Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:1587

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
9 juni 2026
Zaaknummer
200.358.460/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:378 BWArt. 1:431 BWArt. 1:384 BWArt. 1:390 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen ondercuratelestelling; omzetting naar beschermingsbewind

De betrokkene was door de kantonrechter onder curatele gesteld wegens een vermeende gewoonte van drank- of drugsmisbruik en problematische schulden. In hoger beroep betwistte betrokkene de verslavingsproblematiek en verzocht om afwijzing van de curatele of subsidiair instelling van een minder ingrijpende maatregel, namelijk beschermingsbewind.

Het hof stelde vast dat er geen objectieve aanwijzingen waren voor middelenmisbruik en dat de schulden vooral voortkwamen uit gebrek aan financieel inzicht en zorgmijding. De betrokkene heeft een stabiel inkomen, maar gaf geen duidelijke verklaring voor het ontstaan van schulden en werkte niet mee aan schuldhulpverlening.

Gezien de ernst van de schulden en het ontbreken van voldoende financieel inzicht achtte het hof een beschermingsmaatregel noodzakelijk. Het hof vond curatele te zwaar vanwege de grote inbreuk op de persoonlijke autonomie en stelde daarom beschermingsbewind in, waarbij de huidige curator werd benoemd tot bewindvoerder. De curatele werd vernietigd en het verzoek daartoe afgewezen.

Partijen bereikten overeenstemming over het bewind en afspraken over schuldhulpverlening, budgetbeheer en het voorkomen van nieuwe schulden. Het hof benadrukte dat de afspraken niet in het dictum hoefden te worden opgenomen, maar dat de betrokkene gemotiveerd was om zijn situatie te verbeteren.

Uitkomst: De ondercuratelestelling wordt vernietigd en vervangen door beschermingsbewind vanwege problematische schulden en gebrek aan financieel inzicht.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht
Team III (familie- en jeugdrecht)
zaaknummer: 200.358.460/01
zaaknummer rechtbank: 11539595 CB VERZ 25-16mh
beschikking van de meervoudige kamer van 9 juni 2026 in de zaak van
[betrokkene] ,
wonende te [plaats A] ,
verzoeker in hoger beroep,
hierna: de betrokkene,
advocaat: mr. I.P. van Rossen te Amsterdam,
Het hof heeft als belanghebbenden aangemerkt:
- [de vader] (hierna: de vader),
- [de moeder] (hierna: de moeder), en
- Bergen Bewind B.V. (hierna ook: de curator).
Het hof heeft daarnaast als informant aangemerkt:
- [naam] (hierna: de vriendin van de betrokkene).

1.De zaak in het kort

De kantonrechter heeft de betrokkene onder curatele gesteld en Bergen Bewind B.V. tot curator benoemd. De zaak gaat over de vraag of de maatregel van curatele voor betrokkene nodig is.
De betrokkene vindt dat het verzoek van de vader en de moeder (hierna gezamenlijk: de ouders) om de betrokkene onder curatele te stellen alsnog moet worden afgewezen. Als het hof toch vindt dat er een beschermingsmaatregel nodig is, wil de betrokkene dat de minder vergaande maatregel van onderbewindstelling wordt opgelegd.
De ouders zijn het eens met de beslissing van de kantonrechter.

2.De procedure in hoger beroep

2.1
De betrokkene is op 20 augustus 2025 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 20 mei 2025 (hierna: de bestreden beschikking) van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar (hierna: de kantonrechter).
2.2
De ouders hebben op 20 oktober 2025 een verweerschrift ingediend.
2.3
Het hof heeft daarnaast de volgende stukken ontvangen:
- een bericht van de zijde van de betrokkene van 31 maart 2026 met bijlagen, en
- een bericht van de zijde van de ouders van 31 maart 2026 met bijlagen.
2.4
De zitting heeft op 2 april 2026 plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig:
- de betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat,
- de ouders, bijgestaan door hun advocaat mr. A.M. Koopman te Alkmaar,
- de curator, en
- de vriendin van de betrokkene.
De advocaat van de betrokkene en de advocaat van de ouders hebben op de zitting pleitnotities overgelegd.

3.De feiten

3.1
De betrokkene is [in] 1993 geboren te [plaats B] , Colombia. De betrokkene is in 1997 geadopteerd door de ouders.
3.2
De betrokkene heeft een briefadres bij de ouders.
3.3
De kantonrechter heeft op 24 juni 2019 bewind ingesteld als gevolg van verkwisting of het hebben van problematische schulden, met benoeming van Saillant B.V. tot bewindvoerder.
3.4
Bij beschikking van 15 februari 2023 heeft de kantonrechter het hiervoor genoemde ingestelde bewind opgeheven omdat de betrokkene aannemelijk had gemaakt dat de noodzaak daartoe niet meer bestond.

4.De omvang van het hoger beroep

4.1
De kantonrechter heeft in de bestreden beschikking, voor zover hier van belang, het verzoek tot ondercuratelestelling van de ouders toegewezen en de betrokkene onder curatele gesteld wegens gewoonte van drank- of drugsmisbruik, met benoeming van Bergen Bewind B.V. tot curator.
4.2
De betrokkene verzoekt, met vernietiging van de bestreden beschikking, te bepalen dat het verzoek tot ondercuratelestelling alsnog wordt afgewezen. Subsidiair verzoekt de betrokkene het hof een minder vergaande maatregel, zoals beschermingsbewind, in te stellen.
4.3
De ouders verzoeken het hof de bestreden beschikking te bekrachtigen.

5.De motivering van de beslissing

Het wettelijk kader
5.1
Uit artikel 1:378 lid1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) volgt dat een meerderjarige door de rechter onder curatele kan worden gesteld wanneer hij tijdelijk of duurzaam zijn belangen niet behoorlijk waarneemt of zijn veiligheid of die van anderen in gevaar brengt, als gevolg van:
a. zijn lichamelijke of geestelijke toestand, dan wel
b. gewoonte van drank- of drugsmisbruik,
en een voldoende behartiging van die belangen niet met een meer passende en minder verstrekkende voorziening kan worden bewerkstelligd.
5.2
Uit artikel 1:431 lid 1 BW Pro volgt dat de rechter een bewind kan instellen over één of meer van de goederen die een meerderjarige als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren indien de meerderjarige tijdelijk of duurzaam niet in staat is zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand of als gevolg van verkwisting of het hebben van problematische schulden.
De standpunten
5.3
De betrokkene is van mening dat hij ten onrechte door de kantonrechter onder curatele is gesteld. De visie van de kantonrechter dat de schulden alleen verklaard kunnen worden door verslavingsproblematiek is onjuist en onvoldoende gemotiveerd. Er is geen sprake van verslaving, de schulden zijn ontstaan door een gebrek aan financieel inzicht bij betrokkene. Dat na het eerdere bewind opnieuw schulden zijn ontstaan, is geen reden om de zware maatregel van curatele op te leggen. De aard van de problematiek is financieel en daar past een minder verstrekkende maatregel zoals beschermingsbewind bij. De betrokkene heeft inmiddels beter inzicht in zijn financiële problemen en staat open voor schuldhulpverlening. De kantonrechter had moeten onderzoeken of lichtere maatregelen, al dan niet in combinatie met schuldhulpverlening, mogelijk zijn. De betrokkene heeft werk, een ondersteunende vriendin en de zorg voor kinderen. Door de maatregel wordt de betrokkene handelingsonbekwaam en dat heeft verstrekkende gevolgen voor zijn autonomie, reputatie en zijn rol binnen het gezin.
5.4
De ouders hebben aangevoerd dat de betrokkene een woning had en de gehele periode dat hij daar woonde geen huur heeft betaald. Hij heeft bij de kantonrechter aangegeven dat hij niet wilde dat opnieuw bewind werd ingesteld. Het is nog steeds onduidelijk waar zijn geld naartoe is gegaan en gaat. Tot nu toe heeft de betrokkene niet meegewerkt aan de aanvraag voor een schuldhulpverleningstraject en onderhoudt hij geen contact met de curator. Hij heeft nog steeds veel schulden en de ouders en de curator hebben er geen vertrouwen in dat de schulden zonder ondercuratelestelling zullen worden afbetaald. De betrokkene is zorg mijdend en hierdoor blijft de schuldenlast hoog. Daarbij merken de ouders op dat er onverklaarbare mutaties op de rekening van de betrokkene te zien zijn waarover hij geen uitleg geeft aan de curator. Hij is al meerdere keren de fout in gegaan en telkens opnieuw maakt hij schulden. Er moet toezicht blijven en beslissingen moeten voor hem genomen worden, aldus de ouders.
5.5
Ter zitting in hoger beroep heeft de curator aangegeven dat de betrokkene zorgmijdend is. Het zou goed zijn om samen met de betrokkene te onderzoeken waarom hij bepaalde keuzes maakt. Een curator kan hem ondersteunen.
Het aflossen van de schulden via het loonbeslag verliep goed. De betrokkene heeft een goed inkomen waardoor het afbetalen relatief snel is gegaan. De aanvraag voor schuldhulpverlening blijft steken. De curator is al sinds oktober 2025 hiermee bezig, maar de betrokkene werkt niet mee. De betrokkene heeft ervoor gezorgd dat zijn loon direct op zijn leefgeldrekening wordt gestort. Hij heeft zijn gehele loon uitgegeven. Het klopt dat het loonbeslag niet meer nodig was, maar er staan nog andere schulden open en de schulden lopen nu weer op. Er is minstens bewind nodig.
5.6
Na de zitting in hoger beroep hebben partijen onderling overeenstemming bereikt over instelling van een beschermingsbewind in plaats van curatele, zonder einddatum, waarbij zij hebben afgesproken dat de betrokkene zal meewerken aan een minnelijke schuldsanering en indien dat niet tot stand komt, de betrokkene een WSNP-traject zal doorlopen. Verder hebben zij afgestemd dat de betrokkene een budgetcursus zal volgen en in de praktijk zal toepassen onder begeleiding van de bewindvoerder.De betrokkene zal zorgdragen voor huisvesting waarop hij zich kan inschrijven, voor het tijdig voldoen van vaste lasten, het opbouwen van een spaarbuffer voor onvoorziene omstandigheden en het voorkomen van nieuwe schulden.
Namens de betrokkene is daarop zijn verweer in hoger beroep gewijzigd in die zin dat hij verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en gelijktijdig een beschermingsbewind in te stellen. In dit verzoek kunnen de ouders en de curator zich vinden.
De beoordeling door het hof
5.7
De betrokkene heeft een affectieve relatie met [naam] . Op grond van de ter zitting in hoger beroep verkregen informatie heeft het hof vastgesteld dat de vriendin van de betrokkene geen levensgezel is in de zin van de wet. Zij is in deze procedure dus geen belanghebbende, maar informant.
5.8
De kantonrechter heeft de curatele uitgesproken op de grond dat bij betrokkene sprake zou zijn van drank- of drugsgebruik. Vaststaat dat ondanks het stabiele inkomen van de betrokkene problematische schulden zijn ontstaan. In 2024 heeft de betrokkene vanwege betalingsachterstanden zijn woning moeten verlaten. Het hof kan echter niet vaststellen dat de schulden zijn ontstaan vanwege drank- of drugsmisbruik, zoals de ouders vermoeden. Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting zijn geen objectieve en verifieerbare gegevens naar voren gekomen waaruit blijkt dat sprake is of is geweest van middelenproblematiek. Dat de betrokkene, ondanks zijn vaste inkomen, snel na het eindigen van een eerder bewind opnieuw schulden heeft gemaakt, is onvoldoende grond om verslavingsproblematiek aan te nemen en (daarmee) een maatregel van curatele te rechtvaardigen.
5.9
Wel acht het hof voor de betrokkene op andere gronden een beschermingsmaatregel noodzakelijk om verdere (financiële) problemen te voorkomen. Het is zorgelijk dat betrokkene kort na beëindiging van het eerdere bewind opnieuw in de schulden is geraakt. De betrokkene heeft gedurende de periode dat hij in zijn huurwoning woonde – in ieder geval vanaf juli 2023 tot medio 2024 - geen huur betaald, terwijl hij wel een vast inkomen had. Ook betaalde hij andere rekeningen niet, waardoor de schulden snel opliepen. Hij geeft hiervoor geen duidelijke verklaring gegeven en heeft niet inzichtelijk gemaakt waar hij zijn inkomen dan wel aan heeft besteed. Op dit moment is nog steeds sprake van een wankele financiële situatie, waarbij de betrokkene weliswaar een goed inkomen heeft en via loonbeslag al een deel van zijn schulden heeft afbetaald, maar waarbij er nog steeds schulden bestaan en een schuldhulp-verleningstraject nog niet van de grond is gekomen. De betrokkene heeft zijn loon, zonder overleg met de curator, op zijn leefgeldrekening laten storten. Het hof acht het daarbij opmerkelijk dat gelden van de betrokkene (mede) op bankrekeningen op naam van de kinderen van zijn vriendin zijn gestort. De betrokkene heeft naar het oordeel van het hof tot op heden onvoldoende blijk gegeven van inzicht in (de ernst van) zijn financiële situatie, waarbij ook het overzicht over zijn financiën bij hem ontbreekt. Het hof is van oordeel dat deze omstandigheden maken dat de betrokkene als gevolg van zijn geestelijke toestand niet in staat is zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen, terwijl tevens sprake is van problematische schulden.
5.1
Bij de vraag welke beschermingsmaatregel passend zou zijn, stelt het hof voorop dat curatele een zware maatregel is, die inbreuk maakt op het recht op privéleven van een betrokkene en die alleen kan worden opgelegd als eventuele problemen niet met lichtere maatregelen kunnen worden opgelost. De betrokkene is ter zitting gemotiveerd overgekomen om zijn situatie te verbeteren en het hof heeft waargenomen dat hij daarbij steun krijgt van zijn vriendin. Het hof acht de maatregel van curatele, gelet op het verstrekkende karakter daarvan en de aanzienlijke inbreuk op de autonomie van de betrokkene, in dit geval te zwaar. Het is met name de schuldenproblematiek die het hoofd moet worden geboden, en daarmee is het waarnemen van de vermogensrechtelijke belangen van de betrokkene door een derde geïndiceerd. Het hof overweegt dat minder ingrijpende maatregelen voorhanden zijn die de benodigde bescherming kunnen bieden, nu er geen aanleiding is de behartiging van de niet-vermogensrechtelijke belangen van de betrokkene in handen van een derde te leggen.
5.11
Het hof ziet daarom aanleiding om op grond van artikel 1:431 BW Pro lid 1 sub a de goederen van de betrokkene onder bewind te stellen, hetgeen de betrokkene gelet op de bereikte overeenstemming en zijn dienovereenkomstig gewijzigde verweer (en thans: verzoek) onderschrijft. Het hof acht het positief dat de betrokkene de verstandige keuze maakt om de schuldenproblematiek structureel aan te pakken, zoals dat blijkt uit de bereikte overeenstemming. De betrokkene heeft daar nog bij vermeld dat hij gemotiveerd is om de samenwerking met Bergen Bewind B.V. constructief aan te gaan, met het oog op de mogelijkheid tot opheffing van het bewind in de toekomst.
5.11
Mede gelet op de bereikte overeenstemming zal het hof Bergen Bewind tot bewindvoerder benoemen. Nu Bergen Bewind B.V. op dit moment al curator is zal het hof geen rekening houden met een starttarief.
5.12
Gelet op al het voorgaande zal het hof de bestreden beschikking vernietigen. Het verzoek om de betrokkene onder curatele te stellen zal het hof in hoger beroep afwijzen. Daarnaast zal het hof overgaan tot het instellen van een bewind met benoeming van de huidige curator tot bewindvoerder. Vanaf heden zullen de goederen van de betrokkene onder bewind komen te staan. Gezien het bepaalde in artikel 1:384 BW Pro eindigt de taak van de curator daags na deze uitspraak en heeft deze beslissing geen gevolgen voor in de tussentijd door de curator of met zijn toestemming verrichte handelingen. Deze blijven voor de betrokkene verbindend.
Voor toewijzing van het namens de betrokkene gedane verzoek om het bewind in te stellen onder de voorwaarden zoals neergelegd in het akkoord van 28 april 2026, ziet het hof geen aanleiding. Dit akkoord bestaat uit de onder 5.6 vermelde afspraken over de wijze waarop de schuldenproblematiek zal worden aangepakt. Voor de naleving van die afspraken is het niet nodig dat deze in het dictum van deze beschikking worden vermeld.

6.De beslissing

Het hof:
vernietigt met inachtneming van de vijfde volzin van r.o. 5.12 de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, van 20 mei 2025;
wijst alsnog af het verzoek om [betrokkene] , geboren [in] 1993 te [plaats B] (Colombia), onder curatele te stellen;
gelast op de voet van artikel 1:390 BW Pro dat deze beslissing binnen 10 dagen nadat zij ten uitvoer kan worden gelegd, vanwege de griffier in
de Staatscourantwordt bekendgemaakt;
stelt met ingang van heden de goederen die toebehoren of zullen toebehoren aan [betrokkene] , geboren [in] 1993 te [plaats B] (Colombia), onder bewind als gevolg van zijn geestelijke toestand, waarbij tevens sprake is van problematische schulden;;
benoemt tot bewindvoerder:
Bergen Bewind B.V.
Postbus 195, 1860 AD Bergen (NH);
bepaalt dat de bewindvoerder voor de werkzaamheden en voor de met het bewind gemoeide kosten de in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren vastgestelde forfaitaire tarieven ten laste van het vermogen van betrokkene mag brengen;
bepaalt dat deze beslissing tot onderbewindstelling en tot benoeming van de bewindvoerder zal worden ingeschreven in het Centraal Curatele- en Bewindregister;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af;
bepaalt dat de griffier van dit hof een kopie van deze beschikking zal zenden aan de griffier van de rechtbank Noord-Holland, Sectie Kanton, ter aantekening in het Centraal Curatele- en Bewindregister.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.A. van den Berg, mr. J.F. Miedema en mr. M.C. Braak, in tegenwoordigheid van mr. F.A. Tolman als griffier en is op 9 juni 2026 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter.