Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:1643

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
4 juni 2026
Publicatiedatum
19 juni 2026
Zaaknummer
23-000772-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 69 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Openbaar ministerie niet-ontvankelijk wegens overlijden verdachte

In deze strafzaak was het openbaar ministerie in hoger beroep gegaan tegen een vonnis van de rechtbank Noord-Holland. Tijdens de procedure werd vastgesteld dat de verdachte op 12 maart 2026 was overleden, zoals blijkt uit een akte van overlijden opgemaakt op 16 maart 2026.

Op grond van artikel 69 van Pro het Wetboek van Strafrecht vervalt het recht tot strafvordering bij overlijden van de verdachte. Het hof heeft daarom het vonnis van de rechtbank vernietigd en het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging.

De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 4 juni 2026. De voorzitter kon het arrest niet medeondertekenen. Hiermee is de strafprocedure tegen de overleden verdachte beëindigd.

Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het overlijden van de verdachte.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000772-24
datum uitspraak: 4 juni 2026
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 20 maart 2024 in de strafzaak onder parketnummer 15-098209-20 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1955.

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 juni 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.

Blijkens een op 16 maart 2026 door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [plaats] opgemaakte akte van overlijden, [nummer] , is de verdachte op 12 maart 2026 overleden.
Daarom is ingevolge het bepaalde bij artikel 69 van Pro het Wetboek van Strafrecht het recht tot strafvordering vervallen en dient het openbaar ministerie, overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal, niet-ontvankelijk te worden verklaard in de strafvervolging.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.T.C. de Vries, mr. H.A. van Eijk en mr. P.J. van Eekeren, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Tilburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 4 juni 2026.
De voorzitter is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.