ECLI:NL:GHAMS:2026:1622
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing bewind wegens onvoldoende zelfredzaamheid
De zaak betreft het hoger beroep van [eiser] tegen de afwijzing door de kantonrechter van zijn verzoek tot opheffing van het bewind over zijn goederen. Het bewind is ingesteld vanwege zijn lichamelijke of geestelijke toestand en is van kracht sinds zijn meerderjarigheid in 2021.
[eiser] stelt dat hij inmiddels in staat is zijn financiën zelf te beheren en verzoekt primair om opheffing van het bewind, subsidiair om opheffing onder voorwaarde van budgetbeheer, en meer subsidiair om aanhouding voor een proefperiode. De bewindvoerder betoogt dat voortzetting noodzakelijk is vanwege de beperkte zelfredzaamheid van [eiser], die impulsief geld uitgeeft en intensieve begeleiding nodig heeft.
Het hof overweegt dat ondanks positieve ontwikkelingen en het ontbreken van schulden, [eiser] nog niet voldoende zelfredzaam is. Hij heeft geen ervaring met bredere financiële handelingen en heeft intensieve begeleiding nodig. Een proefperiode is niet haalbaar zonder eerst een zelfredzaamheidstraject, dat momenteel niet wordt aangeboden.
Daarom is het hof van oordeel dat het bewind nog steeds noodzakelijk en zinvol is en bekrachtigt het de bestreden beschikking van de kantonrechter.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot opheffing van het bewind af en bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter.