ECLI:NL:GHAMS:2026:1620
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging wijziging zorgregeling ondertoezichtstelling minderjarige kinderen
De zaak betreft een hoger beroep van de vader tegen een beschikking van de kinderrechter die de zorgregeling voor zijn twee minderjarige kinderen heeft gewijzigd. De moeder en de gecertificeerde instelling (GI) zijn het eens met de wijziging. De vader verzet zich tegen de wijziging en verzoekt om afwijzing van het verzoek van de GI.
De procedure omvatte diverse schriftelijke stukken en een zitting waarbij de vader, moeder, GI en de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig waren. De vader wilde een vakantieregeling in plaats van een weekendregeling, maar dit verzoek werd niet toegelaten omdat het voor het eerst in hoger beroep werd gedaan.
Feitelijk is vastgesteld dat de zorgregeling niet goed werd nageleefd door de vader, dat de kinderen angstig en gespannen waren rondom omgangsmomenten bij de vader, en dat de vader niet openstond voor opvoedondersteuning. De communicatie tussen vader en GI verliep moeizaam en er was een escalatie op het schoolplein.
Het hof oordeelt dat de gewijzigde omstandigheden rechtvaardigen dat de zorgregeling wordt aangepast en bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter. De omgang wordt beperkt tot een weekend in de woonplaats van de moeder, wat het beste is voor het belang van de kinderen. Het beroep van de vader op artikel 8 EVRM Pro wordt verworpen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter die de zorgregeling wijzigt en beperkt de omgang van de vader tot een weekendregeling in de woonplaats van de moeder.