragermateriaal. Het cocaïnelaboratorium was verdeeld in een aantal ruimtes: een extractieruimte, luchtbehandelingsruimte, zuiveringsruimte, opslagruimte, wasruimte, keuken, twee slaapkamers en een droogruimte. Er was capaciteit om 150 tot 200 kilo onversneden cocaïne per dag uit dragermateriaal te produceren met een straatwaarde van (destijds) 4,5 tot 6 miljoen euro. [7]
Genoemd dragermateriaal betrof steenkool met een teerachtig materiaal. In de opslagruimte werden vijf in stukken gesneden ‘bigbags’ aangetroffen met restanten van een mengsel van steenkoolachtig materiaal en een plakkerig teerachtig materiaal. [8] [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij kolen moest wassen, bij het water vloeistoffen werden gegooid en dat het uiteindelijk ‘coca’ werd. [9] [medeverdachte 1] zal met vloeistoffen chemicaliën bedoeld hebben. In het cocaïnelaboratorium zijn ook duizenden liters chemicaliën aangetroffen, waaronder hexaan. [10]
In het cocaïnelaboratorium is verder ongeveer 106 kilo cocaïnebase aangetroffen. [11] Ook werd er een tafel met daarop persmallen met logo’s, vervuild met restanten wit poeder, bevattende cocaïne, aangetroffen en een droogtafel met restanten wit poeder. [12]
Telefoongesprekken
De telefoon van [verdachte] is afgeluisterd. Uit de opgenomen telefoongesprekken blijkt het volgende.
Op 8 juli 2020 belt [verdachte] met HANSA-FLEX Nederland. Hij is op zoek naar ‘roestvrijstalen hydrauliek koppelingen; buitendraads, van een half inch’. [verdachte] heeft er 45 nodig. [verdachte] vraagt of ze ook ‘halfduims, binnendraadse slangen’ hebben liggen. Er moet ‘water met wasrommel’ doorheen. [13]
Op 10 juli 2020 belt [verdachte] met Biesheuvel Techniek in Zwolle. [verdachte] staat voor de deur om ‘vloeibare pakking’ op te halen. Uit een eerder gesprek volgt dat dit voor een ‘centrifugaal pomp’ is. [14]
Op 17 juli 2020 wordt [verdachte] gebeld door HANSA-FLEX Nederland. De slangen liggen klaar. [verdachte] zegt dat hij weer die kant op komt. [15]
Op 25 juli 2020 belt [verdachte] met zijn neef. [verdachte] zegt dat er nog niet wordt ‘gedraaid’. Dat kan ook niet, want er is nog teveel lawaai. [verdachte] zegt dat hij een container voor een stalen ketel heeft opgehaald. De ketel moet aangesloten worden voor de warme olie. [verdachte] zegt dat als het draait het geluidloos moet zijn en er geen stank mag zijn. Als ze het niet willen zoals hij het wil, dan zegt hij tegen ze: ‘dan donder je op’. Als ze hem onder dwang zetten zegt hij tegen ze dat hij de politie gaat bellen. [16]
Op 27 juli 2020 belt [verdachte] wederom met zijn neef. [verdachte] zegt dat hij een dag voor ‘hen’ op pad is geweest. Hij moest dit ophalen, dat ophalen. Morgen moeten ze draaien. Hij heeft gehoord dat als ze een week gedraaid hebben en het goed uitpakt ze een bonus geven. [verdachte] wil dan zoveel mogelijk pakken; ‘Als hij een miljoen heeft wat kan hem dan nog overkomen’. [verdachte] zegt verder dat daar zes grote magnetrons staan. Daar moeten die ‘tabletten’ in ‘opgedroogd’ worden. Ze hebben daar ook ‘stempelaars’ staan. De neef van [verdachte] zegt dat hij hoopt dat [verdachte] niet de bak in gaat (het hof begrijpt: de gevangenis). [verdachte] reageert daarop met de opmerking dat dat kan gebeuren en dat je dan deze stap niet moet nemen. Hij heeft (die stap) genomen en dan zien we wel weer. Volgens [verdachte] ‘draaien die jongens in een maand één miljoen, anderhalf miljoen’. [verdachte] zegt ook dat als hij in de bak komt, hij er zo weer uit is want ‘hij heeft een contract’ (kennelijk doelend op een huurcontract). De neef van [verdachte] zegt dat hij hoopt dat [verdachte] niet gepakt wordt en dat hij op tijd de stekkers eruit trekt. Daarop reageert [verdachte] met de opmerking: ‘Ja, maar zitten er ook in met twaalf man’. [17]
Op 29 juli 2020 belt [verdachte] met Oliehandel Kreuze. [verdachte] heeft 2500 liter diesel nodig, want het aggregaat staat droog. Hij heeft de diesel vandaag nog nodig. De diesel is niet voor hem en hij wil contant betalen. [18]
Op 30 juli 2020 belt [verdachte] met Installatietechniek No Hit. [verdachte] is op zoek naar een gasboiler. [19]
Op 31 juli 2020 belt [verdachte] met [naam] . [verdachte] is op zoek naar een roestvrijstalen ketel. [verdachte] wil vandaag komen kijken en hem opladen, betalen en meenemen. [20]
Op 4 augustus 2020 belt [verdachte] met Geta Machinehandel. [verdachte] is op zoek naar een elektrische heftruck. Het is om een vrachtwagen te laden. Hij heeft er een van 1200 kilo, maar die is te licht. Op diezelfde dag belt [verdachte] wederom met Installatietechniek No Hit. Hij wil langskomen voor twee gasboilers. [21]
Bewijsoverweging
Het hof stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard wanneer is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.
Ook wanneer het ten laste gelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, maar uit gedragingen die doorgaans met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht, kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn.
Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.
Uit de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden volgt dat er vanaf 28 juli 2020 is begonnen met het terugwinnen van cocaïne uit steenkool in de manege aan [adres 1] in Nijeveen en dat op 7 augustus 2020 onder andere ongeveer 106 kilo cocaïnebase in de manege is aangetroffen. [verdachte] is de eigenaar van de manege en heeft deze verhuurd ten behoeve van het exploiteren van een drugslaboratorium. Daarnaast heeft hij met grote regelmaat onderdelen voor het drugslaboratorium besteld en opgehaald. Dit deed hij niet alleen voordat het drugslaboratorium ging draaien maar ook nadat begonnen was met het terugwinnen van de cocaïne uit het dragermateriaal. Het hof concludeert dat de bijdrage van [verdachte] aldus van dusdanig gewicht was dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking met de overige personen die betrokken waren bij het exploiteren van het drugslaboratorium. Daarmee acht het hof het ten laste gelegde bewezen. Het hof hecht – voor zover al relevant – geen geloof aan de verklaring van [verdachte] dat hij in het begin niet wist van het plan om in zijn manege een drugslaboratorium te exploiteren. De hiervoor aangehaalde telefoongesprekken wijzen op het tegendeel. Het hof gaat bij de bewezenverklaring uit van een periode vanaf 28 juli 2020, omdat uit de bewijsmiddelen volgt dat pas vanaf die dag is begonnen met het verwerken en bewerken van de cocaïne.

9.Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij in de periode van 28 juli 2020 tot en met 7 augustus 2020 te Nijeveen tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft bewerkt en verwerkt en aanwezig gehad, een hoeveelheid (van meer dan 100 kilogram) van een stof bevattende cocaïne.
Hetgeen onder 1 primair meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

10.Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 primair bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het onder 1 primair bewezenverklaarde levert op:
de eendaadse samenloop van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod en opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod.

11.Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1 primair bewezenverklaarde uitsluit.

12.Oplegging van straf

De rechtbank heeft de verdachte ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van voorarrest.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van voorarrest. Bij de eis heeft de advocaat-generaal rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, het reclasseringsadvies van 24 februari 2026 en de opgelegde straffen en eisen in de zaken van de medeverdachten. Bij het bepalen van de duur van de gevangenisstraf heeft de advocaat-generaal ook het tijdsverloop en de overschrijding van de redelijke termijn in acht genomen.
De raadsman heeft verzocht een gevangenisstraf op te leggen voor de duur die gelijk is aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Een langere en onvoorwaardelijke gevangenisstraf dient volgens de raadsman geen enkel strafdoel en zou de verdachte onevenredig hard treffen omdat, hij dan zijn woning verliest. De raadsman heeft op de mogelijkheid gewezen om aanvullend een in termijnen te betalen geldboete op te leggen.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het bewerken, verwerken en aanwezig hebben van een zeer grote hoeveelheid cocaïne. De verdachte heeft de manege van zijn boerderij in Nijeveen verhuurd aan personen, waardoor daarin een cocaïnelaboratorium kon worden opgezet en in werking gesteld. In een afgescheiden deel van de manegebak bevond zich een complete productielijn, waarbij onversneden cocaïne werd teruggewonnen uit dragermateriaal. De politie heeft onder andere duizenden liters chemicaliën, 106 kilo cocaïnebase en persmallen met logo’s en een droogtafel met restanten wit poeder aangetroffen. De capaciteit van het laboratorium betrof 150 tot 200 kilo onversneden cocaïne per dag met een straatwaarde van (destijds) 4,5 tot 6 miljoen euro. De verdachte heeft, naast het ter beschikking stellen van de locatie, ook met grote regelmaat onderdelen voor het drugslaboratorium, zoals een centrifugaalpomp, slangen en een ketel, besteld en opgehaald. Hiermee heeft de verdachte een rol gespeeld in het in werking stellen en houden van het (destijds) volgens de politie grootste cocaïnelaboratorium dat ooit in Nederland is aangetroffen.
De verdachte dacht op een gemakkelijke manier geld te kunnen verdienen en ging daarbij blijkens getapte telefoongesprekken berekenend te werk. Hij zou bijvoorbeeld de politie inschakelen als het niet ging zoals hij het wilde en gaf aan dat hij bewust deze stap heeft genomen ook al kon het gebeuren dat hij de bak in zou moeten. Hij sprak over miljoenen die verdiend werden, een bonus die gegeven zou worden als het goed uitpakte en stelde zo weer vrij te zijn omdat hij een contract had.
Doordat de verdachte zijn medewerking heeft verleend aan het productieproces heeft hij de volksgezondheid in gevaar gebracht. Het is algemeen bekend dat verdovende middelen schade toebrengen aan de gezondheid van gebruikers van deze middelen en vaak gaat de productie en verkoop van verdovende middelen gepaard met ernstige vormen van criminaliteit. Daarnaast bestaat er gevaar voor ontploffingen en brand die kunnen ontstaan bij het ondeskundig opslaan en bewerken van chemicaliën in een illegaal drugslaboratorium. Bovendien schuilt in de productie van harddrugs ook direct gevaar voor schade aan het milieu, veroorzaakt door illegale dumpingen van vrijkomende chemische afvalstoffen in de natuur.
Op een feit van deze orde kan slechts worden gereageerd met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur. De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep de persoonlijke omstandigheden en gezondheidsproblemen van de verdachte naar voren gebracht en onderbouwd middels een medisch overzicht van de huisarts. Dit overzicht betreft echter de situatie van de verdachte tot januari 2023 en de verdachte is niet ter terechtzitting verschenen om zijn actuele conditie en overige persoonlijke omstandigheden nader toe te lichten. Het hof ziet in de door de raadsman gepresenteerde informatie geen aanleiding om niet tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur over te gaan.
Bij het bepalen van de precieze duur van de gevangenisstraf heeft het hof gelet op de straffen die in soortgelijke gevallen plegen te worden opgelegd, de rol van de verdachte en de straffen die in de zaken van medeverdachten zijn opgelegd. Het hof acht de door de rechtbank opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden in beginsel passend.
Het hof heeft rekening gehouden met het feit dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden in hoger beroep is overschreden. Namens de verdachte is op 3 september 2021 hoger beroep ingesteld. De zaak is in hoger beroep afgerond met een eindbeslissing op 26 juni 2026. Dat betekent dat de redelijke termijn in hoger beroep met bijna 2 jaar en 10 maanden is overschreden. Het hof zal deze overschrijding van de redelijke termijn verdisconteren in de strafmaat, in die zin dat de op te leggen gevangenisstraf met 4 maanden zal worden verminderd.
Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf voor de duur van 32 maanden met aftrek van voorarrest passend en geboden.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering, aan de orde is.

13.Beslag

Ten aanzien van het beslag heeft de rechtbank geen beslissingen genomen.
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat ten aanzien van het ‘klassiek’ beslag dat ligt op de goederen op de beslaglijst dient te worden beslist tot teruggave aan de verdachte. De advocaat-generaal heeft aangegeven dat op de geldbedragen op de beslaglijst tevens conservatoir beslag rust ten behoeve van het recht tot verhaal voor een op te leggen ontnemingsmaatregel.
De raadsman heeft geen opmerkingen gemaakt over het klassieke beslag en heeft verzocht om het conservatoire beslag dat rust op het geldbedrag van € 9.400,- aan te wenden ter voldoening van de betalingsverplichting in de ontnemingszaak van de verdachte.
Het hof overweegt als volgt.
Het hof is van oordeel dat het bewezenverklaarde is begaan of voorbereid met behulp van de hierna te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen. Deze voorwerpen zullen daarom worden verbeurd verklaard:
  • 1 STK Zaktelefoon Nokia met oplader (behoorde de verdachte toe);
  • 14 STK Container – 14 IBC vaten van 1000 liter (niet kon worden vastgesteld aan wie dit toebehoorde);
  • 176 STK kan Kl: wit – 176 stuks witte plastic kannen (niet kon worden vastgesteld aan wie dit toebehoorde);
  • 6 STK Container – 6 IBC vaten van 1000 liter gevuld (niet kon worden vastgesteld aan wie dit toebehoorde).
Het hof is van oordeel dat de onder de verdachte in beslag genomen drugs dienen te worden onttrokken aan het verkeer aangezien het voorwerpen betreft met betrekking tot welke het strafbare feit is begaan. Het betreft de volgende voorwerpen:
  • 1 STK Drugs - [beslagnummer 1] 1060 gram wit poeder;
  • 1 STK Drugs - [beslagnummer 2] laken met 160 gram poeder;
  • 1 STK Drugs - [beslagnummer 3] .
Het hof is van oordeel dat het hierna te noemen onder de verdachte in beslag genomen voorwerpen aan de verdachte dienen te worden teruggegeven:
  • Geld Euro – [beslagnummer 4] IBN datum 07-08-2020, waarde 7995.00 euro;
  • Geld Euro, waarde 550,00, IBN datum 14-09-2020;
  • Geld Euro, waarde 855,00, IBN datum 14-09-2020.
Voor de volledigheid merkt het hof op dat tevens conservatoir beslag is gelegd op deze geldbedragen, zodat deze niet zonder meer aan de verdachte worden teruggegeven, maar eventueel worden uitgewonnen ter verhaal van de opgelegde ontnemingsmaatregel. Het conservatoir beslag blijft van rechtswege in stand zodat het hof daaromtrent geen beslissing kan nemen.

14.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 55 en 63 van het Wetboek van Strafrecht.

15.BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 2 ten laste gelegde.
Vernietigt het vonnis en doet opnieuw recht.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
32 (tweeëndertig) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Verklaart verbeurdde in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
1. STK Zaktelefoon Nokia met oplader;
14 STK Container – 14 IBC vaten van 1000 liter;
176 STK kan Kl: wit – 176 stuks witte plastic kannen;
6 STK Container – 6 IBC vaten van 1000 liter gevuld.
Beveelt de
onttrekking aan het verkeervan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
1. STK Drugs - [beslagnummer 1] 1060 gram wit poeder;
1. STK Drugs - [beslagnummer 2] laken met 160 gram poeder;
1. STK Drugs - [beslagnummer 3] .
Gelast de
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
Geld Euro – [beslagnummer 4] IBN datum 07-08-2020, waarde 7995.00 euro;
Geld Euro, waarde 550,00, IBN datum 14-09-2020;
Geld Euro, waarde 855,00, IBN datum 14-09-2020.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.E. Kwak, mr. J. Piena en mr. V.J.M. Goldschmeding, in tegenwoordigheid van mr. C.T. Snellenberg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 26 juni 2026.
[…]
.

Voetnoten

1.Het bewijs dat de verdachte het bewezenverklaarde feit heeft gepleegd is gegrond op de feiten en omstandigheden, zoals daarvan blijkt uit de bewijsmiddelen. Deze redengevende feiten en omstandigheden zijn zo nauwkeurig, maar omwille van de leesbaarheid ook zo kort mogelijk opgenomen in de bewijsoverweging. In voetnoten wordt verwezen naar de bewijsmiddelen. Dat zijn, tenzij anders vermeld, telkens in de wettelijk vorm opgemaakte processen-verbaal. Een (groot) aantal keren heeft het hof, na controle van de daaraan ten grondslag liggende processen-verbaal of geschriften, uit overwegingen van efficiënte verwezen naar een proces-verbaal van relaas. Het hof heeft voor het gebruik van voetnoten gekozen, omdat de uit het politieonderzoek blijkende feiten en omstandigheden niet door de verdachte zijn bestreden.
2.Rockdale 2, ZD Manege, proces-verbaal van relaas van 27 april 2021 (kopje KvK en kadaster [bedrijf 1] ), p. 17 en 18.
3.ZD Nijeveen 02, proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] van 20 augustus 2020, p. 537-540.
4.Beslagdossier Rockdale, proces-verbaal van bevindingen p. 619. Zie ook Algemeen dossier + ZD Nijeveen, KVI p. 142.
5.Rockdale 2 ZD Manege, proces-verbaal van relaas van 27 april 2021 (kopje Binnentreden en aanhouding [adres 1] ), p. 19.
6.Rockdale 2, ZD Manege, proces-verbaal van relaas van 27 april 2021 (kopje Binnentreden en aanhouding [adres 1] ), p. 19.
7.Rockdale 2, ZD Manege, proces-verbaal van relaas van 27 april 2021 (kopjes Omschrijving cocaïnelaboratorium/wasserij en Situatietekening cocaïnelaboratorium/wasserij), p. 19 en 20.
8.Rockdale 1 ZD Manege, deel 1, Proces-verbaal LFO 1e bevindingen van 19 augustus 2020, p. 1141.
9.Rockdale 1 ZD Manege, bijlage 1, proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] van 3 september 2020, p. 442–446.
10.Rockdale 2, ZD Manege, proces-verbaal van relaas van 27 april 2021 (kopje NFI rapportage [adres 1] ), p. 22.
11.Rockdale 2, ZD Nijeveen, proces-verbaal van relaas van 26 oktober 2020, p. 40.
12.Rockdale 2, ZD Manege, Proces verbaal LFO 1e bevindingen,, p. 1138 en een geschrift, te weten een NFI-rapport ‘Drugsonderzoek aan materialen aangetroffen op 7 augustus 2020 op de locatie [adres 1] ’ d.d. 10 augustus 2020, bijlage bij proces-verbaal LFO 1ste bevindingen, p. 1148.
13.ZD Nijeveen 02, Geschrift, te weten een weergave van een getapt telefoongesprek, p. 569 en 570.
14.ZD Nijeveen 02, Geschrift, te weten een weergave van een getapt telefoongesprek, p. 571 en 572.
15.ZD Nijeveen 02, Geschrift, te weten een weergave van een getapt telefoongesprek, p. 573.
16.ZD Nijeveen 02, Geschrift, te weten een weergave van een getapt telefoongesprek, p. 576.
17.ZD Nijeveen 02, Geschrift, te weten een weergave van een getapt telefoongesprek, p. 578-580.
18.ZD Nijeveen 02, Geschrift, te weten een weergave van een getapt telefoongesprek, p. 582.
19.ZD Nijeveen 02, Geschrift, te weten een weergave van een getapt telefoongesprek, p. 584.
20.ZD Nijeveen 02, Geschrift, te weten een weergave van een getapt telefoongesprek, p. 585.
21.ZD Nijeveen 02, Geschrift, te weten een weergave van een getapt telefoongesprek, p. 590.