ECLI:NL:GHAMS:2026:157

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
200.355.630
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Klacht tegen notaris over verkoop en levering appartement met betwiste vordering VvE en Wwft-kosten

In deze zaak heeft [appellant] een klacht ingediend tegen [geïntimeerde], een notaris, naar aanleiding van de verkoop van een appartement. [appellant] was gehuwd en verklaarde in de koopovereenkomst te handelen met toestemming van zijn echtgenote, maar zij had de overeenkomst niet medeondertekend. Voor de levering van het appartement eiste [geïntimeerde] schriftelijke toestemming van de echtgenote, wat leidde tot een conflict. Daarnaast was er een betwiste vordering van de Vereniging van Eigenaren (VvE) op [appellant], die hij niet wilde erkennen. [appellant] heeft onder protest de nota van afrekening getekend om de levering niet in gevaar te brengen. In de tuchtprocedure verwijt hij [geïntimeerde] dat hij zijn zorgplicht heeft geschonden door de akte van levering niet te passeren zonder schriftelijke toestemming van de echtgenote en door kosten in rekening te brengen die volgens hem voor rekening van de kopers zouden moeten komen. De kamer voor het notariaat heeft de klacht ongegrond verklaard, en het hof bevestigt deze beslissing. Het hof oordeelt dat [geïntimeerde] correct heeft gehandeld door te eisen dat de echtgenote schriftelijk toestemming verleende, en dat de Wwft-kosten terecht aan [appellant] in rekening zijn gebracht. De klacht van [appellant] wordt op alle onderdelen ongegrond verklaard.

Uitspraak

beslissing
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.355.630/01 NOT
nummer eerste aanleg : 24-59
beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 13 januari 2026
inzake
[appellant],
wonend te [plaats 1] , gemeente Zuidplas,
appellant,
tegen
[geïntimeerde],
notaris te [plaats 2] ,
geïntimeerde.
Partijen worden hierna [appellant] en [geïntimeerde] genoemd.

1.De zaak in het kort

[appellant] heeft een appartement verkocht aan een derde. [appellant] was op dat moment gehuwd en verklaarde in de koopovereenkomst te handelen met toestemming van zijn echtgenote, maar zij heeft de koopovereenkomst niet medeondertekend. Voorafgaand aan de levering heeft (een medewerkster van) [geïntimeerde] [appellant] gevraagd om schriftelijke toestemming van de echtgenote, zonder welke toestemming [geïntimeerde] de akte van levering niet zou passeren. Verder had de vereniging van eigenaars (hierna: de VvE) van het appartementencomplex nog een – door [appellant] betwiste – vordering op [appellant] , voor welke vordering de kopers niet hoofdelijk aansprakelijk wilden zijn. [appellant] heeft naar eigen zeggen onder protest de nota van afrekening (inclusief betaling aan de VvE) getekend, om te voorkomen dat de akte van levering niet gepasseerd zou worden. In deze tuchtprocedure verwijt [appellant] [geïntimeerde] dat hij heeft gehandeld in strijd met zijn zorgplicht door (1) te weigeren de akte van levering te passeren zonder schriftelijke toestemmingsverklaring van zijn echtgenote, (2) te weigeren het betwiste bedrag aan de VvE in depot te plaatsen en (3) Wwft-kosten in rekening te brengen bij [appellant] , terwijl was overeengekomen dat alle kosten voor de kopers waren.

2.Het geding in hoger beroep

2.1.
[appellant] heeft op 13 juni 2025 een beroepschrift bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag (hierna: de kamer) van 14 mei 2025 tussen partijen gegeven onder bovengenoemd nummer (gepubliceerd onder ECLI:NL:TNORDHA:2025:13).
2.2.
[geïntimeerde] heeft op 15 augustus 2025 een verweerschrift – met bijlagen – bij het hof ingediend.
2.3.
Het hof heeft van de kamer de stukken van de eerste aanleg ontvangen.
2.4.
De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 30 oktober 2025. [appellant] en [geïntimeerde] zijn verschenen. Zowel [appellant] als [geïntimeerde] hebben het woord gevoerd aan de hand van aan het hof overgelegde spreekaantekeningen.

3.Feiten

Het hof verwijst naar de feiten die de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling daarvan geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat. Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die zijn komen vast te staan, zijn die feiten de volgende.
3.1.
Op 22 juli 2022 heeft [appellant] – als verkoper – een koopovereenkomst gesloten over (het recht van erfpacht van) een appartementsrecht te [plaats 2] (hierna: het appartementsrecht). In deze koopovereenkomst is onder meer het volgende opgenomen:

Verkoper verklaart voor zover nodig te handelen met toestemming van zijn echtgeno(o)t(e)/geregistreerd partnerdie als bewijs daarvan deze akte medeondertekent.
(…)
De kosten die op de juridische overdracht betrekking hebben en die [geïntimeerde] in rekening brengt, zoals overdrachtsbelasting, notariskosten en kadasterkosten, zijn voor rekening vankoper/verkoper. [geïntimeerde] wordt aangewezen doorkoper/verkoper.
(…)
Eventuele overige kosten die [geïntimeerde] in rekening brengt, zoals de kosten van een volmacht en de kosten van een tolk, zijn voor rekening van de partij die hiervan gebruik maakt.
3.2.
Via de makelaar van kopers is het kantoor van [geïntimeerde] verzocht om zorg te dragen voor de overdracht van het appartementsrecht. Blijkens de koopovereenkomst is de overdracht gepland op 9 december 2022.
3.3.
Op 26 juli 2022 heeft een medewerkster van [geïntimeerde] (hierna: de medewerkster) de ontvangst van de koopovereenkomst per e-mail aan [appellant] bevestigd. In deze e-mail heeft de medewerkster [appellant] tevens gewezen op de verplichtingen van [geïntimeerde] in het kader van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (hierna: Wwft). De medewerkster heeft [appellant] geïnformeerd dat de kosten voor een identificatie en verificatie € 25,00 per verkoper (exclusief BTW) bedragen.
3.4.
Bij e-mail van 23 november 2022 heeft [appellant] aan de medewerkster laten weten dat de email van 26 juli 2022 alleen aan hem geadresseerd moest zijn en niet ook aan zijn echtgenote. Ook heeft hij de medewerkster geïnformeerd dat hij niet voornemens is om – kort gezegd – de identificatiekosten op zich te nemen, omdat hij geen cliënt is van [geïntimeerde] .
3.5.
De medewerkster heeft bij e-mail van dezelfde dag geantwoord dat de e-mail van 26 juli 2022 ook aan de echtgenote van [appellant] was gericht omdat de inhoud van de huwelijkse voorwaarden niet bekend was, waardoor de echtgenote mogelijk diende mee te verkopen of in ieder geval haar toestemming diende te verlenen. Ook heeft zij [appellant] geïnformeerd dat de identificatiekosten normaliter niet onder ‘kosten koper’ vallen, maar dat ze zal proberen deze op koper te verhalen.
3.6.
Bij e-mail van 25 november 2022 heeft [appellant] het volgende laten weten aan de medewerkster:

Zojuist belde[ [geïntimeerde] ]
mij naar aanleiding van het onderstaande. Als ik het goed heb begrepen menen jullie dat jullie vanwege het in artikel 88 Boek 1 Burgerlijk Wetboek bepaalde de leveringsakte niet kunnen passeren zonder handtekening van mijn echtgenote. Ik volg dit niet goed. Ik heb aangegeven dat mijn echtgenote mij de vereiste toestemming heeft gegeven. Ik heb dit ook verklaard in de koopovereenkomst. Derhalve is voldaan aan het bedoelde toestemmingsvereiste. Kunnen jullie toelichten waarom jullie de leveringsakte desondanks niet willen passeren?
Daarnaast gaf hij dat het Wwft onderzoek raadpleging van diverse bronnen vereist, zoals het faillissementsregister en de sanctielijst terrorisme, vermoedelijk erop doelend dat dit onderzoek niet slechts enkele minuten secretarieel werk kost. Hij zei contact op te zullen nemen met de kopers om de kosten van het Wwft onderzoek op hen te verhalen. Ik heb aangegeven dit ongepast te vinden. Jouw collega gaf ten slotte aan het dossier aan te houden totdat de kosten voor het Wwft onderzoek zijn voldaan en mijn echtgenote de akte ook ondertekent. Ik zal kopers informeren dat ik het bijzonder ongepast vind dat jullie deze kosten die voor rekening van [geïntimeerde] komen – nota bene tegen commerciële tarieven – doorberekenen (aan wie dan ook) en dat ik niet goed begrijp waarom jullie een handtekening van mijn echtgenote eisen.
3.7.
Bij e-mail van 1 december 2022 heeft [geïntimeerde] onder meer het volgende geantwoord aan [appellant] :

Het risico dat een echtgenoot zich op het standpunt stelt dat er geen toestemming is verleend (daarom de rechtshandeling vernietigt) dient te worden vermeden.
Dit is dan ook een reden dat wij (en naar ik aanneem: alle notarissen) een schriftelijke toestemmingsverklaring nodig hebben.
(…)
Op grond van de WWFT dienen partijen bij de akte te worden geïdentificeerd volgens de WWFT. Zonder deze WWFT identificatie mogen wij de akte niet passeren. Het is hierbij gebruikelijk dat [geïntimeerde] de betreffende kosten doorberekent. Aangezien u het ongepast vindt dat deze kosten (ter zake de identificatie van u en uw echtgenote) aan de koper worden doorbelast (althans dat dit wordt voorgesteld) heb ik dit niet met de koper besproken.
3.8.
Bij e-mail van 2 december 2022 heeft [appellant] [geïntimeerde] onder meer het volgende geantwoord:

En zelfs al zou het door u gesignaleerde risico zich voordoen en de overeenkomst vernietigbaar zijn, quod non, zie ik nog steeds geen grond voor uw weigering de akte te passeren. U dient de akte van levering immers te baseren op de reeds gesloten verkoopovereenkomst. Nu u niet bent ingegaan op deze vraag van mij valt voor mij nog steeds niet in te zien waarom u de akte niet kunt passeren zonder schriftelijke verklaring van mijn echtgenote.
3.9.
Bij e-mail van dezelfde dag heeft [geïntimeerde] aan [appellant] het volgende laten weten:

Op grond van de wettelijke bepalingen kan uw echtgenote de vervreemdingsrechtshandeling wel degelijk vernietigen als zij geen toestemming heeft verleend. Indien dat zou gebeuren heeft dat zeker ook gevolgen voor de koper (en diens eventuele hypotheekbank). Gelet op de zorgplicht van een notaris t.a.v. de bij de akte betrokkenen (waaronder koper) dien ik dan ook over een toestemmingsverklaring te beschikken.
Uw verklaring dat uw echtgenote toestemming heeft verleend is dus niet voldoende om de akte van levering te kunnen passeren.
(…)
Zolang uw echtgenote echter geen door ons op te maken schriftelijke toestemmingsverklaring heeft ondertekend (in ons bijzijn), dien ik de ondertekening van de akte derhalve aan te houden. Ik verzoek u hier goede notie van te nemen.
3.10.
Bij e-mail van 6 december 2022 heeft [appellant] [geïntimeerde] laten weten dat – indien [geïntimeerde] bleef persisteren in zijn standpunt – zijn echtgenote de toestemmingsverklaring op het kantoor van [geïntimeerde] zou komen ondertekenen. Naar aanleiding van de toegestuurde conceptnota van afrekening en conceptakte van levering heeft [appellant] [geïntimeerde] verder onder meer het volgende laten weten:

De door de VvE gestelde vordering is door mij gemotiveerd betwist omdat de tegenprestatie niet is geleverd.[De advocaat van de VvE, hof]
heeft een jaar geleden aangegeven dat zijn cliënte de vordering handhaaft en over te zullen gaan tot rechtsmaatregelen. Ten blijke hiervan doe ik u bijgaand zijn e-mail toekomen. Deze maatregelen zijn thans uitgebleven zodat de vordering niet in rechte is vastgesteld en van opeisbare bijdragen als bedoeld in artikel 122 Boek 5 Burgerlijk Wetboek geen sprake is. Gelieve u dit bedrag van € 7.903,46 derhalve te schrappen.
3.11.
Bij e-mail van 7 december 2022 heeft [geïntimeerde] hier als volgt op gereageerd naar [appellant] :

T.a.v. het bedrag ad € 7.903,46: vriendelijk doch dringend verzoek ik u om dit punt met de VVE te bespreken en ervoor te zorgen dat de VVE mij voor het transport schriftelijk bevestigt dat het bedrag op dit moment/ter gelegenheid van de overdracht niet hoeft te worden voldaan.
3.12.
[appellant] heeft [geïntimeerde] hierop onder meer het volgende laten weten bij e-mail van 8 december 2022:

Ik zal ten aanzien van het bedrag ad € 7.903,46[de advocaat van de VvE, hof]
, wie in dit verband de correspondentie voert, verzoeken deze gestelde vordering aannemelijk te maken. Zolang de VvE de gestelde vordering niet aannemelijk heeft gemaakt bestaat uiteraard geen grond voor verrekening.
3.13.
Daarop heeft [geïntimeerde] nog diezelfde dag het volgende laten weten aan [appellant] :

Het is niet aan mij om te beoordelen of de VVE wel of geen grond heeft voor verrekening. Op het moment van het passeren van de akte dient het duidelijk te zijn of de vordering dient te worden voldaan of niet.
Kortom, om de post van de nota van afrekening te kunnen verwijderen dien ikvoorafgaand aan het transportvan de VVE bevestigd te krijgen dat de vordering in ieder geval niet nu bij transport behoeft te worden voldaan.
Anders kan ik de post niet zomaar verwijderen.
3.14.
Daarop heeft [appellant] dezelfde dag als volgt gereageerd naar [geïntimeerde] :

Ik onderschrijf dat het niet aan u is te beoordelen of de VvE grond heeft voor verrekening. Er kunnen zoveel partijen claimen een vordering te hebben. Ik heb u geïnformeerd dat de VvE naar mijn mening geen vordering heeft. Mocht de desondanks een deel van de aan mij toekomende middelen verrekenen ben ik genoodzaakt die op u te verhalen. Op basis waarvan meent u deze kosten “niet zomaar” te kunnen verwijderen. Volgens mij geldt het tegenovergestelde: u kunt deze kosten niet zomaar namens mij zonder mijn toestemming verrekenen.
3.15.
Direct daarop heeft [geïntimeerde] [appellant] als volgt geïnformeerd:

Ik ga deze kosten zeker niet zonder uw toestemming verrekenen, maar ook niet zonder toestemming van de VVE verwijderen.
Kortom: op het moment van passeren dient hier duidelijkheid over te zijn.[naam notariskantoor, hof]
kan hier niet voor worden aangesproken.
Vriendelijk verzoek ik u dit met de VVE af te stemmen zodat er duidelijkheid bestaat op het moment dat de akte wordt gepasseerd.
3.16.
Nadat [appellant] aan [geïntimeerde] heeft voorgesteld het in geschil zijnde bedrag te reserveren op een escrow account zodat de levering de volgende dag gewoon kon plaatsvinden, heeft [geïntimeerde] [appellant] het volgende laten weten:

Ik kan alleen bedragen in escrow nemen als u en de VVE hierover overeenstemming hebben bereikt en een escowovereenkomst hebben getekend. Immers, er zal duidelijkheid moeten zijn wanneer aan welke partij wij mogen uitbetalen. Dat kan niet eenzijdig besloten worden. Kortom, ook hierover dient u met de VVE overeenstemming te hebben alvorens wij de akte kunnen tekenen.
3.17.
Nadat [appellant] [geïntimeerde] liet weten dat volgens hem de escrowovereenkomst voorafgaand aan de levering nog niet tot in detail hoeft te zijn uitgekristalliseerd, heeft [geïntimeerde] [appellant] het volgende laten weten:

Anders dan u stelt, dienen de afspraken wel degelijk geheel uitgekristalliseerd te zijn op het moment van levering. Er kan natuurlijk geen onduidelijkheid overblijven.
Kortom: ik ontvang graag een eensluidende instructie van u en de VVE (met opgave wie de kosten betaalt). Komt deze uitgekristalliseerde eensluidende instructie er niet en is er geen toestemming van u om het bedrag aan de VVE te voldoen, dan dien ik de akte tot nader order aan te houden.
3.18.
Op 9 december 2022 heeft [geïntimeerde] de akte van levering gepasseerd. [appellant] en zijn echtgenote zijn bij het passeren van de akte aanwezig geweest.

4.De klacht

[appellant] verwijt [geïntimeerde] dat hij – in strijd met de zorgplicht als vermeld in artikel 17 van de Wet op het notarisambt – onzorgvuldig heeft gehandeld. De klacht valt uiteen in de volgende onderdelen:
1.
belangenverstrengeling
Door het dreigement om de akte niet te passeren als [appellant] de nota van afrekening niet zou ondertekenen heeft [geïntimeerde] de financiële afhankelijkheid van [appellant] van de transactie misbruikt om de belangen van de kopers, de VvE en [geïntimeerde] zelf te behartigen. [appellant] heeft uiteindelijk onder protest getekend, omdat het niet doorgaan van de levering voor hem financiële consequenties zou hebben.
2.
onterechte kosten
[geïntimeerde] heeft kosten in rekening gebracht bij [appellant] voor het controleren van persoonsgegevens en legitimatiebewijzen, terwijl deze kosten conform de koopovereenkomst voor rekening van de kopers zouden moeten komen.
3.
weigering akte te passeren
Hoewel in de koopovereenkomst was opgenomen dat de echtgenote toestemming had verleend voor de verkoop, weigerde [geïntimeerde] om de akte van levering te passeren zonder schriftelijke toestemmingsverklaring van de echtgenote. Dit heeft geleid tot onnodige vertraging en extra kosten.
4.
onvoldoende onderzoek
[geïntimeerde] heeft nagelaten te onderzoeken of de betwiste vordering van de VvE opeisbaar was. Door [appellant] tijdens het passeren voor het blok te zetten heeft hij gedwongen akkoord moeten gaan met een vordering die niet gerechtvaardigd was.
5.
escrow regeling
[geïntimeerde] heeft onredelijke voorwaarden gesteld aan het sluiten van een depotovereenkomst, waardoor [appellant] geen eerlijke kans kreeg om verweer te voeren tegen de betwiste vordering van de VvE. Als gevolg heeft de VvE de betwiste vordering kunnen innen, zonder verweer van [appellant] .

5.Beoordeling

5.1.
De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van [appellant] tegen [geïntimeerde] op alle onderdelen ongegrond verklaard.
Wwft-kosten
5.2.
Met betrekking tot dit onderdeel van de klacht heeft de kamer overwogen dat het in het notariaat niet ongebruikelijk is om de kosten die in het kader van het Wwft-onderzoek dienen te worden gemaakt, in rekening te brengen bij de verkoper, omdat het een controle van persoonsgegevens en identiteitsbewijzen van de verkopende partij betreft. Omdat [geïntimeerde] heeft aangeboden om [appellant] deze kosten te vergoeden heeft de kamer dit klachtonderdeel ongegrond verklaard.
5.3.
Ook het hof is, net als de kamer, van oordeel dat het in het notariaat gebruikelijk is om deze Wwft-kosten in rekening te brengen bij de partij die het betreft. De gemaakte kosten zijn, anders dan [appellant] stelt in zijn beroepschrift, niet te kwalificeren als kosten die op grond van de koopovereenkomst voor rekening van de kopers zouden moeten komen. Net zoals dat de kosten voor een volmacht voor rekening komen van de partij die daarvan gebruik maakt. Om deze reden acht het hof het klachtonderdeel over de bij [appellant] in rekening gebrachte Wwft-kosten ongegrond. Dat [geïntimeerde] inmiddels deze kosten heeft vergoed aan [appellant] siert hem, maar dat is niet de reden voor ongegrondverklaring van dit klachtonderdeel.
1:88-verklaring
5.4.
De kamer heeft met betrekking tot dit klachtonderdeel geoordeeld dat [geïntimeerde] juist klachtwaardig zou hebben gehandeld als hij had nagelaten om te verzoeken om de schriftelijke toestemming van de echtgenote van [appellant] . Om te voorkomen dat de rechtshandeling achteraf op grond van het ontbreken van toestemming kon worden vernietigd, diende [geïntimeerde] zich ervan te vergewissen dat [appellant] echtgenote toestemming verleende voor de levering. [geïntimeerde] mocht daarbij niet uitsluitend afgaan op de verklaring van [appellant] en ook niet op hetgeen in de koopovereenkomst was opgenomen, want die was niet getekend door de echtgenote van [appellant] , aldus de kamer.
5.5.
Het hof sluit zich aan bij deze overwegingen en het oordeel van de kamer. [geïntimeerde] moest zich ervan vergewissen dat de echtgenote instemde met de levering. Anders dan [appellant] in hoger beroep stelt, had [geïntimeerde] hiervoor niet mogen volstaan met een aanvullende verklaring van [appellant] op dit punt. De notariële zorgvuldigheid eist dat de bevestiging hierover van de echtgenote zelf moet komen, op schrift dan wel – zoals uiteindelijk tijdens het passeren is gebeurd – mondeling. De klacht dat [geïntimeerde] weigerde om de akte van levering te passeren zonder schriftelijke toestemmingsverklaring van de echtgenote acht het hof, net als de kamer, ongegrond.
Betwiste vordering VvE
5.6.
Met betrekking tot de door [appellant] betwiste vordering van de VvE heeft de kamer overwogen dat het [geïntimeerde] niet te verwijten is dat de opgave door de VvE laat is verstrekt, omdat het gebruikelijk is dat de VvE deze opgave op een zo laat mogelijk moment verstrekt, zodat in de afrekening kan worden uitgegaan van de meest recente termijn en de meest recente betalingen. Daarbij heeft [geïntimeerde] de opgave van de VvE nog dezelfde dag doorgestuurd aan [appellant] . Verder had [geïntimeerde] bij de afhandeling van de betwiste schuld aan de VvE rekening te houden met de belangen van alle bij de akte betrokken partijen. Omdat de kopers [geïntimeerde] hadden laten weten dat zij niet met de hoofdelijke aansprakelijkheid van artikel 5:122 lid 3 BW geconfronteerd wilden worden, was het in depot plaatsen van het door [appellant] betwiste bedrag geen jegens kopers redelijke oplossing zonder instemming daarmee van de zijde van de VvE. Nadat dit met [appellant] was besproken en hij de betalingsinstructie had ondertekend, was [geïntimeerde] volgens de kamer gerechtigd om het bedrag af te dragen aan de VvE.
5.7.
In zijn beroepschrift heeft [appellant] aangevoerd dat [geïntimeerde] zijn zorgplicht heeft geschonden door de belangen van [appellant] als verkoper ondergeschikt te maken aan die van derden. Volgens [appellant] heeft [geïntimeerde] hem onder druk gezet om een nota van afrekening te ondertekenen met door [appellant] betwiste kosten, onder dreiging dat anders de levering niet zou doorgaan. [geïntimeerde] had de mogelijkheid om een oplossing te faciliteren (zoals een depotregeling), maar koos ervoor om de belangen van de VvE zwaarder te laten wegen dan die van [appellant] . Ook heeft [geïntimeerde] nagelaten om de opeisbaarheid van de vordering van de VvE te verifiëren, terwijl [appellant] deze betwistte.
5.8.
[geïntimeerde] heeft hier tegenin gebracht dat [appellant] , anders dan [geïntimeerde] , al (geruime tijd) op de hoogte was van de openstaande vordering van de VvE toen hij de koopovereenkomst tekende. [appellant] had er rekening mee kunnen houden dat bij verkoop een opgave van openstaande posten van de zijde van de VvE zou volgen en dat daarin de door hem betwiste vordering zou zijn opgenomen. Het was aan [appellant] om daarop tijdig te anticiperen. Het is niet aan [geïntimeerde] om een oordeel te vellen over (de juistheid van) een door de VvE opgegeven vordering. In zijn functie van notaris heeft [geïntimeerde] de kopers moeten wijzen op de hoofdelijke aansprakelijkheid van artikel 5:122 lid 3 BW. De kopers wilden echter niet geconfronteerd worden met deze hoofdelijke aansprakelijkheid. Voorafgaand aan de passeerafspraak heeft [geïntimeerde] [appellant] laten weten dat hij het bedrag van de betwiste vordering alleen in depot kon houden, als [appellant] voorafgaand aan de overdracht een depotovereenkomst met de VvE zou sluiten.
5.9.
Het hof is, net als de kamer, van oordeel dat de klacht van [appellant] over het handelen van [geïntimeerde] met betrekking tot de betwiste VvE-vordering ongegrond is. [geïntimeerde] heeft terecht rekening gehouden met de belangen van alle bij de levering betrokken partijen. De kopers wilden niet geconfronteerd worden met de hoofdelijke aansprakelijkheid van artikel 5:122 lid 3 BW. [geïntimeerde] heeft [appellant] diverse keren geadviseerd om contact met de VvE op te nemen over de verschuldigdheid van de vordering dan wel met de VvE overeen te komen dat het bedrag in depot zou worden gehouden. Op het moment van het passeren van de akte van levering was er echter geen overeenstemming met de VvE bereikt, ook niet over een depotovereenkomst. Uiteindelijk heeft [appellant] ervoor gekozen de nota van afrekening te ondertekenen. Dat [appellant] hiertoe onder druk is gezet door [geïntimeerde] , is het hof niet gebleken. Het feit dat [geïntimeerde] heeft gewezen op de gevolgen voor [appellant] als hij niet zou meewerken kan niet kwalificeren als “onder druk” zetten, maar behoort tot de kerntaken van [geïntimeerde] .
Conclusie
5.10.
Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat het hof, net als de kamer, van oordeel is dat de klacht op alle onderdelen ongegrond is. Het hof zal de beslissing van de kamer daarom bevestigen.

6.Beslissing

Het hof:
- bevestigt de bestreden beslissing.
Deze beslissing is gegeven door mrs. H.T. van der Meer, C.H.M. van Altena en S.V. Viveen en in het openbaar uitgesproken op 13 januari 2026 door de rolraadsheer.