ECLI:NL:GHAMS:2026:1622

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
16 juni 2026
Publicatiedatum
16 juni 2026
Zaaknummer
200.363.646/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:449 lid 2 BWArt. 1:432 BW
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot opheffing bewind wegens onvoldoende zelfredzaamheid

De zaak betreft het hoger beroep van [eiser] tegen de afwijzing door de kantonrechter van zijn verzoek tot opheffing van het bewind over zijn goederen. Het bewind is ingesteld vanwege zijn lichamelijke of geestelijke toestand en is van kracht sinds zijn meerderjarigheid in 2021.

[eiser] stelt dat hij inmiddels in staat is zijn financiën zelf te beheren en verzoekt primair om opheffing van het bewind, subsidiair om opheffing onder voorwaarde van budgetbeheer, en meer subsidiair om aanhouding voor een proefperiode. De bewindvoerder betoogt dat voortzetting noodzakelijk is vanwege de beperkte zelfredzaamheid van [eiser], die impulsief geld uitgeeft en intensieve begeleiding nodig heeft.

Het hof overweegt dat ondanks positieve ontwikkelingen en het ontbreken van schulden, [eiser] nog niet voldoende zelfredzaam is. Hij heeft geen ervaring met bredere financiële handelingen en heeft intensieve begeleiding nodig. Een proefperiode is niet haalbaar zonder eerst een zelfredzaamheidstraject, dat momenteel niet wordt aangeboden.

Daarom is het hof van oordeel dat het bewind nog steeds noodzakelijk en zinvol is en bekrachtigt het de bestreden beschikking van de kantonrechter.

Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot opheffing van het bewind af en bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht
Team III (familie- en jeugdrecht)
zaaknummer: 200.363.646/01
zaaknummer rechtbank: 11661655 BM VERZ 25-1128 jb
beschikking van de meervoudige kamer van 16 juni 2026 in de zaak van
[eiser] ,
wonende te [plaats A] ,
verzoeker in hoger beroep,
hierna: [eiser] ,
advocaat: mr. E.B.R. van Griethuysen te Heerhugowaard.
Het hof heeft daarnaast als belanghebbenden aangemerkt:
- [bewindvoerder] h.o.d.n. Focus & Control Beschermingsbewind (hierna ook: de bewindvoerder),
- [de moeder] (de moeder van [eiser] ), en
- [de vader] (de vader van [eiser] ).

1.De zaak in het kort

De zaak gaat over de vraag of het bewind over de goederen van [eiser] moet worden opgeheven. De kantonrechter heeft het verzoek van [eiser] tot opheffing van het bewind afgewezen. [eiser] is het daarmee niet eens en wil dat het bewind alsnog wordt opgeheven.
Het hof zal de beslissing van de kantonrechter in stand laten en legt hierna uit hoe het tot deze beslissing komt.

2.De procedure in hoger beroep

2.1
[eiser] is op 15 januari 2026 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 17 oktober 2025 (hierna: de bestreden beschikking) van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar (hierna: de kantonrechter).
2.2
Het hof heeft daarnaast de volgende stukken ontvangen:
- het procesdossier eerste aanleg van de rechtbank van 21 januari 2026;
- een bericht van [eiser] van 29 januari 2026 met bijlage;
- een bericht van [eiser] van 16 maart 2026 met bijlage;
- een bericht van [eiser] van 22 april 2026 met bijlage.
2.3
De zitting heeft op 11 mei 2026 plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig:
- [eiser] , bijgestaan door mr. Y. Bruin, kantoorgenoot van mr. Van Griethuysen, en
- de bewindvoerder.
De advocaat van [eiser] heeft op de zitting een pleitnotitie overgelegd.
2.4
Ter zitting in hoger beroep heeft [eiser] met instemming van de bewindvoerder nadere stukken overgelegd.

3.De feiten

3.1
[eiser] is geboren [in] 2003 te [plaats B] . Hij is de zoon van [de moeder] en [de vader] .
3.2
De kantonrechter heeft op 26 januari 2021 een bewind ingesteld over de goederen en gelden die (zullen) toebehoren aan [eiser] wegens zijn lichamelijke of geestelijke toestand, met benoeming van [bewindvoerder] h.o.d.n. Focus & Control Beschermingsbewind tot bewindvoerder. De maatregel is van kracht gegaan op de dag waarop [eiser] meerderjarig werd.
3.3
De kantonrechter heeft op 26 januari 2021 een mentorschap ingesteld over [eiser] wegens zijn lichamelijke of geestelijke toestand, met benoeming van [naam] , werkzaam bij ReNamentor, tot mentor.

4.De omvang van het hoger beroep

4.1
De kantonrechter heeft in de bestreden beschikking het verzoek van [eiser] tot opheffing van het bewind afgewezen.
4.2
[eiser] verzoekt, met vernietiging van de bestreden beschikking:
- primair: het bewind over zijn goederen op te heffen;
- subsidiair: het bewind over zijn goederen op te heffen onder de voorwaarde dat hij een contract aangaat voor budgetbeheer;
- meer subsidiair: de zaak aan te houden voor een proefperiode van zes maanden waarin hij kan aantonen dat hij in staat is te sparen en zijn eigen financiën te beheren en als hij dit met goed gevolg afrondt, het bewind over zijn goederen op te heffen.
4.3
De bewindvoerder heeft ter zitting in hoger beroep afwijzing van de verzoeken van [eiser] bepleit.

5.De motivering van de beslissing

Het wettelijk kader
5.1
Uit artikel 1:449, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat de rechter het bewind kan opheffen, indien de noodzaak daartoe niet meer bestaat of voortzetting van het bewind niet zinvol is gebleken, zulks op verzoek van de bewindvoerder of van degene die gerechtigd is de onderbewindstelling te verzoeken als bedoeld in artikel 1:432, eerste en tweede lid, BW, dan wel ambtshalve.
De standpunten
5.2
[eiser] vindt dat de kantonrechter ten onrechte zijn verzoek tot opheffing van het bewind heeft afgewezen. Hij heeft nooit de kans gekregen om zelf zijn financiën te beheren. Hij is in staat zijn financiën zelf te regelen en heeft daarvoor ook een plan van aanpak opgesteld. Door middel van budgetbeheer of een budgetcoach kan [eiser] eerst nog hulp krijgen bij zijn financiën en kan dat langzaam worden afgebouwd. Bovendien kunnen de begeleiders van de woongroep waar hij woont hem ondersteunen. Daarnaast weet [eiser] hoe hij moet internetbankieren. Bewind is dan ook een te vergaande maatregel. Ook heeft [eiser] nooit schulden gehad. Daarbij is hij gestopt met gokken en heeft zich vrijwillig ingeschreven voor een gokstop, waardoor het niet meer mogelijk is om online te gokken. Voor [eiser] staat voorop dat hij naar meer zelfstandigheid verlangt en financieel vrij wil zijn. Hij heeft zich de afgelopen tijd ontwikkeld, waardoor de situatie anders is dan toen hij 18 jaar was en onder bewind werd gesteld. [eiser] vindt dan ook dat hij de kans moet krijgen om te laten zien dat hij zelf, met vrijwillige hulp, zijn financiën kan regelen. Tenminste moet de beslissing worden aangehouden zodat hij dat kan aantonen.
5.3
De bewindvoerder stelt zich op het standpunt dat het bewind moet worden voortgezet. [eiser] is (nog) niet in staat om zelfstandig zijn financiën te beheren. De bewindvoerder luistert naar de wens van [eiser] om meer regie over zijn financiën te hebben en heeft hem daar ook meermaals de kans voor gegeven, maar steeds is gebleken dat dat niet het gewenste resultaat had. Zo is de mogelijkheid tot internetbankieren een aantal malen opengesteld en is zijn leefgeld verschillende keren aangepast. Vervolgens maakte [eiser] zijn geld te snel op en gaf hij dit uit aan gokken en impulsieve aankopen. Betrokkene heeft veel vragen aan de bewindvoerder en heeft intensieve begeleiding nodig. [eiser] zou een budgetcursus op maat (bij voorkeur één op één) nodig hebben om te leren om meer zelfredzaam te worden. Zo’n traject wordt echter nu niet aangeboden vanuit de gemeente [plaats A] . Het bewind voorkomt dat [eiser] meer geld uitgeeft dan passend is en beschermt hem tegen zijn impulsieve acties.
De beoordeling door het hof
5.4
Het hof is van oordeel dat voortzetting van het bewind nog steeds noodzakelijk is. Hiertoe overweegt het hof als volgt.
5.5
Uit de stukken in het dossier en wat is besproken op de zitting blijkt het volgende. De goederen van [eiser] zijn in januari 2021 onder bewind gesteld wegens zijn lichamelijke of geestelijke toestand. Het bewind is van kracht gegaan vanaf het moment dat [eiser] 18 jaar werd. Het bewind voor [eiser] is aangevraagd via jeugdzorg, die op dat moment bij hem betrokken was. Hij heeft sinds zijn meerderjarigheid nooit zelfstandig zijn financiën beheerd. [eiser] woont in een accommodatie voor beschermd wonen van de [stichting] . Hij heeft een indicatie vanuit de Wet langdurige zorg. [eiser] ontvangt een Wajong-uitkering.
5.6
Het hof is van oordeel dat [eiser] (nog) niet in staat is zelf zijn financiën te regelen. Weliswaar heeft [eiser] geen schulden, maar dat brengt niet mee dat geen bewind nodig is. Hij heeft in de afgelopen jaren een aantal maal de mogelijkheid gekregen om via internetbankieren te laten zien dat hij zelf zijn financiën kan beheren. De toegang tot internetbankieren is vervolgens weer gesloten omdat hij te veel geld uitgaf en impulsieve aankopen deed. [eiser] heeft bijvoorbeeld gegokt en er is geld afgeschreven naar het buitenland. Het hof ziet wel dat [eiser] zich positief ontwikkelt. Hij heeft zich ingeschreven voor een gokstop. Ook denkt hij mee over zijn financiën en probeert hij te sparen. Uit de verklaring van zijn behandelaar blijkt ook dat [eiser] stappen zet ten aanzien van zijn persoonlijke en financiële ontwikkeling. Desondanks acht het hof [eiser] op dit moment nog niet voldoende zelfredzaam om zijn financiën zelfstandig te beheren. [eiser] heeft veel vragen rondom zijn financiën en heeft daarvoor intensieve begeleiding van de bewindvoerder en zijn begeleider van de woongroep nodig. Verder is van belang dat [eiser] weinig ervaring heeft met financiën in bredere zin, zoals het afsluiten van contracten en het doen van belastingaangifte, zoals uit de verklaring van zijn behandelaar volgt. Daarnaast heeft [eiser] verklaard dat hij geld van familie leent zodat zijn weekbudget omhoog gaat, waaruit ook blijkt dat hij nog onvoldoende inzicht heeft in zijn financiële handelen. Naar het oordeel van het hof is een proefperiode nu ook niet haalbaar, omdat eerst aan de zelfredzaamheid van [eiser] moet worden gewerkt. [eiser] heeft nog geen zelfredzaamheidstraject doorlopen, omdat daarvoor vanuit de gemeente nu geen aanbod is. Het hof acht het wel van belang dat [eiser] de mogelijkheid krijgt om meer financieel zelfredzaam te worden en vertrouwt erop dat de bewindvoerder hem zal helpen om daarvoor de juiste hulp te krijgen. Het hof overweegt dat de wens van [eiser] om niet langer onder bewind te staan, omdat hij het bewind als beperkend ervaart, duidelijk is gebleken en ook invoelbaar is. Desondanks is, gezien hetgeen hiervoor is overwogen, de bescherming van bewind nog nodig. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat de onderbewindstelling nog steeds noodzakelijk en zinvol is. Het hof zal de verzoeken van [eiser] daarom afwijzen en de bestreden beschikking bekrachtigen.
5.7
Dit leidt tot de volgende beslissing.

6.De beslissing

Het hof:
bekrachtigt de bestreden beschikking.
Deze beschikking is gegeven door mr. T.M. Subelack, mr. M.C. Schenkeveld en mr. M.J. Vonk, in tegenwoordigheid van mr. B.F. Beijderwellen als griffier en is op 16 juni 2026 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter.